Vrouwkje Tuinman. Nachbarin

Ik heb voor het eerst een boek van mezelf gelezen.

Natuurlijk lees ik wel eens vaker iets van mezelf, om precies te zijn lees ik alles wat ik schrijf hardop, tien, twintig keer voordat het af is. Of ik denk dat het af is. Maar al na de tweede keer is dat geen lezen meer, maar analyseren, uitproberen, luisteren hoe het klinkt.

Hoe anders werkt het als je je eigen werk, vermomd als Duits boek, te zien krijgt. In september verschijnt de roman Nachbarin, en mijn naam staat er op, dus ik zal het wel geschreven hebben. Maar ik kan het haast niet geschreven hebben, want ik moet er zelf af en toe om lachen. En ik zie allemaal subthema’s waarvan ik was vergeten dat ik ze er ooit in stopte. Nachbarin is best een aardig boek, terwijl Buurvrouw al lang ‘werk’ geworden was.

Ondertussen leer ik Duits. Mijn Duitse taalkennis bestaat uit zes jaar naamvallen toepassen op de middelbare school, en verderop in mijn leven nog een stapel musicologische boeken lezen. Daarmee kun je in de praktijk nog geen brood kopen. Laat staan over je eigen werk praten.

Nachbarin is het eerste Duitse fictiewerk dat ik sinds mijn 17de heb gelezen. Voor de komende week liggen klaar:

- Vielleicht nur Teilzeit van Tom Combo, een boek dat deze auteur me al in 2002 gaf, en dat sindsdien op de plank ‘nog lezen’ stond.

- Stadt der Engel van Christa Wolf, wat me vooral aantrok vanwege de ondertitel: Oder the Overcoat of Dr. Freud.

- En voor in de trein, als ik me vanwege alle plaudernde mensen niet kan concentreren, Brigitte, een glossy over mode en make-up. Zodat ik straks behalve een brood ook nog andere belangrijke zaken kan kopen.

En Nachbarin zelf dus. Want ik moet oefenen. Oefenen. Oefenen. Tot ook dat boek weer ‘werk’ is geworden.

Bookmark and Share

Los kommentaar