Chris Coolsma. Ankerpunten: misverstanden over poëzie (1).

In De Groene Amsterdammer van 21 januari 2010 staat een essay van Robert Anker, dat mij er bijna toe aangezet heeft, het dichtertje in mij in een regenjas te hullen, te voorzien van een met stenen gevulde rugzak, en een diepe rivier in te drijven. Het dichtertje in mij is namelijk een vrolijke, maar ook enigszins sentimentele jongen, zeer onzeker, verlegen en geneigd anderen zo min mogelijk lastig te vallen met zijn maaksels. Hij heeft maar een probleem, en dat is dat hij af en toe een gedicht schrijft en dat hij hoopt dat er iemand is die dat dan leuk vindt, of mooi, of heel misschien eens een keertje hilarisch of ontroerend. En nu kwam Anker en sloeg zijn stellingen met mokerslagen tegen mijn huisdeur. Mijn dichtertje heeft zich teruggetrokken in een donkere kast, handen over de oren, hoofd in de schoot. Hij roept dat hij van meneer Anker niet meer buiten mag spelen. Dat is te gek, dus ik neem het maar eens voor hem op. Wat hamert dat daar eigenlijk? Het hamert dat er veel misverstanden zijn over poëzie.

Misverstand 1: Dichten is gemakkelijk.

RA: Gemakkelijk dichten bestaat niet.

CC: ik wil een verschil maken tussen amateurdichten en professioneel dichten, al is de grens vaag. Wie zich als professioneel dichter presenteert, stelt zich bloot aan de criteria van het professionele dichten. Professioneel dichten is zeker niet gemakkelijk. Het is een vak, een ambacht. Het vereist talent, en kennis en vaardigheden die alleen door hard werken en veel zelfkritiek kunnen worden ontwikkeld. De meeste misverstanden die Anker aankaart, zijn misverstanden die bij niet-professionele dichters en hun lezers kunnen bestaan. Niet-professionele dichters schrijven vooral omdat ze er plezier in hebben. Ze doen vaak wel hun best, maar ze nemen het niet zo nauw met de strenge eisen. Toch hebben gemakkelijke gedichten ook bestaansrecht. Wie ze niet goed vindt, kan ze negeren. De meeste amateurdichters publiceren zelf en wie hun bundels niet goed vindt hoeft ze ook niet te lezen. Intussen hebben die dichters wel plezier in het schrijven, ze zijn blij als hun gedichten in een bundel verschijnen en zijn bereid daar kosten voor te maken. Van de reacties van hun publiek kunnen ze leren. Koopt niemand zo’n bundel, of hoort de dichter er nooit meer iets over, dan zou hij of zij genoeg moeten weten. Soms zit er echter heel goed werk tussen. Dan was de plezierdichter even onbewust bekwaam. De strengheid van Anker is terecht waar het professionele dichters betreft. Voor hen geldt wat voor alle kunstenaars geldt: kunst is alles, gaat voor alles en boven alles. De kunstenaar leeft voor de kunst en in de kunst. Intussen is er niets tegen dat miljoenen Nederlanders gedichten schrijven en publiceren. De plezierdichter mag het een beetje lichter nemen. Niemand heeft er last van en menigeen wordt er gelukkig van. Misschien moet ik een uitzondering maken voor de beklagenswaardige redacteuren van uitgeverijen, die bedolven worden onder een vloed van niet professionele poëzie. Toch durf ik te wedden dat heel veel niet professionele dichters wel degelijk heel zelfkritisch zijn en proberen zich te ontwikkelen. Ik ken er verscheidene.

Misverstand 2: Het wit is niet belangrijk

RA: een gedicht zwemt in wit. De dichter bepaalt de regellengte. De regellengte heeft een belangrijk aandeel in de adem/ het ritme van een gedicht. De regellengte maakt een gedicht vertikaal. Vroeger wees dit op God, tegenwoordig op diepte, op het innerlijk.

CC: De professionele dichter werkt voortdurend met de vorm. Hij worstelt met het wit. Maar de niet-professionele doet dat ook, al is dat soms minder bewust. Een niet-professionele dichter zal altijd ook het wit gebruiken, alleen vaak minder goed doordacht dan de professionele dichter, mogen we hopen. Toch weet ik zeker dat iedereen die meer wil dan Sinterklaasversjes schrijven, zich bewust wordt van het belang van het wit, van het ritme, van de adem, van de rusten in de dichtmuziek. Volgens mij is dit helemaal geen misverstand bij dichters die een heel klein beetje om zich heen gekeken hebben. De meeste regelmatig schrijvende dichters, ook de amateurs, weten dat het wit heel belangrijk is. Kortom: dit is helemaal geen misverstand.

Misverstand 3: Een gedicht vertelt een verhaal en moet begrijpelijk zijn.

RA: Het gedicht kent geen tijdsverloop en vertelt geen verhaal. Het is wel een tekst die over een gebeurtenis handelt. Het is mogelijk om van een gedicht te genieten zonder het te begrijpen. Andersom staat de ervaring van het lezen ver van de ontleding van een gedicht, die altijd teleurstelt.

CC: Wat is dit voor stelling? Waarom mag een gedicht geen verhaal vertellen, of is een verhalend gedicht geen goed gedicht? Is er nooit een tijdsverloop in een gedicht? Ik blader in de verzamelde werken van Kavafis. Ik lees Mark Strand. Veel gedichten van Collins beschrijven het leven uit één dag. Poëzie onderscheidt zich van proza, dat kan ik begrijpen, maar er zijn ook prachtige prozagedichten en er is boeiende verhalende poëzie. Ik begrijp dat Anker wil zeggen dat de dichter streng moet zijn, diepte moet zoeken, chronologie is misschien te gemakkelijk. Maar niet verboden! Niets is verboden in de kunst. Alles mag en alles moet mogen. Natuurlijke selectie zal het goede van het slechte scheiden.
De leeservaring en de belevenis van het begrijpen zijn twee soorten ervaringen met een eigen bestaansrecht. Net zo min als een muziekstuk of een schilderij is een gedicht verplicht begrijpelijk, gaat het allereerst om de schepping door de kunstenaar zelf, die een doel heeft of dat tijdens het schrijven ontdekt. Direct daarop volgt de pure ervaring tijdens het lezen. Maar gelukkig zijn er mensen die gedichten, muziekstukken en schilderijen in een context kunnen plaatsen, of zo kunnen ontleden, dat zichtbaar wordt wat de mogelijke betekenissen zijn. Zonder mijn leraren Nederlands, die archeologie van het gedicht bedreven en mijn kinderogen plotseling openden voor diepere lagen, historische verbanden, klankwondertjes en de functie van de vorm, was poëzie voor mij net zo’n veelbezongen maar onbereikbaar Arcadië gebleven als het voor zeer veel meer niet dichtende Nederlanders nog steeds is. Het verbod op uitleg ondersteun ik niet. Wel moet die uitleg altijd naast het gedicht staan en er niet voor in de plaats komen. De beroemde uitspraak ‘lees maar, er staat niet wat er staat’ mag wat mij betreft vervangen worden door ‘lees maar, er staat veel meer dan er staat’, in de zin van ‘er valt veel meer wonderbaarlijks te ontdekken.’ Maar ik zal het wel niet begrijpen. Zelfs mijn huidige hofdichter Collins schreef er dit over:

Inleiding in de poëzie

Ik vraag hen een gedicht te nemen
en het tegen het licht te houden
als een kleurendia

of een oor tegen zijn bijenkorf te drukken.

Ik zeg laat een muis in een gedicht vallen
en kijk hoe hij zijn weg naar buiten zoekt,

of loop rond in de kamer van het gedicht
en tast langs de muren naar een lichtknopje.

Ik wil dat ze waterskiën
over het oppervlak van een gedicht
zwaaiend naar de naam van de dichter
geschreven op het strand

Maar het enige dat ze willen
is het gedicht met touw vastbinden op een stoel
en er een bekentenis uit martelen.

Ze beginnen het met een eind tuinslang te slaan
om uit te vinden wat het werkelijk betekent.

Goed, laat ik het dan zo zeggen: het gaat er niet om dé betekenis van een gedicht er uit te wringen, maar om de betekenis, die het voor jezelf als lezer heeft, te onderzoeken. Dat vereist grote aandacht voor het gedicht, ontleden en interpreteren, wat komt naast de ervaring van het lezen zelf. Daarom ben ik zelf bijvoorbeeld gedichten gaan vertalen. Dat dwingt me om mij er in te verdiepen. Daarna probeer ik de betekenis die het voor mij heeft in mijn taal om te zetten, maar het origineel mag daarbij net zo min om het leven komen, als bij het martelen om de enige ware betekenis.

Misverstand 4: Rijm is verplicht

RA: rijm is niet verplicht! Klank en ritme wel, die maken taalconstructies tot poëzie.

CC: Dit begrijp ik, maar wisten we dat al niet? Rijm ondersteunt ritme en klank. Rijm is niet verplicht, nee, maar ook niet verboden. Rijm kan gebruikt worden als stijlmiddel, om te overdrijven, om de lach uit te lokken, maar ook om dreiging, gekte, sleur uit te drukken. Nu weet ik wat ik mis in de indrukwekkende uitleg van Anker. Ik mis de humor, de lach. Wat is die man ernstig! Het kan een misverstand zijn, misschien heb ik een ander gevoel voor humor, of misschien is er voor hem in de huidige, in veel opzichten grimmige, tijd geen ruimte voor lichtheid. Intussen is het waar: rijm is niet verplicht. Maar iedereen die zich serieus met dichten bezighoudt en dus veel leest, weet dit al lang.
Volgende keer nog meer misverstanden, al moet ik bekennen, dat ik het met de meeste die nog volgen wel eens ben.

Bookmark and Share

11 Kommentare op “Chris Coolsma. Ankerpunten: misverstanden over poëzie (1).”

  1. Riet :

    Dit was ‘n genotvolle en leersame blog hierdie om te lees – ek sien uit na deel 2!

  2. Lewies Botha :

    Baie nuttig vir my as tussen (amateur en profesionele) dig dig ter

  3. Lewies Botha :

    “professionele” spelling korreksie

  4. Albert Versfeld :

    Chris, hierdie is loshande een van die mees vermaaklike – én insiggewende – stukke wat ek nóg op Versindaba te lese kon kry. Beslis onder die “Wisselkaarten”. Ek is omtrent besig om ‘n groot fên van jou te word, want jou stukke is altyd so heerlik tong-in-die-kies. Dankie daarvoor. Ons sien uit na Deel 2. (Terloops, gaan jy jou Billy Collins-vertalings ooit publiseer? Dis wonderlike gedigte …)

  5. Louis :

    Chris, ek het hierdie inskrywing van jou enorm geniet; veral jou slotopmerking oor die rym en humor was vir my interessant, want dit het my summier herinner aan die sonnet-variasie (die Liechtensteiner) wat jy ontwikkel het en ook in ‘n privaatpublikasie (“De Snelwegheld en andere Liechtensteiners”) gepubliseer het …
    Wil jy nie dalk in ‘n kommentaar hieronder (vir die leesplesier van ons besoekers) een van jou Liechtensteiners plaas nie?
    Dan kan almal immers sien hoe rym ‘n enorme humorstuwing tot gevolg kan hê …
    Met waarderende groete,
    Louis

  6. Chris Coolsma :

    Riet, Lewies, Albert en Louis, ek moet allereers ‘n verbasingwekkend geval van levitasie rapporteer uit Noord Nederland. Daar is ‘n man die so halfweg boon die vloer van s’n woonvertrek sweef, naby s’n rekenaar. Hy straal een vreemdsoortig lig uit. S’n vrou sê nugter dit is dalk trots, dalk blydskap. Kom sit, het sy vir hom gesê, dat jy nie val nie. Ek het hom ‘n bietjie laat sweef daarbo en nu het hy weer afgedaal in s’n stoel.
    Ek is jammer, maar deel 2 is nie gereed nie. Ek worstel nog met die restant van Robert s’n misverstande. Hy klink so gesaghebbend en m’n digtertje het my versoek versigtig te wees. Maar ek span my in nu ek dreig ‘n groot fên te kry – dit veroorsaak levitasie en ek moet sê dit maak die werk met die rekenaar baie akrobaties.
    Louis, jy vra vir ‘n Liechtensteiner uit die bundel ‘Mogen wij even afrekenen’. Ek stel voor om ‘n blog te skryf omtrent die Liechtensteiner. Maar okei, hier is ‘n voorbeeld. Ek hoop dit pas in die kolofon van Versindaba, Louis. Het is baie seksueel eksplisiet.

    MIN BIJ VIJFTIG PLUS

    Hij is de vijftig gepasseerd,
    er was een groots en bruisend feest.
    ‘Het is een mooie tijd geweest,
    ik heb zoveel van je geleerd’.

    Daarna is hij ‘m snel gesmeerd
    met een Lolita die hem keest,
    waarmee hij stoer op Harleys racet
    en die zijn doodsangsten bezweert.

    ‘Mijn vrouw is plots een ouwe trut
    die het gemunt heeft op mijn centen,
    en ze heeft ook mijn dochter opgejut’,

    klaagt hij tegen zijn huppelkut,
    die teemt: ‘ maar jij bent toch mijn vent?’ en
    hem belazert bij zijn middagdut.

  7. Desmond Painter :

    Ha-ha! Chris, jy behoort te weet dat ek al ‘n hele tydjie lank ‘n GROOT fan van jou is, so jy kan gerus maar weer begin leviteer… Trouens, jy moet pasop, ek word dalk ‘n crazy stalker fan en kom klop aan jou voordeur wanneer ek weer in Nederland is!!

  8. Chris Coolsma :

    O ja, Albert, ik zou heel graag de vertalingen van gedichten van Collins uitgegeven zien, vooral omdat de gedichten zo goed zijn en beslist door heel veel meer mensen gelezen moeten worden. Maar omdat ik niet zo erg geloof in de kans dat zich een uitgever meldt, heb ik een uitstekend alternatief gevonden: publiceren op Versindaba! Intussen werk ik er gewoon aan verder en wie weet, eens op een dag komt het er van.

  9. Chris Coolsma :

    Sjoe, TWEE GROOT fêns-fans, tans bons ek teen hierdie plafon, Desmond. Laat weet as jy weer in Nederland is, dalk kan ek die voordeur oopset om jou sonder klop-klop te ontvang.

  10. Charl-Pierre :

    Baie vermaaklike en verkwiklike inskrywing van Chris Coolsma.

  11. Louis :

    Inderdaad, Charl-Pierre. Chris het toevallig vanoggend vir my sy volgende aflewering ter insae gestuur en al wat ek kan sê, is: Die lesers moet solank hul brille skoonmaak, want hier kom ‘n ding … Beslis iets om solank na uit te sien. 🙂
    Louis