Janita Monna. Voor alle leeftijden

Elma van Haren

Elma van Haren

Elma van Haren – Likmevestje

‘Als het onweert is het koude weer boos op het warme weer,’ zei laatst mijn dochter van acht. Hé, mooi gezegd, dacht ik toen. Kinderen hebben vaak een natuurlijke aanleg voor poëzie. Als ze ze jong zijn zingen ze liedjes en klankgedichtjes, iets ouder liggen ze slap om Willem Wilminks poep- en piesgedichten, zwijmelen ze bij liefdesverzen of komen zomaar ineens met vondsten die je versteld doen staan.

Gelukkig is Nederland een rijk land, en zeker als het gaat om kinderpoëzie. Opvallend genoeg zijn enkele van die kinderdichters bekender als dichter voor volwassenen. Zo had Eva Gerlach al een flink oeuvre op haar naam staan toen Hee, meneer eland verscheen met gedichten voor kinderen. Geen breuk met de wijze waarop ze voor volwassenen schreef. Ook hier een nuchtere verwondering, ook hier het leven waar dat pijn kan doen, maar dan kinderpijn, of puberpijn.

Dat Gerlach de bundel niet als buitenbeentje in haar oeuvre beschouwt, blijkt wel uit het feit dat die vrijwel integraal is opgenomen in de vuistdikke bloemlezing die ze maakte uit eigen werk – overigens ontbreekt haar tweede bundel voor kinderen daarin wel.

Het omgekeerde, zou je kunnen zeggen, geldt voor Joke van Leeuwen. Gelauwerd als kinderboekenschrijver, schreef ze inmiddels enkele (eveneens geprezen) bundels poëzie voor volwassenen. Ook zij trekt zich weinig aan van hokjes en etiketten. Leeftijd speelt geen rol in haar poëzie.

Net als Van Leeuwen laat ook Elma van Haren zich weinig aan leeftijdsgrenzen gelegen liggen. Ze dicht sinds 1988 en ontving voor haar debuut de eerste Buddingh’-prijs. Er verscheen sindsdien een reeks bundels, waaronder ook twee met poëzie voor kinderen: De wiedeweerga (1998) en Het krakkemik (2003).

Is Van Haren in haar volwassen werk een meanderende dichter die taal doet tinkelen en vonken, in haar kindergedichten werkt ze vaak een basale, of verwonderende gedachte op een beeldende manier uit. Onlangs verscheen Likmevestje, onderstaande regels zijn de eerste kennismaking:

 

Oliebollenzomerland.

Kiespijn is voor dommen

en voor Klazientje zonnebrand

in haar dunne jurkje met kant.

Water, water! Zie,

hoe snel de krokodillen zwommen!

 

Voor wie zijn deze regels bedoeld, was mijn eerste gedachte? Kinderen, pubers, volwassenen? De opening heeft veel van een onzinvers, en het venijn van dit ‘Duivelsversje’, een bakvissengedicht, zit in de staart. De licht oubollige toon doet denken aan de ‘Rijmpjes en versjes uit de oude doos’ en die toon zet Van Haren voort.

‘Tussen water en vuur’ roept even Perks ‘Ik ben geboren uit zonnegloren’ in herinnering, de rest van het gedicht krijgt door het net niet helemaal consequente eindrijm iets krakkemikkigs.

Gaandeweg Likmevestje lijkt Van Haren vooral puberonderwerpen aan te snijden: computeren, ruzie met je moeder, dik zijn (of juist niet), werkstukken maken met wikipedia, verkering die uit is.

Maar er is een vrijwel onherkenbare Van Haren in aan het woord, met bobbelende zinnen en ritmes alsof er een kuil in de weg zit. De kinderlijker gedichten blijven soms in onbegrijpelijkheid hangen: ergens maakt ze een variant op het aftelversje, een meerstemmig gedicht (er meer zijn in deze bundel), waarin ze openlijk speelt met die vorm:

 

Tien lekkere Hapsnappers zaten op een rij.

Toen greep een Grasmepper er een. Haha en dat was jij!

Op het muurtje zaten er nu nog negen.

 

Ik kan er weinig mee. Zo verleidelijk als haar andere werk kan zijn, zo weinig sprankelt het in Likmevestje – ondanks de uitbundige tekeningen van Walter van Lotringen.

De achterflap vermeldt uitdrukkelijk dat de bundel voor lezers van alle leeftijden is. Ik liet mijn dochter enkele gedichten lezen. ‘Te moeilijk,’ was haar onverbiddelijke oordeel. En gezien de hoeveelheid drank die er in de bundel vloeit – eierpunch, boerenjongens op krenten, bier, wijn – en de hier en daar verhulde erotiek, is het maar de vraag of pubers uiteindelijk de doelgroep zijn. 

Er valt veel te zeggen voor een natuurlijke, ononderbroken leeslijn, waarin geen enkele lezer op basis van leeftijd wordt buitengesloten. Maar Likmevestje is te wispelturig om leeftijdsloos te zijn.

 

Woorden

 

Letters zijn maar streepjes en halve rondjes,

Woorden zijn van zichzelf niet boos.

Het is maar wat je er zelf bij voelt en denkt.

Wat maakt dat je bang wordt als je leest:

een slijmerig monster druipt vannacht de kamer in,

rijt je lichaam open en

vreet je hart op met huid en haar.

 

Je denkt even na.

Een hart met huid en haar?

Hoe ziet dat eruit?

Je begint te lachen bij de gedachte

dat er een harig hart klopt in je lijf.

Een soort bont gevlekte cavia,

Nee, zo’n hart klopt helemaal niet!

 

Want je snapt wel wat ze bedoelen,

maar dat klopt ook niet.

Als woorden niet kloppen met elkaar,

dan slaat dat als kut op dirk.

Ja, hé! Waar slaat dat nu weer op?

 

Als kut op dirk!

 

Wat?

Elma van Haren – Likmevestje.  Met tekeningen van Walter van Lotringen. De Harmonie, isbn 978 90 6169 9682, 14,50 euro, 64 pagina’s

Deze recensie verscheen eerder in Trouw.

 

 

Bookmark and Share

Comments are closed.