Chris Coolsma. Ankerpunten: misverstanden over poëzie (2).

In de eerste aflevering over de Ankerpunten besprak ik vier van de misverstanden over de poëzie die Robert Anker signaleert. De drie moeilijkste heb ik voor het laatst bewaard. Ze zijn moeilijk, omdat ze zo overtuigend zijn, terwijl ik er toch vragen bij heb. Dat ga ik nu proberen uit te leggen. Daarbij weet ik dat alleen de lijst Ankerpunten zelf al prikkelend genoeg is voor iedereen die serieus met (ge)dichten bezig is. Toch wil ik er aan toevoegen wat ik er van denk.

Misverstand 5: Gedichten hebben niet noodzakelijk een bedoeling

RA: Ook al is het begrijpen van een gedicht niet altijd eenvoudig, het heeft altijd een bedoeling.

CC: Ja, ja, dit is waar, denk ik allereerst. Maar is het een misverstand? Ik begin maar eens met mijn kleine verzameling eigen werk te bekijken, alles wat voorlopig nog niet is afgekeurd. Ik leg de gedichten allemaal weer onder het vergrootglas en vraag me af of ze een bedoeling hadden of niet. Dan ontdek ik, dat ‘bedoeling’ een zeer breed begrip is. Het begint al met de beslissing om een gedicht te schrijven. Waarom doe ik dat? Moeilijke vraag! In mijn verzameling (inmiddels heb ik er nog drie met harde hand uit verwijderd, zelfs al hadden ze een bedoeling, kwam er veel wit in voor, en begreep ik niet alles wat er stond) zie ik dat ik soms gewoon zin had, soms een opdracht kreeg (oei, oei, mag dat wel, zie volgend misverstand), soms kwaad was of spottend wilde reageren, soms vooral op klank uit was, soms wilde oefenen met strenge vormen. Bedoeling betekent echter ook: wat wil ik in het gedicht uitdrukken. En ja, ik wil met iedere regel en zelfs ieder woord iets uitdrukken, in die zin is een gedicht bedoelingszwanger.
Ik ben het dus met Anker eens, maar geldt dit niet altijd voor iedere kunsthandeling? Een schilderij, beeldhouwwerk, gedicht, verhaal, installatie, fotoreeks, foto, of welke uiting dan ook, werkt pas als er een bedoeling aan ten grondslag ligt. Anders is het maar wat geknoei, dat dan ook snel door de mand zal vallen. In elk geval de bedoeling om iets te maken dat nieuw is, orgineel, iets uitdrukt, of iets raakt bij de beschouwer. Anker heeft het misschien over het grote misverstand onder mensen, die Karel Appels beroemde uitspraak ‘ ik rotzooi maar wat an’ hebben opgevat als een brevet van onvermogen. “Zie je wel, die kunstenaars doen maar wat, ze hebben geen bedoeling. Dat blijkt immers wel, want wat ik zie, hoor, lees, begrijp ik niet, het doet me niets, het is daadwerkelijk rotzooi”. Ondertussen was ook alles dat Appel maakte bedoelingszwanger. Ik moet Robert Anker echt gelijkgeven. Wat hij zegt bedoelt hij, denk ik, niet allereerst voor de serieuze schrijver (professioneel of bevlogen amateur) maar voor wie niet wil begrijpen wat (dicht)kunst is. Kunst heeft een bedoeling, beginnend bij een drang om iets te zeggen, zonder dat al helder is wat er gezegd zal gaan worden. Wat er uiteindelijk gezegd wordt, zal uitkomst zijn van hard werken en het wordt gezegd opdat iemand luistert, niet om volledig te begrijpen, maar wel om geraakt te worden. Het doet er in wezen niet zoveel toe hoe. Tussen de ogen, in de maag, in het hart, of waar in de anatomie der gevoelszetels dan ook. Wie schrijft er om niet gehoord te worden, niet te raken? Wie het ook is, uiteindelijk zal niemand meer naar hem of haar luisteren.

Misverstand 6: Een gedicht is een poging tot verwoording van een reeds aanwezig gevoel of idee.

RA: Het ontwikkelingsproces van een gedicht produceert een idee of gevoel. De dichter moet dus ontvankelijk zijn terwijl hij bezig is. Het schrijven van een gedicht is een annunciatie, er wordt iets opgeroepen, er ontstaat een gevoel van benadering, van ritme. De vraag naar uitleg is dan ook onzin, de dichter begrijpt het gedicht ook maar half.

CC: Volgens mij zijn er vele manieren om aan een gedicht te beginnen. Laten we ze tot twee beperken. De ene begint met een idee, of een gevoel, dat je wilt beschrijven. Je kunt er een schilderij van maken, gaan fotograferen, een verhaal schrijven, aan het kleien gaan, een gedicht schrijven, enzovoort. Tijdens het schrijfproces moet je ontvankelijk zijn voor ideeën, het gedicht kan nog alle kanten op, als je rijmwoorden kiest kunnen die je in onverwachte richtingen sturen, maar ook streng afbakenen wat er in je gedicht kan gebeuren. Ik probeerde laatst te beschrijven hoe het was om jong te zijn, dat was trouwens een opdracht, en al snel waren er een paar gevoelens die ik wilde verwerken in het gedicht (het werden vijf gedichten, voorlopig). Ze hadden te maken met geheimen van de ouders, weemoed, oerherinneringen, geuren, Fernweh, ontluikende sexualiteit. De gedichten die uiteindelijk ontstonden voldoen verder aan de Ankerpunten. Ik probeerde open te staan, iets op te roepen, iets te benaderen. Het ritme ontstond haast vanzelf, maar daarna moest ik er nog lang aan vijlen en hameren. Eerst dacht ik dat de cyclus af was, maar ik ben nog steeds bezig met oproepen, benaderen van het moeilijk benaderbare, structuur, ritme.

De andere manier begint met de zin (of de drang) om te schrijven, je stelt je open, het is zover, je leest wat andere gedichten, je kijkt om je heen, je begint en als je geluk hebt is er na lang ploeteren iets ontstaan dat voorlopig af is. Ik vind dat de stelling op z’n minst te streng is, dat is eigenlijk mijn ongenoegen. Een poging om een reeds aanwezig idee of gevoel in een gedicht onder te brengen kan een heel goed gedicht opleveren. Maar of je begint met een idee of alleen met de drang om te schrijven, het schrijfproces zal moeten voldoen aan de overige Ankerpunten: ontvankelijkheid, annunciatie, een gevoel van benadering (nooit van te voren weten wanneer het af is en hoe het er dan uit zal zien.)

Nu nog de vraag naar uitleg. Dat punt kwam al eerder ter sprake. De vraag naar uitleg is naar mijn stellige overtuiging geen onzin, want het kan de lezer nader tot de dichter brengen, het kan licht op het gedicht werpen waardoor het gaat glanzen, je kunt er als lezende dichter veel van leren. Je moet het echter niet aan de dichter vragen, maar als lezer zelf het werk doen. Alleen dan kan je je het gedicht eigen maken. Wil je dat niet, doe het dan niet. Hier stem ik volledig in met Anker: zeur dan niet en ga buiten spelen (mijn woorden). Of zoals Johannes Brahms knorrig geantwoord schijnt te hebben op de kritiek dat zijn latere pianowerken moeilijk waren: “Ik schrijf voor volwassenen”.

Misverstand 7: Een gedicht verwoordt op een moeilijke manier iets dat ook anders, simpeler gezegd kan worden.

RA: Lees maar, er staat niet wat er staat. Een gedicht brengt zichzelf tot stand en opent iets dat zich slechts door lezen openbaart.

CC: Amen! Een gedicht is bij uitstek het op een andere manier zeggen dan wat al gezegd was. Maar niet noodzakelijk op een moeilijke manier. De lezer moet moeite doen, het kan niet vaak genoeg gezegd worden. Maar de dichter is er niet op uit iets moeilijk op te schrijven dat ook simpeler gezegd kan worden. Wel is hij op zoek naar een andere manier van zeggen. Dat betekent op een andere manier kijken, op een andere manier denken en op een andere manier in woorden uitdrukken. Ik ben geneigd er aan toe te voegen dat een gedicht niet is geschreven voor de dichter zelf, maar om gelezen te worden. Het openbaart zich in die zin inderdaad door lezing. Nou ja, goed, ik beken, ik hou wel van enigszins toegankelijke poëzie. Ik ben behoorlijk lui. Ik kan ook alleen maar toegankelijke poëzie schrijven. Ik wil zelf begrijpen wat ik heb geschreven. Dat wil niet zeggen dat ik mezelf niet verras en het is waar dat er soms iets ontstaat dat ik pas achteraf kan duiden.
En zo komen we bij de kern van de zaak. Althans bij de kern van wat ik zelf vind en waar Robert Anker me heengeleid heeft. Hij heeft me gedwongen om na te denken, dat is het fantastische van zijn essay. Ik werd daar eerst wel nogal bang van, en narrig, zoals geschreven. Maar dichtertje zit nu op mijn schouder en heeft plechtig beloofd dat hij meer zijn best zal doen. Ik ben wel een klein dichtertje hoor, piepte hij. Dus ik kan maar een klein beetje mijn best doen. Hou je mond, heb ik gezegd. We komen tot de kern en zwam er nu niet doorheen. (Geluid van plechtig schrapen van een keel.)

Alles mag, niets moet. Alles moet mogen. Maar ook: kunst (dichten) moet. Dat zijn de hoofdregels van de kunst. Ik bedoel, je mag alles proberen. Maar wie er niet alles voor opzij wil zetten en zich er met huid en haar aan wil overgeven, die kan er beter niet aan beginnen. Want dan wordt het niets, of in elk geval is de kans daarop klein. Deze hoofdregel spiegelt zich in de lezer. Die moet zich ook met huid en haar overleveren, als hij wil ontdekken wat er te ontdekken valt. Niet dat modernverwende consumentengedrag van: ik wil NU bevredigd worden. Dat mag ook, alles mag, maar daar is al genoeg van.
Nu dacht ik dat ik er was, maar ik mis nog iets. Dat is talent. De professionele dichter heeft iets te zeggen en kan dat op een originele manier zeggen. Hij heeft inzicht. Ook in die zin is dichten, kunst beoefenen, niet gemakkelijk. Ik vind het zelf in elk geval ontmoedigend moeilijk.
Het voorgaande kan ik samenvatten in een beroemde dichtregel van een van de fijnste, meest getalenteerde en meest geliefde dichters van deze tijd: Leo Vroman. Hij schreef: “scheppen, riep hij, gaat van AU!” En ik echo: “Lezen, roep ik, gaat van AU!”

En nu ik het tot slot toch over Vroman heb, laatst las ik in zijn laatste bundel ‘Soms is alles eeuwig’ (Querido, 2009) het toepasselijke:

ZOMAAR

Waarom moet iets altijd
ergens over gaan?
Ik wil ook niets weten
van een draad in mijn bestaan.

Die heb ik net zo graag kwijt
als een haar in mijn eten.
De kwestie is:
de woorden hebben allemaal
een soort van betekenis.

Wie zou kunnen praten
zonder enige taal
praat een sonate.

Dichtertje kijkt mij nu droevig aan. Dat zal ik nooit kunnen, zucht hij. Nee, zeg ik, maar je hebt toch wel opgelet? Dichten is niet eenvoudig. En nu aan het werk. Begin eerst maar scherper te observeren. Het gaat om het onzichtbare achter het zichtbare, zei Marianne Moore.

Bookmark and Share

2 Kommentare op “Chris Coolsma. Ankerpunten: misverstanden over poëzie (2).”

  1. Riet :

    Heerlike stuk om te lees Chris! My kop draai behoorlik … Is dit nou op? Of gaan jy ons darem trakteer met ‘n nommer 3 ook? groete.

  2. Chris Coolsma :

    Baie dankie, Riet! Ek is jammer, die Ankerpunte is op, nommer 3 is nie beplan nie. Maar in my kop draai dit ook nog stadig deur. Die ankers is nie so vas as ek verwag het nie. Mooi loop!