Delphine Lecompte. De jarige is altijd bloedeloos, e.a. gedichten

De jarige is altijd bloedeloos

 

Ik hoop dat ik geen bloed zie vandaag

Gisteren heb ik geen bloed gezien

Toch was het een gewelddadige dag

En heb ik vlees gegeten.

 

Vandaag zit ik op een krat

Naast een dronkaard die niet orakelt

Ook ik ben stil

Maar niet nederig

Ik schrijf over geld

En gestolen groeimelk.

 

Het was driest

De achterdeur stond open

Een Siamese kat sliep op een droge broodplank

Ik hoorde mensen zingen

Het was niet racistisch

Het was een verjaardagslied.

 

De hiep hiep hiep hoera’s bleven maar aanzwellen

Ik vulde mijn zakken met koeken

De groeimelk was fictie

Ik kon niet anders dan wachten

Tot ik alle hoera’s had aangehoord

Zo oud wil ik graag worden.

 

De koeken zijn op

Ik heb ze weggegeven

Ik ben blijven staan

Tot ze verorberd waren

De verorberaars waren blond en vaderloos.

 

 

De middag ontvreemdt mijn prikkelende plannen

 

Ik knap een uiltje

In mijn droom in een bos

Wanneer ik wakker word

Ligt op mijn nachtkastje een dode mot

Naast de slaappil die ik vanavond mag nemen.

 

Het blijft maar middag

Ik blijf maar plannen aborteren

De oude kruisboogschutter komt binnen

Zwijgend hangt hij een drakendoder aan de muur

Ik vraag waarom hij zwijgt

Hij vraagt waarom ik de dode mot nog niet heb afgeruimd.

 

De slaappil verliest haar ijkpunt

Wanneer de oude kruisboogschutter de mot verduistert

Ik word klein als een keeshond op een zinkende boot

Mijn armen groot als beschadigde geweien

Mijn benen venijnige speldjes

Om de voodoopop van mijn moeder op te porren.

 

De oude kruisboogschutter neemt me mee naar zijn lievelingskind

Zijn lievelingskind is een veerkrachtige vrouw zonder groeven

Gelukkig is ze nooit getrouwd met die zwaarmoedige touwslager

Die haar het hof maakte in de minst regenachtige maand van 1988

We drinken muntwater en spelen een mercantiel gezelschapsspel

Zijn dochter speelt alsof mijn leven er van afhangt

Kribbig en sloom.

 

Ik probeer een vlinder te vangen

Die is neergestreken op mijn knalrode pion

Ik vang en kijk in het sleutelgat van mijn vuist

Een vlok verjaardagsslinger

Moet doorgaan voor een vlinder.

 

 

Ik zoek naar bestemmingen voor mijn vrolijkheid

 

De oude kruisboogschutter kent de woorden

Om mij op te vrolijken

Hond, god, seks, ijs

Soms vlees en oog

Nooit hoorn of vuur

En nog minder vaak dan nooit stok.

 

Een stok om een hond mee te slaan

Een stok om de weg mee af te tikken

Dezelfde stok waarmee de blinde zijn hond slaat

Is de stok die hem vertelt:

Hier ligt het murw geslagen kind

Van de poppenkastspeler en zijn lijmsnuivende feeks

En hier smullen de maden

Van een hart dat gisteren bonzend was in een trotse spreeuwenborst.

 

Er zijn slechts twee personages:

Grootmoeder en de boze wolf

Elk meisje moet beslissen wat ze wordt

Voor het te laat is

En ze ten prooi valt aan atheïstische burgerlijkheid

Of nomadische Aldizakken-zeulende hopeloosheid.

 

De spreeuw is trots

Ik weet niet waarom

Ik heb er het raden naar

Spreeuw is een woord dat mij kan opvrolijken

Op mijn bord ligt ijs

Het smelt rapper dan maden kunnen smullen.

 

De oude kruisboogschutter spreekt over de crematie

Van zijn beste vriend die vroeger een diabolische treinconducteur was

Kaartjesknipper, zegt hij

Deugnietachtig, voegt hij er aan toe

Deugnietachtig wordt op den duur diabolisch

Kaartjesknipper wordt as.

 

 

 

Ik ben op zoek naar een zoon voor mijn vader

 

Gisteren heb ik mijn vader betrapt

Op sentimentaliteit met een jongere man

‘Eindelijk heb ik een zoon gevonden..’

Murmelde hij tegen de kraag van de jonge man

Het was een verfomfaaide kraag van marterbont.

 

Na de sentimentaliteit hebben ze gegeten

In een Italiaans restaurant

De jonge man heeft de rekening betaald

Daarna hebben ze een orgeldraaier vermoord

En zijn lever aan het aapje gegeven.

 

Ik ben bij het aapje gebleven

Het aapje is weggegaan

Tussen het logge orgel en de dode draaier

Voelde ik mij minder dochter dan ooit.

 

De oude kruisboogschutter kwam voorbij

Met een leeg aquarium en een bakje champignons

Het aquarium was wel gevuld met water

Maar het was leeg van vissen

Bijna had hij mij niet herkend.

 

Toen hij mij eindelijk herkende

Negeerde hij mij

Tien minuten later werd ik wakker

In de wachtzaal van mijn dermatoloog

Was mijn beurt voorbij.

 

Wandelend naar huis langs verdoemde benzinepompen

Vergat ik mijn jeuk die geen straf van God is

Mijmerend over God hoopte ik

De gefabriceerde zoon van mijn vader tegen te komen

Maar wat je hoopt gebeurt nooit op tijd

Dus kwam ik de orgeldraaier tegen

Zonder aapje was hij een man op zoek naar seks.

 

 

© Delphine Lecompte.  Junie 2011

Bookmark and Share

3 Kommentare op “Delphine Lecompte. De jarige is altijd bloedeloos, e.a. gedichten”

  1. Ben Roos :

    Delphine ek het vele plesier aan jou gedigte. Dis toeganklik en gly gemaklik voort van die een idee na die volgende. Byna filmies. Ek het ook hierdie onderhoud op Meander (http://eerder.meandermagazine.net/dichters/dichter.php?txt=3588) van jou gelees waarin jy onder meer sê:
    “Wat is voor jou het doel van het schrijven, waarom schrijf je wat je
    schrijft en voor wie?
    Ik schrijf voor zielsverwanten, voor mensen die poëzie belangrijker vinden dan kranten, voor mensen die heel vroeg opstaan zodat ze tijd genoeg hebben om na hun ontbijt nog tien gedichten van hun lievelingsdichter te lezen. Het doel van schrijven is het schrijven zelf, maar dat is natuurlijk onzin. Soms droom ik van erkenning. Ik heb altijd geschreven. Toen ik nog maar vijf woorden had, was ik al aan het experimenteren met de volgorde van die woorden. Niet schrijven druist in tegen mijn natuur. Dat klinkt misschien hoogdravend, maar zo is het.”
    Ek dink jy het wel intussen al baie erkenning gekry – en jy verdien dit beslis.

  2. Delphine Lecompte :

    Beste Ben Roos,
    Jouw gulle woorden maken mij heel gelukkig.
    Toen ik je naam googlede kwam ik terecht op de site van Ben Roos Dakbedekking. Ben je een dakbedekker? Het is alleszins een nobel beroep. Misschien ben je een dichtende dakbedekker?!
    Ik hou van hoogtes.
    Nogmaals bedankt.
    En tot later.
    Liefs,
    Delphine

  3. Ben Roos :

    Helaas, Delphine, ek is geen dakbedekker nie. Ek is ‘n ander man wat met lappies woorde bruê probeer bou. Ek leef maar liewer in die laagtes, dis veiliger. 🙂 Ek sien uit na nog gedigte van jou op hierdie webblad.