Delphine Lecompte. Zeeën van tijd om te verdwalen

Het zand heeft de zeef verstopt

 

Er zit een peuter op een ezel

Te krijsen dat hij een nieuwe hond wil

De oude zit naast zijn stiefvader

Onder een parasol in het zand

Parasol, vader en hond lijken aan elkaar gelijmd

Als een modern beeldhouwwerk getiteld

De overlevenden van een kernramp.

 

Men mag zich niet voorstellen

Dat zo’n vader met een hond paart

En dat er kinderen van komen

Die beter zijn dan de peuter

Wat heet beter?

Stommer, hariger of onderdaniger?

 

De peuter krijst niet meer

Hij betast de oren van de ezel

Ze voelen vertrouwd aan

Als de versleten rolschaatsen van zijn dode zusje

Zonder rolschaatsen is ze onder een auto gesukkeld.

 

Terwijl het strandleven verder ploetert

Zit de moeder van de peuter op een harde stoel

In een gestripte woonkamer somt ze op

Wat ze zich gisteren en vandaag heeft ontzegd

Het is niet genoeg

Ze staat op en schopt het zitvlak van de stoel kapot.

 

 

Buiten het bos zijn maskers en verwilderde vaders

 

We zijn in het bos

En we gedragen ons

Even oud

In het bos zijn geen wilde dieren

Enkel moeders die zichzelf op de vingers tikken

En duizenden kinderen die ongelukkig zijn

Omdat hun vaders uitbundige stiefvaders zijn

In tropische instituten en pretparken.

 

We eten in een bos

En jij eet veel beleefder

Alsof je bloed afneemt van een comateuze patiënt

Soms haat ik je welvoeglijkheid

We staan met leeftijdsverschil op.

 

Een ongekleurde vogel krast zijn grieven van de dag

Net voor de avond valt

Vindt een moeder een verzoeningsamulet onder onze folie

Ze probeert zich te verzoenen

Met de vader van haar oudste dochter

Maar op het cruciale moment wordt een misthoorn geveild

Aan zijn kant van de lijn.

 

We zijn niet meer in het bos

Een uur lang heet alles ‘buiten het bos’

Op een schattig pleintje in Brugge

Raap je een hondenmasker op

Je legt het op je hoofd

Zodat de hond naar de maan kan kijken

Terwijl jij me verrassender dan gisteren kust.

 

 De oude kruisboogschutter koopt elke dag kwikvrije tonijn voor mij

 

De haan van de buren is gestorven

Maar de oude kruisboogschutter blijft hartelijk liegen

Ik hou van hem

Sinds ik hem ken is mijn vader ziek geworden.

 

Hij was altijd ziek

Maar de oude kruisboogschutter heeft de vinger op zijn diagnose gelegd

Ik vind het fijn dat hij rijdt

Hij rijdt mij naar een supermarkt

En koopt tonijn voor mij.

 

Ik eet de tonijn op

In zijn donker computerhok

Waar hij vroeger mijn werkkledij streek

Nu ik werkloos ben strijkt hij mijn frivole truitjes

In zijn woonkamer die polderachtig kneuterig is.

 

Wanneer het blik is afgehandeld

Denk ik aan God

De God van mijn ex-collega Hagar

Zij had een God die haar bijna alles toestond:

Scheldbrieven aan grootouders, sabotage,

Brandstichting, kleptomanie, smaad en ziekteverzuim.

 

Ik mis Hagar

Op tweede kerstdag heb ik haar een marsepeinen bijbel gegeven

‘T is te zeggen, een blok marsepein waarop in chocolade BIJBEL stond geschreven

Ze zei: ‘Bedankt, ik heb niets voor jou.’

Maar op nieuwjaarsdag gaf ze me alsnog een zak wasknijpers.

 

De oude kruisboogschutter roept

Dat mijn sollicitatie-uniform klaarligt

Ik verlaat zijn woning

Vermomd als sollicitant

Begraaf ik de haan van de buren

In de zandbank van een basisschool waar ik nooit onbevangen was.

 

 

Weg met de weg die we niet hebben genomen

 

De ernstige voedselverzamelaar kijkt me argwanend aan

Hij denkt dat ik zijn boodschaprituelen na-aap

Maar het is toeval

Dat we hier op hetzelfde moment zijn

Met dezelfde honger.

 

Leve het toeval

En weg met honger

Een lange lange weg

Zelfopgelegde ascese

Worden we er beter van?

Mijn vader zegt: ‘Ja,

We worden er beter van,

Lichter en geconcentreerder.’

 

Misschien is het geen toeval

Dat ik mijn ontslagbrief ontvang

Op de dag dat mijn geliefde verjaart

Voor de 78ste keer alweer

Hoe gaan we dat in hemelsnaam vieren?

 

We klinken op mijn vader

Die zich aan het herpakken is in Groningen

Mijn glas barst

Tot ik het aan mijn lippen zet

Ik haat mijn zuinige nippen.

 

De verjaardagstaart doemt op

Dus kan het kibbelen beginnen

Over de marsepeinen figuur op de verjaardagstaart

Mijn geliefde zegt: ‘Eksimo’

Ik verbeter hem: ‘Eskimo’

En denk vanbinnen: ‘Inuït.

Mijn geliefde eet de kop van de Eskimo zonder melancholie.

Bookmark and Share

Comments are closed.