Louis Esterhuizen. Belangrike verslag oor poësieverkope beskikbaar gestel

 

‘n Uiters belangrike studiestuk wat deur die Vlaamse Auteurs Vereniging (VAV) in 2010 geïnisieer is, is verlede week in Vlaandere bekend gestel. Die Werkgroep Poëzie, wat uit  Kurt De Boodt, Loes Chielens, Lies van Gasse, Koen Stassijns, Vicky Vansteenbrugge en Peter Theunynck bestaan, se opdrag was om ondersoek in te stel na die swak verkope van digbundels. Die aanloop tot dié studie was ‘n berig wat in Januarie 2010 in die tydskrif Taalschrift – Tijdschrift over taal en taalbeleid verskyn het. Onder die opskrif ‘Poëzie razend populair, maar bijna niemand koopt het’ het hulle ‘n indringende analise van die stand van die digkuns in Vlaandere gegee. Ook ‘n latere berig in De Standaard het bevind dat die digkuns as ‘n “genre in moeilijkheden’ beschouwd (moet) worden. Dichters,  poëzievertalers en zelfs bloemlezers zijn daar het slachtoffer van. Ze krijgen steeds minder publicatiemogelijkheden.”

Onrusbarend is die feit dat die verkope van Vlaamse digbundels die afgelope vier jaar glo met 25% gedaal het: “Onbekend maakt onbemind. Poëziebundels van individuele dichters halen meestal lage verkoopcijfers. In 2010 werden van slechts 1 individuele bundel, Haiku van Herman van Rompuy, meer dan 1000 exemplaren verkocht. Van 70 titels van de Top 100 werden tussen de 80 en 300 exemplaren verkocht.”

Die werkgroep se verslag is netjies ingedeel volgens 13 knelpunte wat deur hulle geïdentifiseer is; knelpunte wat myns insiens net soveel op ons eie situasie hier ter lande van toepassing gemaak kan word:

Probleem 1:

“Zelfs echte poëzieliefhebbers weten nauwelijks van het bestaan van bepaalde nieuwe bundels af. Er is een probleem met distributie, marketing en promotie van poëzie.” Verdermeer word “slechts een beperkt deel van het poëzieaanbod wordt gerecenseerd in kranten en tijdschriften. Er verschijnen de laatste jaren opmerkelijk minder poëzierecensies. Die krijgen bovendien minder ruimte toebedeeld. Ook in de gemiddelde boekhandel is het poëzieaanbod erg beperkt. De grote ketens met een landelijk netwerk zetten nauwelijks poëzie in de rekken.”

As oplossing stel hulle ‘n kollektiewe webtuiste onder beskerming van die Poëziecentrum, Vlaamse Fonds voor Letteren (VFL) en Stichting Lezen vir die digkuns voor; ook ‘n stigting wat as oogmerk die promosie van die digkuns het: “Die stichting moet onafhankelijk en kwaliteitsgericht werken. Er moet een actieplan opgesteld worden en er dienen financiers gezocht te worden. De stichting zou een belangrijke speler kunnen worden in het poëzielandschap en de bekendmaking en verkoop van nieuwe bundels een stevige impuls kunnen geven.”

Probleem 2:

“Er gaapt een kloof tussen poëzie schrijven en poëzie kopen.” Ironies genoeg bestaan daar natuurlik ‘n soortgelyke situasie hier ter lande: derduisende skrywers van gedigte wat helaas selde ‘n digbundel uit eie oorweging aankoop: “In Vlaanderen en Nederland wordt enorm veel poëzie geschreven (tot 600.000 mensen doen het af en toe). Er zijn tientallen schrijfopleidingen waarin poëzie wordt onderwezen. Vreemd genoeg uit die belangstelling voor poëzie zich niet in  stijgende verkoopcijfers voor de gepubliceerde bundels.”

As oplossing maak die Werkgroep Poëzie die volgende voorstel: “VFL, het Poëziecentrum, de op te richten stichting of een andere organisatie, brengt schrijfopleidingen en uitgevers met elkaar in contact, zodat schrijfopleidingen voordelige pakketten dichtbundels kunnen aanschaffen als lesmateriaal en als startpakket voor poëziestudenten die een eigen poëziebibliotheek willen aanleggen.”

Probleem 3:

“In de boekhandel wordt poëzie doorgaans stiefmoederlijk behandeld.” Uiteraard is hierdie knelpunt vir my as boekverkoper van besonderse belang en ek moet sê dat die situasie in Vlaandere waarskynlik nóg erger daaraan toe is as hier by ons: “Bij 35 boekhandels in Vlaanderen werden tellingen uitgevoerd. De resultaten wijzen uit dat poëzie meestal stiefmoederlijk behandeld wordt. Van het merendeel van de dichters is er in heel Vlaanderen slechts 1 exemplaar van 1 van hun bundels in slechts 1 van de 35 boekhandels aanwezig. Als er al een poëzierek is, dan wordt het grotendeels gevuld met bloemlezingen. Het aanbod van bundels van individuele dichters is doorgaans enorm beperkt. Het poëzierek springt bovendien zelden in het oog.” […] “Voorstel: Boekhandels die hun A-label willen behouden, moeten een extra inspanning leveren voor de poëzie. Ze moeten minimaal 250 à 300 individuele dichtbundels in huis hebben, ze moeten hun poëzie-aanbod een zeer zichtbare plek geven in hun zaak en ze moeten per jaar minstens 5 poëzielezingen organiseren.

Die res van die ‘knelpunte’ is eintlik so voor die hand liggend dat dit nie verdere kommentaar benodig nie:

Probleem 4: “Minder bekende dichters krijgen weinig kansen op grote festivals.”

Probleem 5: “Literaire manifestaties laten vaak verkoopkansen liggen.”

Probleem 6: “Systeem auteurslezingen moet uitgebreid worden.”

Probleem 7: “Leesbevordering “poëzie” door Stichting Lezen is quasi onbestaande.”

Probleem 8: “Openbare bibliotheken stellen veel te weinig poëzie ter beschikking.”

Probleem 9: “Leerlingen missen aansluiting met poëzie.”

Probleem 10: “Minder bekende dichters raken niet in het fonds van een uitgeverij opgenomen.”

Probleem 11: “Behoefte aan een poëzieredacteur.”

Probleem 12: “Vlaanderen telt te weinig poëzie-uitgevers.”

Probleem 13: “De publicatiemogelijkheden voor poëzievertalers nemen af.”

Die volledige verslag kan via die skakel by Jan Pollet se webblad gelees word.

Alfred Schaffer

Alfred Schaffer

Ten slotte fokus ek ook graag jou aandag op die onderhoud wat ek in Mei 2009 met Alfred Schaffer gevoer het. Ten tye van die onderhoud was hy nog by die uitgewery De Bezige Bij werksaam en het ons uiteraard heelwat oor die kwessies van poësie-produksie en – verkope gesels.

As lusmaker die volgende ingekorte aanhaling: “Daar is genoeg aktiwiteite, sowel in Nederland as in Vlaandere. Party digters dink selfs daar is te veel; dat dit die poësie vervlak, aangesien dit bloot die entertainment element van die poësie belig, en die moeiliker en uitdagender soort verse en digter negeer […] Dikwels is dit veral spoken word wat mense aantreklik vind, gesigte en persoonlikhede; of dit egter die boekverkope bevorder, kan ons ernstig betwyfel. Dit help juis ook nie wanneer koerante al hoe minder aandag aan poësie bestee nie; dis amper minagtend. Daar verskyn wel resensies op internet, maar die impak (status) en die gehalte van dié artikels is dikwels maar bedenklik.”

Sug. En só is dit dan.

***

 

 

Bookmark and Share

2 Kommentare op “Louis Esterhuizen. Belangrike verslag oor poësieverkope beskikbaar gestel”

  1. Louis :

    Aanvullend tot bogenoemde: “De verklaring lijkt me simpel: poëzie is, helaas, niet meer van deze tijd. Dat is geen beschuldiging, maar een vaststelling. Poëzie lezen vereist geduld en concentratie – twee bedreigde eigenschappen in onze 3.0-tijden. Volgens Philip Roth zal romans lezen binnen vijfentwintig jaar “cultisch” zijn: alleen kleine groepen mensen zullen de nodige toewijding kunnen opbrengen. Vandaag is poëzie al cultisch; de roman zal volgen.”
    Lees die res van Ann De Craemer se reaksie by http://anndecraemer.be/2011/11/02/echte-dichters-huilen-niet/

  2. Evette Weyers :

    Louis, Met die Versindaba webwerf, en die jaarlikse Versindaba woordfees en die Woordfees self het julle reggekry om poësie onder mense se aandag te kry en hulle te betrek daarby. Dis wonderlik! Hoe lyk ons poësie verkope in RSA?

    Die publiek vergeet dat een enkele gedig reg gekry het wat oud president Mandele, ons ambasadeur, Barbara Masakela en verskeie drukgroepe nie kon reg kry nie. Om die Franse te kry om hulle wetgewing te wysig en Saartjie Baartman terug te bring RSA toe.Sy het huistoe gekom op die rug van ‘n gedig.

    Dat ons Afrikaans praat oor ‘Winternag” die stryders ooreed het dat ons taal gevoel kan uitdruk en ‘n offisiële taal mag word.

    Poësie is so magtig dat digters in die tronk gegooi was oor Stalin, John Voster en ander slagters die mag van die woord van digters wou snoer.

    Breyten het vertel hoe die hele saal van 1,000 toehoorders die gedig oor ‘n paspoort van Magmoed Darvish (spelling?)saam opgesê het by ‘, voorlesing. Nie een van hulle had paspoorte nie en die gedig het hulle versugtinge en gekneldheid so aangespreek dat hulle dit in hulle harte onthou het

    Mense onderskat die mag van ‘n gedig. Ons moet die publiek herinner daaraan.