Edwin Fagel. Aanrakingen.

Twin Brain (Tracey Emin)

Twin Brain (Tracey Emin)

Zaterdag

 

Toen ik begon klaar te komen keek je me recht aan. Het gordijn is half open, ik moet denken aan de fietser die me vanmorgen bijna aanreed. Het stoplicht sprong alweer op oranje. ‘Loop toch door man!’ had hij geroepen. Ik had niet bij mijn lichaam nagedacht. Het is nog steeds licht. Je zit over me heen gebogen, je vlecht hangt langs je wang. Ik voel met mijn vingertoppen aan je bezwete gezicht, je hals, je schouders (ik vind je niet), je borsten, je buik, je rug (ik vind je niet).

 

een liefde

 

op de drempel stond armenkruis je stem

en ik proef in huis je tranen in een vaas staan

 

ik bleef en passant aan de andere kant van de straat

er groette mij een hand en ik las dat het te laat was

 

vroeger vonden wij tegen het glas een vliegmachine

maar lachten bij elke barst achter onze zachte kieuwen

 

nu glijden wij gescheiden door azië en europa

en je zwijgen is van porselein en mijn hijgen een hamer

 

(lucebert, uit: apocrief/de analfabetische naam)

 

Twee keer per dag flos ik mijn gebit. Mijn handen zijn als klauwen. Ik heb een iets gebogen houding, ik haal zwaar adem, ik kwijl. Als een jong hert op zijn poten wankel je op je armen. De lakens zijn op de grond gevallen, de tram rijdt door de straat. Steeds, wil ik zeggen, heb ik het gevoel dat niet jij het bent die in mijn armen ligt – maar een ander. Je wenkbrauwen lijken in elkaar over te gaan als je fronst.

 

(Edwin Fagel)

Bookmark and Share

Comments are closed.