Luuk Gruwez. De Bloemlezer als Ecoloog

Paul Claes, all round bloemlezer en literair multitalent, maakte een bloemlezing van beroemde versregels.

Deze bespreking verscheen eerder in De Standaard der Letteren.

Paul Claes

Paul Claes

Is onthoudbaarheid een betrouwbare parameter voor de kwaliteit van poëzie? Een dubieuze kwestie. Neem nu een draak van een gedicht als ‘Avondliedekens III’ van Alice Nahon: ‘’Is goed in ‘t eigen hert te kijken/ Nog even voor het slapen gaan (…)’. Of de eerste regels van ‘De Vlaamse Leeuw’, waarvan Hippoliet van Peene de tekstdichter is. Perfect onthoudbaar inderdaad en door tallozen onthouden, maar in geen geval poëzie van niveau. Toch komt het mij voor dat wij over onthoudbaarheid niet denigrerend horen te doen, zelfs niet als het om schrijfsels zonder literaire merites gaat. Akkoord: in vele gevallen ondersteunt zij de dominantie van een poëzie die te allen prijze populair wil zijn. Maar soms wijst zij ongetwijfeld ook op kwaliteit.

Paul Claes, op vele literaire fronten actief, heeft met Onvergetelijke verzen / Maar van wie ook weer? zijn zoveelste bloemlezing samengesteld. Na onder meer het opgemerkte Lyriek van de Lage Landen – De canon in tachtig gedichten, is het er weer een die je op zijn minst origineel kunt noemen. Hij heeft er geen gedichten in opgenomen, maar fragmenten, verzen die in het collectieve geheugen van de poëzielezers zijn blijven hangen en die hij uit hun grotere geheel heeft geamputeerd. Het is Claes in deze bloemlezing niet in de eerste plaats te doen om een kwalitatieve selectie. Wel wil hij de lezer een leidraad bieden tot het vinden van de naam van een auteur die op de lange duur misschien vergeten dreigt te worden of dit al is, zelfs als een of meer verzen van zijn hand nog blijven hangen zijn. Kwalitatief onderscheid tussen een kinderversje, een kerstliedje of een paar regels Achterberg, Claus of Hadewych is er dus niet.

In zijn voorwoord formuleert Claes zijn motivatie: ‘Zelfs het werk van de allergrootste dichters kalft mettertijd als een poolgletsjer af. Eerst rukt een bundel zich als een ijsberg los en smelt geleidelijk weg tot een handvol gedichten. Uiteindelijk glinsteren alleen nog luttele verzen op een oceaan van vergetelheid. Een bloemlezer is een soort ecoloog: hij wil een fataal afsmeltingsproces een tijdlang vertragen.’

Ik moet eerlijk toegeven dat er in deze bloemlezing ook heel wat ‘bekende’ verzen zijn opgenomen die ik niet kende. Bijvoorbeeld deze van Alberdingk Thijm: ‘Een les die ons de Zondvloed biedt:/ De waterdrinkers deugen niet.’ Of zelfs, hedendaagser, deze van Ingmar Heytze: ‘De grootste motherfucker/ is nog altijd je vader.’ En onvermijdelijk zijn sommigen, vooral oudere en overleden dichters die al langer tot de canon behoren, hier misschien wel buitenproportioneel vertegenwoordigd, terwijl bepaalde jongere dichters die nochtans een stevige reputatie genieten geheel en al ontbreken, ongetwijfeld doordat er niet meteen regels van hun hand waren aan te treffen die zich door een makkelijke onthoudbaarheid hebben laten kenmerken. Versregels van na de millenniumwissel zijn in elk geval nauwelijks present. De bloemlezer heeft kennelijk niet de kiemen van een toekomstige canon willen zaaien. Je zou kunnen stellen dat niet hij beslist, maar dat hij enkel het medium van de poëzielezende goegemeente is. Hoewel: een enkele keer wil hij toch een correctie aanbrengen en gunt hij een tweede kans aan wat in zijn optiek ten onrechte vergeten is.

Paul Claes stelt dat het, meer dan de inhoud, de vorm is die verzen memorabel maakt. En daarop aansluitend formuleert hij met betrekking tot de plaats van de dichtkunst van vandaag deze overweging: ‘Zou de tanende interesse voor de huidige poëzie niet veel te maken hebben met haar vormeloosheid? Het succes van rijmende rapsongs bewijst dat het bloed kruipt waar het niet kan gaan.’ Het is een vermoeden dat misschien minder gratuit is dan het lijkt: het  impliceert dat een poëzie die te zeer van de muziek is vervreemd, geen vruchtbare toekomst is beschoren. 

 

_________________________________

PAUL CLAES

Onvergetelijke verzen / Maar van wie ook weer?

De Bezige Bij, 304 blz., 19,90 euro

 

AANTAL STERREN:

**** 

 

Van Paul Claes verscheen zopas ook C – Honderd notities van een alleslezer, een leesdagboek met bespiegelingen over literatuur, essays, poëzie, wetenschappelijke verhandelingen, kranten en tijdschriften en zelfs een opschrift op een winkelruit.

De Bezige Bij, 240 blz., 19,90 euro    

 

Bookmark and Share

Comments are closed.