Chris Coolsma. Wereldpremière: een nieuwe versvorm.

Al jaren is het Handboek voor plezierdichters (Bzztôh, Den Haag 1983) van de hand van drs P. onmisbaar naslagwerk en inspiratiebron bij het boetseren van gedichten op wat lichtere voet. Daarnaast staat zijn heerlijke boekje Esmeralda of de macht van het woord (Wolters, Groningen 1989) op mijn bijdehandse plankje. De daarin tentoongestelde spicht hielp ooit mijn rijmbrommertje weer op gang. Voor wie het ontgaan mocht zijn, de spicht is een tot zes lettergrepen versmalde ollekebolleke.

Op een mooie

Zomerochtend

Schreef ik met

Een blij gezicht

Voor het eerst dit

Uitgedunde

Versje, kijk maar goed:

Het is een Spicht!

Een jaar lang schreef ik alle wedstrijdverslagen van mijn hockeyelftal in deze vorm en bundelde ze in het boekje Pakdiebalda! (Roden, 1991). Dat was een goeie oefening. Later inspireerde drs P. me tot de uitvinding van de Liechtensteiner, een opzettelijk versmalde sonnetvorm, waarover later misschien nog wel eens meer. Het is allemaal onschuldig vermaak. Nu is het dan weer tijd om, met een klaroenstoot, een plezierdichtvorm toe te voegen aan de verzameling. Volgens de onvolprezen systematiek die drs P. gebruikt in het Handboek, licht ik de kenmerken van deze opwindende versvorm toe. Ziehier de:

Vuvuzela!

De vuvuzela! behoort tot de klasse van de ollekebolleke, maar kan ook als seriedicht worden toegepast, door een koor van vuvuzela’s!! samen te stellen. Deze dichtvorm kent meestal 15 regels, maar het mogen er ook meer zijn, als de behoefte om anderen lastig te vallen onbedwingbaar blijkt. Het rijmschema is gelijk aan dat van de spicht, maar er mag mee geëxperimenteerd worden. Als men eenmaal lekker in het ritme zit, gaat het vanzelf. Een vuvuzela! eindigt wel altijd met het geluid  van een gekmakend getoeter. Slotwoorden kunnen variëren. Mogelijkheden zijn OET, EP,ÈÈ, maar in beginsel is ieder geluid toegestaan dat met een vuvuzela! kan worden voortgebracht en irritatie oproept. Ook het geluid dat een vuvuzelabespeler maakt als hij langzaam gewurgd wordt, zou zijn toegestaan als er al een klank voor bestond. Voorlopig moeten we het doen met ‘ùùùùùùggggg.’

Het metrum is de anapest, maar dan in het meervoud. Voor dichters met een wat traag werkende rijmklier werkt de naam van de versvorm als ezelsbruggetje. De slotregel eindigt op een zuivere anapest.

Karakteristiek aan de vuvuzela! is dat hij altijd irritant, schreeuwerig en rustverstorend is. Het is echter ook toegestaan, opeens obsceen, grappig, vrolijk of triomfantelijk te worden, als het maar hinderlijk is. Omdat deze dichtvorm nog in de wieg ligt – sommige etymologen denken dat ‘vuvuzela’ een uit het Zulu stammende term voor huilbaby is – , zijn allerlei ontwikkelingen nog mogelijk.

De vuvuzela! kent een interessante geschiedenis. De dichtvorm is ontstaan in het hoofd van schrijver dezes, op 28 juni 2010, tijdens een fietstocht van Roden naar Groningen. In die dagen was het wereldkampioenschap voetbal aan de gang in Zuid Afrika. In dat land is de vuvuzela een traditioneel instrument, dat ontworpen is om tijdens voetbalwedstrijden het humeur (en het gehoor) van anderen zoveel mogelijk te bederven ten faveure van de eigen lol. Bij gebrek aan accu’s (kostbaar) was de brandweersirene in dat land geen succes geworden. De plaats van dat neuroseverwekkende instrument werd op een dag ingenomen door een roeptoeter. Het verhaal gaat dat de eerste gebruiker van de vuvuzela na een wedstrijd op geheimzinnige wijze verdwenen is. Slechts het mondstuk van het apparaat is later teruggevonden in de toiletten van het stadion. Andere bronnen vermelden dat een fabrikant van gehoorapparaten ontevreden was over zijn omzet. Hoe dan ook, de vuvuzela is aan een oorverdovende triomftocht door de wereld begonnen. De eerste moorden op bespelers van het ding zijn al gemeld. In London, Engeland, is in navolging van de Society for the Reinstallment of the  Deathpenalty for Leaf Blowers nu de Coalition for Destruction of all Vuvuzelas opgericht. Daar staat tegenover dat in landen waar meer lawaaitolerantie bestaat, inmiddels de eerste Vuvuzela-ensembles zijn gevormd. Zo kent het beroemde Konzerthausorchester uit Berlijn een Vuvuzelasectie. http://www.decontrabas.com/de_contrabas/2010/06/even-inblazen.html

Het werd dus hoog tijd om ook de dichterswereld lastig te vallen met de vuvuzela! Hoewel er verwantschap lijkt te bestaan met limerick, ollekebolleke en spicht, is dat slechts schijn, die voortkomt uit het metrum. In werkelijkheid zijn zowel de toeter als de dichtvorm op andere wijzen cultureel steviger verankerd. Het instrument vuvuzela gaat volgens sommigen terug naar een zeer oud heilig ritueel op een berg, waar slechts door uitverkorenen op een soortgelijke toeter mag worden geblazen. De dichtvorm daarentegen heeft duidelijke verbanden met het grafisch expressionisme van de Vlaamse dichter Paul van Ostaijen (zie bijvoorbeeld Bezette Stad, in Verzameld werk, poëzie 2, Bert Bakker/Daamen Den Haag 1963, met name het gedicht ‘Zeppelin’). Verder herkennen we in de slotregel van de vuvuzela! een subtiele verwijzing naar het beroemde gedicht ‘Oote, oote, boe,’ van de Barbarberdichter Jan Hanlo Sommigen hebben beweerd, dat er verwantschap is met een groeiende rij isogrammen, zoals afgebeeld op pagina ‘is’ van Battus’ Opperlans! Taal en letterkunde, Querido 2003. Er is echter nog geen vuvuzela! bekend die de strenge structuur van die vorm heeft, hoewel er een opvallende structurele overeenkomst is:

o

ot

toe

toet

stoet

roetst

stretto

testrots

strotpest

strooptest

testpastoor

oortestpasta

opspattoaster

sporttoetspaar

paardtoetssport

papatoetersdorst

De versvorm vuvuzela! heeft kortom eerbiedwaardige culturele wortels en kan worden beschouwd  als een volgend broddellapje aan het door de eeuwen heen geweven tapijt van de poëzie, zodat we tenminste ook van intertekstualiteit kunnen spreken. Nu heb ik het begrip poëticaal nog niet gebruikt, maar er moet iets over blijven voor de recensenten. Tijd om er op los te toeteren met een laatste uitleg voor de langzamen van begrip:

In een

ver en

vreemd

verleden

is de vorm

die u hier ziet

ondanks schiet-

en smeekgebeden

toch ontstaan al wou

men ‘t niet. Dit loopt uit

op moord en doodslag heeft,

zo schijnt, een man gezegd, maar

het ding is toch gekomen en moet dus

hier goed uitgelegd. Toet-toet-TOET-toet

toet-toet-TOET-toet, toet-toet-TOEOEOE

TOET!!

u had

het wel

begrepen

aan het eind

wordt er getoet

maar u mag met

toet beginnen want

dat klinkt vaak ook wel

goed. En het metrum: ja, u ziet

het: anapesten, rij na rij, verder is

het vers een geste van jolijt en toeterij.

Toet-toet-TOET-toet, toet-toet-TOET-toet

Tet-terre-TET-tet. Tet-terre-TET-tet. Poe-poe-POEOE

Bookmark and Share

3 Kommentare op “Chris Coolsma. Wereldpremière: een nieuwe versvorm.”

  1. Myriam Gommers :

    Chris, uiterst, maar dan ook uiterst origineel! Ongelooflijk leuk verzonnen!
    Deze unieke versvorm kan niemand jou meer afpakken!
    De vuvuzela zal nog héél lang in mijn brein blijven doorklinken:
    Toet-toet-TOET-toet, toet -toet – TOET -toet
    Tet-terre – TET – tet. Tet -tettere – TET – tet. Poe -poe -POE

  2. Chris Coolsma :

    Maar wel oordopjes indoen hoor, Myriam. Wat dat betreft lijkt de vuvuzela trouwens opmerkelijk veel op de geluidsinstallaties bij pop- en jazzconcerten. Men moet tegenwoordig naar die muziek luisteren met oordopjes in de oren. Dat is net zoiets als praten met een prop in je mond en geuren opsnuiven met propjes in je neusgaten. Absurd eigenlijk. Maar inderdaad, toetereTOE!

  3. Myriam Gommers :

    Chris, we gaan er vanavond weer tegenaan!!!
    Toetere TOE…….