Jan Pollet. Typetje Duinker

Typetje Duinker

Als de doos opengevouwen is
en je denkt dit is het karkas van de doos
je weet wel, opengeflapte armen en benen
die je meer aan een gekruisigde
kruidenier dan aan een doos doen denken

Dus de geraamtelijke eindtoestand
is schijn om het kort te houden
want wat blijkt elke flap
verbergt op zijn beurt een nieuwe open te flappen flap
en deze laatste is niet de laatste want
weer openflapbaar. Zeno is in the house.

Het verhaal van het einde is een lang verhaal
Het verhaal van de vader is al verteld op feestjes.
wat niet wegneemt dat er nieuwe feestjes verwacht worden
dankzij de gemeenschappen van tellers en noemers

Het verhaal van de doos begint met ‘en’
zo voordelig kan het zijn.

(Geregeld zal ik in deze experimentele reeks nieuwe dichters-typetjes brengen. Deze typetjes zijn tot mislukken gedoemde pogingen om het poëticale bolwerk van een geliefd en bewonderd dichter binnen te dringen. De methodiek is het paard van Troje.  Als het lezen van de gedichten niet meer volstaat, blijft er weinig anders over dan de dichterskern binnen te glippen en van daaruit verborgen zonnestralen te ontdekken.  Kans op slagen is nihil, en dat is maar goed ook. Wie te dicht bij de zon rondhangt, et cetera. Dit zijn zeker geen pastiches zoals Paul Claes destijds pleegde op Richard Minne, Guido Gezelle, …. Ze neigen eerder naar de typetjes die Van Kooten en De Bie in de jaren 80 neerzetten maar dan zonder karikatuur of parodie in de buurt.)

Arjen Duinker (1956)

Bookmark and Share

Los kommentaar