Chris Coolsma. Wat Afrikaans voor mij betekent (3).

Afrikaans heeft pas echt betekenis voor mij gekregen als voertuig voor vriendschap. Omdat de vrienden schrijvers waren, volgde een safari door de Afrikaanse letterkunde (eigenlijk meer een willekeurige reeks droppings, uitgelokt door vertaalwerk, correspondentie en het verzoek van het Nederlandse webschrift Meander om recensies te schrijven van Zuidafrikaanse dichtbundels.) Zo is het voor mij ook voertuig voor vermaak geworden. Taal is natuurlijk niet alleen een communicatiemiddel. Het is een middel waarmee we onder woorden brengen wat onze zintuigen ons doorseinen. We proberen er het tastbare en ontastbare mee te vangen, maar we scheppen er ook  een nieuwe werkelijkheid mee. Misschien liepen er ooit alleen films in onze hersenen met een klankenstroom als begeleiding. Zoals de walvissen zingen. Tot de stromen zich langzaam splitsten in een woordenstroom en een klankenstroom en de film zowel achtergrondgeluid als ondertiteling kreeg. Waarna de woordenstroom zich verder van de onmiddellijke werkelijkheid verwijderde  en in de hersenen een eigen zelfstandige werkelijkheid vormde. De zee van de verbeelding. Geboorte van de literatuur, al was het eerst nog alleen mondeling. Elke clan zijn eigen taal. Bij ontmoetingen tussen verwijderde clans  werden de verbindingstalen, de scheepstalen, markttalen en de dieventalen noodzakelijk. Taal als afzonderingsmiddel en bindmiddel. Taal als onderdrukkingsmiddel (zie Viktor Klemperer: LTI, de taal van het Derde Rijk, aangehaald in http://www.groene.nl/2010/39/taal-is-niet-stom ) en bevrijdingsmiddel (de taal van Schwitters en de herleefde dialecten als verzet tegen de centrale macht – Baskisch versus Spaans.)

Ik had er nooit over nagedacht, maar wat voor taal is Afrikaans? In beginsel natuurlijk gelijk aan alle andere talen. Bevrijdingstaal. Bindingstaal. Helaas  een tijd lang apartheidstaal, waarmee de kleurloze overheersers  hun onderlinge verbondenheid (=trotse nationalisme) wilden uitdrukken, maar hun taal tegelijkertijd gebruikten om het onderscheid met gekleurden te benadrukken. Dit is wat elites doen. Ze gebruiken er hun taalkundigen, juristen, pr-mensen en spindoctors voor. Geef ze teveel macht en hun taal wordt commando- en propagandamiddel.

De apartheid kwam ten einde en in het begin leek er in de regenboognatie ruimte genoeg voor een regen van talen. Maar het oud zeer was daarmee natuurlijk nog lang niet genezen. Afrikaans werd alleen nog bindingstaal voor de Afrikaans sprekende burgers, vooral omdat Engels als nationale taal werd gekozen. Een bittere pil misschien, maar uit neutraal oogpunt een logische, verstandige keus. Ieder mens op aarde zou minimaal twee talen moeten beheersen: zijn eigen taal en een wereldtaal. Anders praten we letterlijk langs elkaar heen. Engels is de wereldtaal van dit moment – handelstaal, popmuziektaal, filmtaal en wetenschappelijke taal. Een probleem is dat die taal voor velen ook weer onderdrukkerstaal is en bovendien gebruikt wordt in een overheersingsstrijd. Laten we het de cocacolonisatie van de wereld noemen (begrip hoorde ik in 1966 voor het eerst van A. den Hollander, hoogleraar Amerikanistiek in Amsterdam.) Het is niet prettig, maar wel praktisch. Je went er aan.

Betekent dit dat andere talen dan maar moeten verdwijnen? In Europa is de vijandschap van vroeger aan het verdwijnen. Dat heeft lang geduurd, maar nu is het besef gegroeid, dat een taal en de daarmee verbonden literatuur kwetsbare cultuurgoederen zijn. Ze zouden voor verdwijning moeten worden behoed. Het verschil tussen Europa en Zuid-Afrika is, dat Europa uit autonome landen bestaat, die elk hun eigen taal willen behouden. Elk land heeft een eigen regering, die de eigen taal beschermt. Zuid-Afrika is één land, met één regering en die gebruikt haar macht niet om alle talen te behouden. In Europa zijn er speciale programma’s en wetgeving gekomen om het voortbestaan van talen te bevorderen. Die gaan zelfs zover dat kleine, niet-officiële talen toch worden beschermd. We zouden het voorlopig als uitwerking van de vrijheid van meningsuiting kunnen beschouwen, maar ook als uitwerking van legaliteit. De documenten van de Europese unie worden in al die talen geschreven, omdat de burgers anders niet in staat zijn de wetten te kennen. Dat is het resultaat van een politieke strijd, die overigens nooit zal ophouden. In deze dagen is in Nederland een conservatief-populistische regering gevormd, die de noodzaak van bezuinigingen heeft aangegrepen om een kennelijk bij sommigen bestaand ressentiment tegen Hogere Cultuur om te zetten in een volkomen krankzinnig voornemen om onder andere vier van de beste muziekgezelschappen van de wereld om zeep te helpen. Daarover misschien nog eens een andere keer. Hetzelfde kan gemakkelijk ook met taalprogramma’s gebeuren. Alles van waarde is weerloos, immers. En de waarde van een andere dan een eigen taal wordt door mensen die niet geïnteresseerd zijn in andere wereldbeelden en denkwerelden dan hun eigen beperkt-nationalistische al snel volkomen over het hoofd gezien. Sterker nog: hun ressentiment kan omslaan in regelrechte vernielzucht, waar de diversiteit van geloof, cultuur, kunst, taal het doelwit van wordt. Gegeneraliseerd: populisten, nationalisten en andere egoïsten geloven alleen in het eigene en bestrijden het andere, het anders-zijn. Op dezelfde manier als een Nederlandse lokale politicus die in het trotse bezit van één werkende hersencel is, een orkest, dat al bijna een eeuw een cultureel monument is, ‘een clubje tromboneblazers’ noemt, kan gemakkelijk een taal worden afgedaan als onnuttig en van generlei waarde. Dat daarmee ook de mensen, die in en door die muziek of taal leven met hun muziek of literatuur, bij het grootvuil worden gezet, wordt door zulke politici vergeten. Daarom maak ik mij grote zorgen om het Afrikaans.  Op dit moment belooft het politieke klimaat in Zuid Afrika weinig goeds, lijkt mij.

Want veranderde de verhouding tussen wit, zwart en bruin? Wel waar het weldenkende mensen betreft. Maar nog lang niet genoeg om de angel uit het probleem te halen. Ik durf te wedden dat er heel veel witmense zijn, die er niet eens een seconde over nadenken, hoe bedenkelijk het is dat ze door swartmense nog steeds met ‘baas’ worden aangesproken. Het overkwam mij regelmatig toen ik in Zuid Afrika was en het woord sloeg me telkens als een sjambok in het gezicht. Baas? Omdat ik een blanke ben?  Ik ben uw baas niet, ik kan het niet zijn en ik wil het niet zijn. In dat woord ‘baas’ liggen afstand, misverstand, wrok en haat besloten.

Diep tragisch vind ik dit, want Afrikaans is de taal van mijn vrienden, die voor hen van levensbelang is. Het is deel van de identiteit van miljoenen mensen, het is een voertuig voor kunstbeoefening, middel voor scheppen van schoonheid, het is een uniek cultuurgoed van grote betekenis, net als elke taal. Taal wordt deel van ons, we laten horen dat we leven met de eerste kreten en we spreken laatste woorden uit. Daartussen ademen we woorden. Wie ons onze taal ontneemt, verstikt ons.

Er moet iets gebeuren. Zo lang de talen in SA immers niet worden losgezongen van de nog zo verse vete, zolang ze niet als een cultuurgoed in zichzelf worden gezien, van levensbelang voor de sprekers van die taal, zal het niet goed aflopen, vrees ik.

Het wezenlijke probleem is, dat de zwarte bevolking eeuwen lang stelselmatig ontmenselijkt is, behandeld zoals je je hond nog niet zou behandelen, vertrapt, verjaagd van zijn land, gedwongen tot bittere armoede. Daardoor is ook hun besef van de waarde van het leven van anderen verdwenen. Als je maar lang genoeg als minderwaardig beest wordt behandeld, ga je je ook als minderwaardig beest gedragen. Je hebt geen kans gekregen, jezelf als volwaardig mens te ontwikkelen. Je hebt de kennis niet kunnen vergaren en je bent van je waarden en waardigheid ontdaan. Komen daar niet vele van de excessen uit voort waar iedereen in Zuid-Afrika onder lijdt, elke dag weer? Is dat niet de voornaamste reden voor het verlies van status van het Afrikaans en voor het geleidelijk verstikken van die taal door de ANC-regering?

Ik las ‘Kitaar my Kruis’ nadat ik dit had opgeschreven. Ik zocht naar een gedicht om dit betoog mee af te sluiten. Dat vind ik niet in de bundel van Adam Small, omdat het niet ‘die Here is, die het gaskommel’, maar ‘die mens die het geblaps’. Het lot van Afrikaans ligt in handen van mensen. Het is in gevaar als gevolg van blunders van mensen. Het wordt tijd voor een tweede verzoeningscommissie.

Bookmark and Share

Comments are closed.