Bert Bevers. Landbouwwerkkundig tuig

Toen het vroeger was, en Duitsers Moffen heetten, kregen wij in Nederland nog Vaderlandse Geschiedenis. Hetgeen zo’n beetje inhield dat al wat er buiten de landsgrenzen plaats had gevonden vaag bleef, om niet te zeggen nooit gebeurd was. Hetzelfde gold de cartografie. In de klassen van onze lagere school (de Pius X-school, aan de Populierlaan) hingen kaarten van Het Vaderland, waarin de Rijn pas bij Lobith leek te beginnen met stromen. Grenzen waren nog grenzen. Omdat ik in mijn geboorteplaats Bergen op Zoom de Schelde, die prachtige rivier die vanuit het noorden van Frankrijk langs mijn huidige woonplaats Antwerpen helemaal naar mijn vaders geboorteplaats Vlissingen vloeit, nabij wist verbaasde me die stringente afbakening van het land in hoge mate. Het was alsof er een muur om Nederland stond. Alsof De Wereld ophield bij Putte, bij Vaals, bij Winschoten en bij Winterswijk.

 

Natuurlijk dacht men in Den Haag toen ook al dat ze daar ‘t centrum van De Wereld vormden. En Amsterdam en Rotterdam deden net zo min als nu veel moeite om aan die navelstaarderij iets te veranderen. Het is dan ook niet verwonderlijk dat knaapjes als ik meenden te moeten denken dat Winterswijk zoiets als het einde van de Bewoonde Wereld was. Zó ver van de zelfgenoegzaamheid van de kaasstolp die nu gemeenzaam De Randstad wordt genoemd, het leek Siberië wel. Maar Winterswijk bleek (toegegeven: ook niet veel méér dan dat) een charmant stadje, en De Achterhoek tout court een prachtige streek. Ik kom er graag. En die grens? De politie opereert er in de buurt van Dinxperlo zelfs al overheen! Er rijden wagens met daarop Politie/Polizei. En vanuit Achterhoeks perspectief is De Randstad dan misschien wel ver weg, maar vlak over de grens ligt het metropoolgebied Rijn-Ruhr, met meer dan 10 miljoen inwoners bepaald toch geen achterlijk gebied.

 

De eerste keer dat ik op poëtische wijze kennis maakte met de Achterhoek was in het begin van de jaren zeventig van de vorige eeuw, via de bundels Boerengedichten (1969) en Uier van t oosten (1970) van Habakuk II de Balker. De naam van deze dichter prikkelde de fantasie van deze stadsjongen net zo hard als woorden als bekermos, dorsmessen, gierpomp, karabies, wolfstong en zwartveen dat deden. Habakuk II de Balker, die ondertussen al jaren H.H. ter Balkt heet, was niet de eerste dichter die de liefde voor zijn geboortegrond bezong. “Waer iemant duisent vreugden soek. Mijn vreugt is in dees’ achterhoek” noteerde de Eibergse dichter-dominee Willem Sluyter al in de 17de eeuw. Die vreugde vinden ook Hans Mellendijk, Louis Radstaak en Bert Scheuter in hun geboortestreek de Achterhoek. De dichters, die allen het levenslicht zagen in de gemeente Wisch, vormen gedrieën Het instituut Praktische Poëzie (HiPP). In de bijzonder smaakvol vormgegeven bundel TractorTracks en ander

landbouwwerkkundig tuig bezingen zij liefdevol de herinneringen die zij koesteren aan hun jeugd in de Achterhoek, en de schoonheid van wat er in de Achterhoek zoal aan agrarisch materiaal bestaat. Dat doen ze in het Nederlands, maar ook in dat prachtig zangerige Nedersaksisch.

 

Ik heb nog helder voor de geest hoe Hans Mellendijk, die ik had uitgenodigd voor een poëzieavond in het Antwerpse literair café Den Hopsack, het in die ouderwetsche bruine kroeg op zeker moment aandurfde over te gaan op zijn ‘moedertaal’. De daar toen ook aanwezige Antwerpse dichter Richard Foqué kon het redelijk volgen, maar die had dan ook een aantal jaren in de buurt gewoond. De rest van het publiek wist niet waarover het ging, maar vond wel dat het klónk als een klok. Ook in TractorTracks gebruikt Mellendijk het Nedersaksisch:

 

Wat hei’j ow nów weer bi-j de vore ehaald

Is’t ‘n stoomfoekepot? Nea, ‘t is ‘n Hanomag.

R420. Tweecylinder, diesel, 1959, 19 PK

bouwen vore an vore, de Achterhoek in cultuur

 

bijvoorbeeld. En

 

Kiek de trekker krig vleugels,

trök ‘n mooie spräönevlóg

 

(Kijk de trekker krijgt vleugels,

trekt een mooie spreeuwenvlucht).

 

Dat gedicht is trouwens in de streektaal én in het Algemeen Nederlands opgenomen.

Ook Bert Scheuter bedient zich in een vers van zijn streektaal:

 

Dat is de plakhakke,

die olde plakhakke, met wörme in de stelle

en een eeuweg stille nakke.

 

Maor kump de snal aan ‘t krallen

zóllen zuukt de hänsken neer!

Dan heur i-j luude snallen: waor zol den hiet dan heer?

 

Ook al begrijp je misschien niet alles meteen, deze strofen klinken als een klok. Denk er de stem van Bennie Jolink van de Achterhoekse rockgroep Normaal bij, dat helpt!

Louis Radstaak herinnert zich de komst van ‘een mechanisch wereldwonder’ van de firma Hoopman Landbouwwerktuigen:

 

nooit meer hoefde je knollen te plukken

met koude blote handen:

altijd in november,

altijd in de regen,

altijd in Aalten.

 

Mooie regels alom, zoals deze van Bert Scheuter: Dit oude land bevliegt de havik traag. Het boekje is verlucht met onder meer Massey Ferguson met ‘kouzak’, een knappe ets van Louis Radstaak. De invloed van Habakuk II de Balker is niet ver weg. Bert Scheuter knipoogt met Onzinnige feestelegie op old gereedschap, den arbeid muu naar diens bundel Oud gereedschap mensheid moe. Waarin woorden staan als slijpsteen, stervenshonk, vlashekel en wan. Je rúikt bij het lezen van zijn werk het platteland. TractorTracks heeft eenzelfde effect, al mengen Mellendijk, Radstaak en Scheuter de geur van aarde en bos met die van benzine en olie. In totaal bevat TractorTracks vijftien gedichten, die elk op zich staan maar als rode draad die mooie gouw in het oosten van Nederland hebben. Een Bolinder-Munktell, een Hanomag, de heidesmid uit Halle-Heide, de hoefsmid uit Kasselder op Sinderen, plakhakke, schrapers en sikkels figureren in deze wonderlijke verzameling poëzie. Achterhoekers houden van hun land, zoveel is duidelijk. Om met Scheuter te spreken:

 

Dit land was as van vurig vorig leven,

dit land leeft: het is niet bang voor de dood.

 

Hans Mellendijk, Louis Radstaak en Bert Scheuter (die als HiPP in hun streek ook regelmatig het podium betreden) mogen wat mij betreft hun fraaie geboortegrond nog dikwijls bewieroken!

 

 

Tractortracks en ander landbouwwerkkundig tuig, Hans Mellendijk, Louis Radstaak en Bert Scheuter, Uitgeverij HiPP, Varsseveld, 2011, ISBN 978-90-817464-0-3

 

 ( Biografie van Bert Bevers hier te lees )

Bookmark and Share

Comments are closed.