Nuusbrief 3: De Contrabas

Literaire tijdschriften: Temme schudt de Dino’s wakker

Chrétien Breukers

Chrétien Breukers

Chrétien Breukers

Het grote nieuws de afgelopen 10 dagen, in de Nederlandse literaire wereldje, of beter: in het wereldje, was een masterscriptie van de Gronings student en boekhandelaar Bart Temme. Die masterscriptie werd op 15 september gepubliceerd op De Contrabas. Het bericht staat hier en de hele scriptie kunt u hier downloaden. Zijn onderzoeksresultaten zijn tamelijk vervelend voor de redacties van papieren bladen:

  • het literaire tijdschrift heeft zijn functie als kweekvijver verloren.
  • het literaire tijdschrift is geen barometer meer van het literaire debat.

De jonge onderzoeker roept niet alleen boe, maar doet ook aanbevelingen:

  • De vier tijdschriften die in dit onderzoek centraal staan, moeten hun krachten bundelen. Zij kunnen de eerste stap zetten richting een elektronisch tijdschrift waar volop plaats zal zijn voor het debat.
    Om een elektronisch tijdschrift te kunnen financieren is hulp én subsidie van het Nederlands Literair Produktie- en Vertalingenfonds (NLPVF) nodig. Het fonds moet net als de Nederlandse literaire tijdschriften haar houding ten opzichte van het internet veranderen.
  • De komende jaren moeten de tijdschriften dus overgeheveld worden naar het internet, maar eerst moeten de vier grootste Nederlandse literaire tijdschriften en de NLPVF de handen ineen slaan en werken aan een sterk interactief elektronisch tijdschrift, waar het literaire debat kan zegevieren.

De redacties van de onderzochte tijdschriften waren dolgelukkig met deze resultaten. Ze hebben onmiddellijk een nieuwe website geopend en hebben Temme als adviseur in de hand genomen. Maar niet heus. Er stak een kleine storm op, met name in de pen van Bastiaan Bommeljé, redacteur van Hollands Maandblad. “Dit onderzoek lijkt heel erg op het tellen van de lidwoorden in Ulysses, om tot de conclusie te komen dat James Joyce een analfabeet is omdat hij de regels van de grammatica niet kent.” - dat was zo ongeveer zijn meest vriendelijke opmerking. Waarna hij jan en alleman beledigt, om zich er daarna over te beklagen dat internetdiscussies zo onbeschaafd zijn.

Op de weblog Woest en Ledig van de journalist Joep van Ruiten deed Henk Pröpper, directeur van het NLPVF en in die hoedanigheid medefinancier van de literaire bladen, opmerkelijke uitspraken. Kern van het probleem lijkt mij, heel Hollands, maar toch realistisch, het volgende: “Het fonds heeft daartoe 1,2 miljoen euro uitgetrokken, waarmee onder meer de website www.literairetijdschriften.org in het leven is geroepen. Temme vindt dat niet van daadkracht getuigen. In zijn ogen moet er meer gebeuren om de literaire tijdschriften weer een rol van betekenis te laten spelen.”

En Temme heeft daar gelijk in. De genoemde website is een verzameling banners, meer niet. Dat is geen digitaal initiatief, dat is de terugkeer naar de tijd van de boekrollen.

Contrabas-redacteur Ton van ‘t Hof gooide een steen in de vijver onder de titel ‘Weg met die redacteuren’. Zijn betoog eindigt met een gemeende uithaal:

“Het beeld dat Bommeljé en Lievers van zichzelf oproepen door de uitkomsten van Temmes onderzoek bot te bagatelliseren, is dat van vastgeroeste conservatievelingen in paniek. En dat is killing voor elke “directeur” in zwaar weer. Nuance, zelfreflectie en een wil tot verandering zouden beter zijn geweest. (…) Temme geeft een richting aan waarin literaire tijdschriften zich zouden kunnen ontwikkelen: de handen ineenslaan en online gaan. Dat is een waardevolle suggestie, die aansluit bij de hedendaagse vraag naar toegankelijkheid en directe participatie. Op internet zijn ruim voldoende voorbeelden voorhanden van kwalitatief hoogstaande literaire informatievoorziening, maar in Nederland en Vlaanderen kan men maar niet of nauwelijks iets moois van de grond tillen à la Jacket Magazine. En dat is toch te gek voor woorden! Wat een zootje. Weg met die redacteuren.”

Het zoeken is naar een manier om de papieren literaire tijdschriften duidelijk te maken dat hun rol deels, maar wel grotendeels, is uitgespeeld. Ze zijn niet langer de ‘kweekvijvers’ waar nieuw talent wordt ontdekt, ze zijn eerder de uitgroeibassins, waarin elders ontdekt talent voorzichtig richting uitgeverij wordt geduwd.

Dat wil natuurlijk niet zeggen dat ze geen mooi werk bevatten, of dat de redacteuren van de tijdschriften niet goed wijs zouden zijn, maar dat wil wel zeggen dat het medium waarop literatuur zich zeer senang voelt - het web - nu meer interessante initiatieven worden ontplooid dan door alle papieren bladen bij elkaar.

Websites als die van Deus ex Machina, De Brakke Hond en Tirade bevatten voorzichtige aanzetten in wat de goede richting zou kunnen zijn, en een initiatief als Krakatau verdient lof omdat daar werkelijk jong of nog niet helemaal volwassen talent wordt gepresenteerd.

Als de bladen en de subsidiërende instellingen volharden in de wereldvreemde houding, dan is er maar een weg, en dat is geen fijne - die van de Dinosauriërs, lang, lang geleden. Dat was onvermijdelijk, en het uitsterven van het papieren literaire blad in de vorm zoals wij het hebben gekend lijkt dat - door de houding van de respectieve redacties - ook te zijn.

NRC Handelsblad besteedde meerdere keren aandacht aan Temme’s onderzoek: hier, hier, hier en hier.

Chrétien Breukers

 

Bookmark and Share

Los kommentaar