Bert Bevers. Redukt

REDUKT

BEELDEN BERT TIMMERMANS / GEDICHTEN BERT BEVERS

In 2009 stelde kunstenaar Bert Timmermans in de Antwerpse Galerie Zuid zijn reeks Redukt tentoon. Die inspireerde dichter Bert Bevers, die eerder Timmermans’ werk al opmerkte toen die in 2007 Nieselregen/Acts without words bracht in Tramway Anversois te Antwerpen, tot een gelijknamige cyclus: 8 gedichten bij elk van de even zo vele beelden.

Du glaubst zu schieben
und du wirst geschoben

(Mephistoteles, Goethe)

 

I

Tijd om bestek op te maken:
er marcheren vrijscharen vol
vragers van niets. Of het sneeuwt
in hun denken is niet de kwestie.

De wissels van het lot zijn niet

te herkennen. Hij vermoedt handen
die de lucht aftasten van gezanten
die met grote zwarte paarden
naar water kuieren. Dat wel.

 

II

Sterven is slechts een stap doorheen
de tijd. Beklaag het niet. Rustig
waaien winden. De meeste dieren
hebben geen afscheid nodig. Want

schoonheid is geen leugen, al stinkt

zelfs zonlicht soms. Soms moeten we
onze stem verheffen. Al is het maar
in brieven, in de langzame omslagen
waar we ooit zegels op plakten.

 

III

Schaduwloos ontvouwt zich stilte voor
een man die zijn gedachten amper houden
kan. Ondraaglijk als broodloos leven
is de nood tot uitzichtloze ommuring.

De wake van de droom duurt dagenlang

soms. Van wie komt beweging? Koudbloeden?
Borstwarme meisjes? Jongens met het heelal
in het hart? Duistere afspraken blijven
ongeweten. Weet: kadavers waken niet.

 

IV

Achter gesloten deuren beschermt hij
met waarachtige handen, de spieren
strak gespannen, zijn schrift. Dwars
staat de zonderlinge maker, eenzaat,

midden in deze wereld. Met de ogen

toe hoort hij in wat anderen verstaan
als vreugde het geloei van verdwaalde
schepen maar slaat hij beelden immer op.
Ooit betoverde gehinnik van moren hem.

 

V

De dag dat de ruiters vertrokken dacht hij
lang: “Wie het onbekende vreest wordt nog
eens bang van zijn eigen rug, wie alle loten
koopt wint.” Maar hij kent geen taal meer.

Woorden smeulen met niet te stillen

verwondering, op altaren vol sneeuw.
Onontgonnen als dood ontplooit zich
de avond als een gebed. Als omstanders
konden spreken zouden ze zwijgen.

 

VI

Hij grijnst wenend naar het donker,
naar ijzeren dromen. Neemt geen besluiten
om middernacht. Wrakke souvenirs zijn
herinneringen aan wat nog komen moet.

Woordloze leugens lachen hoogmoedig

om ongevangen daders. Zolang wijsheid
woede weet te bekoelen, zolang verraad
veracht wordt mogen hetere vuren.
In armere kleuren rilt april.

 

VII

Veulens zijn dieren die simpel herbeginnen.
Wie weinig onthouden kan vindt steeds iets
nieuws, want zonder wonden leeft niets.
Krakend helder is het zwijgen, het zwijgen

over de ballingschap van het draven, van

de opgang van de wil. Van de neerkomst.
Ach, mein Körper, mein Kopf. Laat me hier
zoals ik rest. Van alle laatste rustplaatsen
bevalt deze hier me toch het best.

 

VIII

Ik vergeet de teugels waaraan ik ooit moest
wennen, en laat alle angst nu achterwege.
Die moest ik kennen omdat ze altijd de
weg naar het doel voor me verzwegen.

Ook onze ziel heeft vele vleugels.

Mijn zwart kent vele schakeringen, heus.
Overblijfselen mag je laten waar ze liggen,
maar vergeet hun wezen niet. Laat je nog
van je horen als je verloren bent gelopen?

 

(Beelden van Redukt hier te sien van beeldend kunstenaar Bert Timmermans: www.timmervers.blogspot.com )

 

 

Bookmark and Share

Comments are closed.