Benno Barnard.Introvert

Introvert, ik weet het wel, veel te

eenzelvig. Spel nu het grote

woord u-ni-ver-sum en denk er-

bij niet aan de sterren maar aan de

sterfelijken, hun constellaties

 

en hun ontsteltenis. Grote beren,

losse kometen en trotse marsvaardigen,

niet te vergeten de venusgedachtigen

achter de kassa van de supermarkt.

Denk aan die allen

 

hoe ze hun strikte kringloop volbrengen,

strak in de plicht en hoe ze straks

in het verkeerde keelgat schieten

van tijd en ontij. Geen kosmisch

hoesten te horen. Zo moest het dus.

 

Door melkwegen vol van ons ontstorvenen

worden wij opgewacht. Denk aan ze.

 

Guillaume van der Graft

[Uit: Praten tegen langzaam water, Gedichten 1942-2007, Een keuze (de Prom, 2007)]

 

Het navolgende is zo intiem dat ik het alleen in het openbaar kan vertellen.

In februari 2007 werd mijn vader aangereden door een fiets en brak hij zijn heup. Hij was op dat moment zesentachtig. De mortaliteit bij heupbreuken op die leeftijd bedraagt 30 procent.

Men sneed hem vijf keer open en hij was maanden aan de morfine, als een negentiende-eeuwse dichter.

Mijn zuster belt me wakker. Na de laatste operatie heeft hij bijna eenenveertig graden koorts. Hij krijgt een paardenmiddel van de paardenslager. Je zou zweren dat zijn vlees levend wordt gekookt. Mortaliteit: 80 à 90 procent.

Maar wanneer ik de volgende ochtend in zijn kamer sta, die zo wit is als in een gedicht van Gerrit Kouwenaar, leeft hij nog steeds.

Zijn kop is uit dun porselein nagemaakt. De rest heeft het ziekenhuis op allerlei zakjes en kleine machines aangesloten, en via deze apparatuur op het Leven zelf, dat ergens buiten deze kamer in de kosmos hangt te pulseren. Wanneer ik zijn hand van het laken opraap, produceert hij een klein beetje tegendruk.

‘Ze zijn bang dat ik een longontsteking heb,’ zegt zijn droge mond.

Hij drukt op de knop van de pijnpomp.

‘Herinner je je dokter Haag nog?’ vraagt hij.

Dokter Haag was onze huisarts in de Oude Tijd: hij komt in het spookhuis van mijn geheugen op me af zweven, en zo schemerig is het daar niet of ik ontwaar ook het gebarsten bruine leer en doffe koper van zijn tas, waarvan de inhoud mij jarenlang uit de buurt van de onderwereld heeft weggehouden.

‘Haag zei altijd dat mensen in ziekenhuizen een longontsteking opliepen en daaraan stierven.’  ‘Dat is veertig jaar geleden.’

‘Een longontsteking… Wat een eerloos overlijden…’

‘Je gaat helemaal niet dood.’

‘Wist je dat ik nog aan het sterfbed van Haag heb gezeten? Ik wist natuurlijk niet wat ik zeggen moest. Toen heb ik maar “Goeie reis” gezegd.’

Hoe is het mogelijk dat er ook in deze toestand nog samenhangende

woordgroepen uit zijn mond blijven komen?   

‘Zorg nu maar dat je goed slaapt vannacht.’

‘Voor ik inslaap lig ik altijd smaakvolle overlijdensadvertenties op te stellen.’

Werkelijk, het laatste wat bij een Barnard wordt aangetast, is het spraakcentrum.

De volgende dag zit hij alweer rechtop in bed. Zijn mond is niet droog meer.

‘Ik droom zo raar van die morfine. Vannacht moest ik voor een afschuwelijk monster een gedicht van mezelf opzeggen…’

‘Welk gedicht?’

‘Weet ik niet meer. En hoe dat monster eruitzag ook niet. Maar het was vreselijk.’

Zijn lach komt uit een slangetje. Ik overweeg de etymologische reeks die zijn droom heeft geschakeld: morfine heet naar Morpheus, de god die iedere gewenste morfè aan kan nemen, de gedaante van een monster bijvoorbeeld, of van een orthopedisch chirurg.

‘Als ik een fout maakte, werd ik ter dood veroordeeld.’

 

Dit is vier jaar geleden.

 

 

Benno Barnard

Benno Barnard

 

Benno Barnard, gebore op 21 November 1954 in Amsterdam, is ‘n Nederlandse digter, essayist, toneelskrywer asook vertaler. Hy woon sedert 1976 in België. Hy is die seun van die digter  Willem Barnard, wat ook onder die pseudoniem Guillaume van der Graft skryf. In 2007 publiseer Benno sy eerste versdrama met die naam Mevrouw Appelfeld. In 2001 publiseer hy die bundel Dichters van het Avondland. Sy mees onlangse werk is Krijg nou de lyriek.

 

Bookmark and Share

2 Kommentare op “Benno Barnard.Introvert”

  1. Miezan Millecam :

    weet niet of ik deze leegheid van die rechthoek mag ‘betreden’ ,heb het gelezen ,traag en voorzichtig ,alsof ik iemand zou storen,wat ik nu voel heb ik nog niet gevoeld

  2. Daniel Hugo :

    Dit is ‘n virtuose én ontroerende stuk, Benno!
    Ek het onlangs weer jou “Dichters van het Avondland” met groot plesier gelees.