Joris Cornelissen. Het Afrikaans in de armen gesloten

De tweeslachtige houding van de Nederlandse politiek ten aanzien van het Afrikaans is definitief omgeslagen in een uitgesproken Nederlandse liefdesverklaring. Vijftien jaar na de eerste vrije democratische verkiezingen in Zuid-Afrika zet de Nederlandse politiek aan tot veel meer samenwerking tussen het Afrikaans en Nederlands. Daarbij heeft opname van het Afrikaans in de Nederlandse Taalunie de sterke voorkeur. Dit blijkt uit onlangs gevoerde vraaggesprekken met Nederlandse Tweede Kamerleden hierover. Zij komen aan het woord in dit eerste deel van een tweeluik over de aandacht voor de Afrikaanse taal in Nederland. De  Nederlandse taalorganisaties komen in deel twee aan bod.

                                        

Afrikaans in de lift

Het Afrikaans staat steeds meer in de belangstelling in Nederland. Zo krijgt de culturele uitruil tussen Afrikaans en Nederlands voorzichtig meer gestalte. Meer muzikale en literaire optredens vinden over en weer plaats. Stef Bos, maar ook jazz-zangeres Denise Jannah zijn bekende namen in de Afrikaanstalige gemeenschap van Zuid-Afrika. Zangers als Gert Vlok Nel, Chris Chameleon en dichter Antjie Krog zijn inmiddels vaak en graag geziene Afrikaanstalige gasten in Nederland.

Een recente peiling van het Genootschap Onze Taal in oktober 2008 laat interessante feiten zien: van de massaal reagerende Nederlanders, Vlamingen en opvallend veel Zuid-Afrikanen antwoordt maar liefst 95% positief (enthousiast, soms bijna smekend) op de vraag ‘moet de Nederlandse Taalunie het Afrikaans ondersteunen?’

Ook de politiek heeft zich in 2008 over het Afrikaans laten horen: Frans Timmermans, staatssecretaris Buitenlandse Zaken, en Bert Anciaux, Vlaamse minister van Cultuur en voorzitter van het Comité van Ministers van de Nederlandse Taalunie, pleiten onafhankelijk van elkaar voor een veel intensievere samenwerking tussen het Nederlands en Afrikaans.

 

 

Namens de politiek zijn geïnterviewd:

Jan Schinkelshoek:       Tweede Kamerlid CDA

John Leerdam                Tweede Kamerlid PvdA

Atzo Nicolaï                               Tweede Kamerlid VVD

Allen zijn woordvoerder cultuur en/of taal namens hun partij.

Daarnaast zijn zij lid van de (controlerende) Interparlementaire     Commissie van de Nederlandse Taalunie (www.taaluniversum.org).

Bert Anciaux:                  Voorzitter van het beleidsbepalende Comité van Ministers van de Nederlandse Taalunie. Hij is tevens Vlaams minister van cultuur.

De Nederlandse Taalunie stelt namens de Nederlandse, Vlaamse en Surinaamse overheid het Nederlandse taalbeleid vast en voert dit uit.

 

Nauwelijks beleid

Geen van de politieke partijen (CDA, PvdA,VVD) heeft enig geformuleerd beleid over het Afrikaans blijkt uit gesprekken met Jan Schinkelshoek (CDA), John Leerdam (PvdA) en Atze NicolaI (VVD). Schinkelshoek vindt het wenselijk dat binnen zijn partij beleid over het Afrikaans wordt opgenomen. Nicolaï: ‘beleid over het Afrikaans zou kunnen worden opgenomen binnen de ruime context van bestaand beleid over het Nederlands.’

Het beleid van de Nederlandse Taalunie ten aanzien van het Afrikaans is summier en indirect. In het Meerjarenplan 2008-2012 staat: ‘Het beleid speelt nu voorzichtig in op de taalverwantschap tussen Nederlands en Afrikaans. De tijd lijkt daarvoor rijp, nu er in Zuid-Afrika een veranderende houding is ontstaan ten aanzien van het Afrikaans […].’ Desgevraagd bevestigt Anciaux dat het beleid over Afrikaans en de uitvoering daarvan erg voorzichtig is, maar hij ziet niettemin een positieve tendens.

 

Een welwillende houding

De politici vinden eensgezind dat de houding van Nederland en de Nederlandse politiek definitief ten gunste van het Afrikaans is veranderd. Schinkelshoek en Leerdam vinden in hun partijen “een veel betere voedingsbodem voor Afrikaans en zelfs voor taalpolitiek in het algemeen.” Zij vinden dat omzichtigheid geboden blijft bij de manier waarop Nederland aandacht voor het Afrikaans vraagt bij Zuid-Afrika. “Die benodigde omzichtigheid mag echter niet langer als een Nederlands excuus worden aangegrepen om niets te doen”, benadrukken beiden. Anciaux meent dat de voorzichtige aanpak tot nu toe heeft geleid tot een steeds vruchtbaardere bodem voor samenwerking met Zuid-Afrika: “Te veel druk uitoefenen was waarschijnlijk contra-productief geweest”, zegt hij. Nicolaï weet uit eigen ervaring dat het Afrikaans in Zuid-Afrika veel minder als een besmette taal wordt gezien dan veel Nederlanders denken. Hij doet dan ook een oproep aan Nederlanders om zich vooral zélf in Zuid-Afrika een oordeel te vormen over de beleving van de Afrikaanse taal. Anciaux geeft aan: “tijdens regelmatige bezoeken aan Zuid-Afrika de afgelopen tien jaar heb ik de houding over Afrikaans drastisch zien verbeteren. Tien jaar geleden kreeg ik nooit in het Afrikaans antwoord als ik eens Nederlands sprak met collegaparlementariërs, nu wel. De Zuid-Afrikaanse regering gaat nu veel pragmatischer om met het Afrikaans en ziet het vooral als een belangrijke landstaal en een belangrijk communicatiemiddel.” Ook Leerdam ziet de weerstand tegen het Afrikaans in Zuid-Afrika wegebben.

.

Afrikaans in de Nederlandse Taalunie

De bewindslieden vinden dat het Afrikaans in een of andere vorm in de Nederlandse Taalunie moet worden opgenomen en dat de Taalunie een veel nadrukkelijkere leidende rol moet nemen in de samenwerking tussen Nederlands en Afrikaans. Met de woorden ‘langzaam en voorzichtig’ probeert Anciaux de verwachtingen ten aanzien van de Taalunie te temperen. Hij ziet als geen ander de organisatorische implicaties voor de Taalunie van een intensievere samenwerking met het Afrikaans. “Maar dát de samenwerking tussen het Nederlands en Afrikaans fors moet groeien staat als een paal boven water”, vindt Anciaux.

Terloops meldt Schinkelshoek nog dat in 2008 Tweede Kamerlid Joop Atsma (CDA) een verzoek aan de Taalunie deed om samenwerking te zoeken met het deels Afrikaanstalige Namibië. Atsma deed dit voorstel namens een politiek breed samengestelde delegatie Nederlandse Eerste en Tweede Kamerleden (CDA, PvdA, VVD) na een bezoek aan Zuidelijk Afrika. Daar spraken zij met Namibische parlementariërs over dit onderwerp.

 

Kans tot culturele verrijking

Gevraagd naar wat Nederland kan en moet doen voor de positie van het Afrikaans vinden de bewindslieden dat de culturele, literaire en wetenschappelijke contacten tussen Nederlands en Afrikaans flink moeten worden uitgebreid. ‘Een enorme kans tot  culturele verrijking’ luidt het eensluidende oordeel. Leerdam, naast parlementariër ook regisseur van de deels Afrikaanstalige theaterproductie Amandla die binnenkort ook in Zuid-Afrika te zien zal zijn, ziet in die contacten ook een duidelijke rol weggelegd voor Vlaanderen, maar zeker ook Suriname, Aruba en de Nederlandse Antillen.

 

Op de basisschool beginnen

De woordvoerders zijn het erover eens dat er nog een groot informatiegat bij Nederlanders en Vlamingen over het Afrikaans bestaat dat gedicht moet worden. “Onbekend maakt onbemind” luidt de redenering. Op de vraag ‘moet Afrikaans enige aandacht krijgen op de Nederlandse en Vlaamse basisscholen’ is iedereen zonder aarzeling vóór. Schinkelshoek, een groot liefhebber van de gedichten van de Zuid-Afrikaanse Elisabeth Eybers, wil de Afrikaanse taal ook een plaats geven in de Nederlandse historische canon. In het Nederlandse en Vlaamse Internationaal Cultuurbeleid, waarin Zuid-Afrika als prioriteitsland geldt, dient het Afrikaans een prominente rol te krijgen, zo vindt men unaniem. Leerdam vindt: “substantiële geoormerkte budgetten moeten daarvoor beschikbaar worden gesteld”.

De verdwijnende “Apartheidssmet”

Eensgezind denken de bewindslieden dat door blijvende en groeiende culturele uitwisseling en contacten de ‘Apartheidssmet’ langzaam zal verdwijnen. Gevraagd naar hoe het Afrikaans zich dient te positioneren als taal zeggen Nicolaï en Anciaux: “Afrikaans is de moedertaal van vele verschillende gemeenschappen en bovendien de belangrijkste moedertaal van de zogenaamde kleurlingen. Bij veel Nederlanders is dit onbekend”. Schinkelshoek vindt: “We moeten openlijk praten over de jaren van Apartheid, maar er moet ook tegenwicht worden geboden aan de onlogische veroordeling van het Afrikaans. Het Engels en Duits zijn toch ook niet blijvend veroordeeld vanwege kwalijke historische gebeurtenissen”. Schinkelshoek vindt bovendien belangrijk dat gewezen wordt op de gemeenschapelijke taalbron van Afrikaans en Nederlands. 

 

Woordontleningen en nieuwe woorden

Moeten de talen, waar mogelijk, langzaam naar elkaar toegroeien werd gevraagd.

Anciaux ziet het voordeel van onderlinge verstaanbaarheid, maar benadrukt dat het om twee aparte talen gaat. Woordontleningen en samenstellen van nieuwe woorden over en weer

ziet hij, net als Schinkelshoek, als “nuttig en verrijkend, hoewel geen rol van de politiek.” De Zuid-Afrikaanse dichter Antjie Krog sprak in de NRC van 28 januari jl. vergelijkbare woorden: “[…] het overtuigde mij ervan dat Afrikaans in de buurt van Nederlands moet blijven […]”. Regionale variëteiten zijn volgens Schinkelshoek een absolute verrijking, maar een gemeenschappelijke stam blijft belangrijk om onderling verstaanbaar te blijven. Ook Leerdam ziet vooral voordelen van (enig) toegroeien van de talen. 

 

Een mooie toekomst, maar werk aan de winkel   

De politiek is positief over de situatie van het Afrikaans over 25 jaar, maar Nicolaï waarschuwt ‘niets gaat vanzelf.” Leerdam spoort aan tot “investeren in professionalisering van organisatie en structuren” en Schinkelshoek meent dat groei van de contacten tussen Afrikaans en Nederlands een absolute voorwaarde zijn voor een goede toekomst van het Afrikaans. Anciaux, hoewel positief gestemd over het Afrikaans, realiseert zich dat veranderende politieke verhoudingen in Zuid-Afrika altijd roet in het Afrikaanse eten kunnen gooien.

 

Na de woorden de daden

De bereidheid van de Nederlandse politiek lijkt groot om iets substantieels te doen voor de Afrikaanse taal. De politiek vindt de Nederlandse Taalunie daarvoor de geëigende aanjager vanuit Nederland en Vlaanderen en dient een veel sterker leidende en nadrukkelijke rol te pakken dan nu het geval is. Of de Nederlandse Taalunie deze rol ook kan en gaat invullen is de vraag en uitdaging voor de nabije toekomst.

 

Joris Cornelissen

 

(Die artikel het verskyn in die Vlaamse-Nederlandse kulturele tydskrif ‘ Neerlandia’, 2010).

Bookmark and Share

Een Kommentaar op “Joris Cornelissen. Het Afrikaans in de armen gesloten”

  1. Lewies Botha :

    De tijd is rijp om hechte relaties te vormen. Afrikaans zal zeer sterk bevoordeeld worden.