Janita Monna. Een onbegrijpelijk gekkenhuis

Frank Koenegracht – Lekker dood in eigen land

Nog altijd zijn er te weinig mensen die de gedichten van Frank Koenegracht kennen. Terwijl hij toch al een behoorlijk oeuvre op zijn naam heeft staan, er met Vroege sneeuw (2003) een tussentijds verzameld werk verscheen, en hij ook meermaals werd bekroond. Jammer ook voor al die lezers, want er is in Nederland maar weinig poëzie waar je zo van in de lach schiet als die van Koenegracht. Hij is de auteur van schrijnend hilarische (geheim-)klassiekers als ‘De verdwijning van Leiden’, een bijna surreëel en geestig gedicht over Leiden dat op een ochtend met het optrekken van de mist verdwenen lijkt; of van ‘Vroege sneeuw’ een hartverscheurend vers over een vuurpeloton dat de gevangene verwijt hem te moeten doodschieten; en van ‘Gedicht dat goed afloopt’ – een nogal zwart gedicht dat in de slotregel, als redder in nood, ‘Je vrolijke vriend Frank’ tevoorschijn tovert.

Koenegrachts oeuvre staat op zichzelf. Het schurkt in zijn humor aan tegen dat van Komrij, maar zonder diens ironie; het heeft iets van Camperts nonchalance, maar is veel wranger is; en het neigt in z’n absurditeit wel naar Toon Tellegen, maar is veel aardser en harder.

Om zijn eigen woorden te gebruiken. ‘De wereld van Frank Koenegracht is niet vrolijk, maar er valt gelukkig wel veel te lachen.’

Alleen al de titel van zijn nieuwste bundel demonstreert dat motto weer treffend: Lekker dood in eigen land. Natuurlijk roept die titel de uitgaantips op van Meta de Vries (inmiddels overleden), ‘Lekker weg in eigen land’, op zondagochtend altijd te horen op de radio. Een apparaat overigens waar Koenegracht ooit voor waarschuwde (‘Ga weg bij de radio/ want anders hoor je de filosoof André Klukhuhn’).

Op een of andere manier zou je ook de gedichten van Frank Koenegracht een soort ‘tips’ kunnen noemen. Al zijn ze een stuk minder opgewekt dan de uitgaantips van de radio. Of misschien is het meer een soort houding die uit de gedichten van Koenegracht spreekt – een van ‘het is niks, dus we lachen er maar om’. Zoals in het ‘Epigram voor Leen Joele’:

 

Aan de grenzen van de stad

waar het altijd waait

wonen de meisjes met de gezichtjes

en de ronde ogen, amandelvormige

 

en vooral de rustige ogen.

Tussen hen woont de heer Leeuwerik

van het ministerie

die ook niet weet waar dagen voor zijn.

 

Het lijkt aanvankelijk een wat feëriek en landelijk natuurgedicht te worden, waarin de overbodige mededeling dat meisjes gezichtjes hebben je enigszins op je hoede maakt. Het trieste leven van meneer Leeuwerik contrasteert pijnlijk met die landelijke sfeer: hoe zit je met je leven omhoog als je niet weet waar dagen voor zijn? Het epigram is een vertrouwde Koenegracht-vorm, en hij gebruikt die op geheel eigen wijze, wat nu eens resulteert in een kort, en dan in een paginalang vers.

In Lekker dood in eigen land staan veel hernemingen van oude Koenegracht-thema’s. Gekken, moeders, vaders, sneeuw, collega-schrijvers, (gruwelijke) dood passeren alle de revue. Bijvoorbeeld in het kleine schetsje als het ‘Epigram voor Rudy’, waar Koenegracht in een paar regels de onbevattelijke dood en de futiliteiten van het leven naast elkaar plaatst:

 

Als je dood bent op een dag

blijven de lampen rustig in hun fittingen

en ook de wc kan je gewoon doortrekken.

 

Met kleinoden als deze maakt Koenegracht je steeds maar weer duidelijk wat een onbegrijpelijk gekkenhuis het leven eigenlijk is.

En dat er in de bundel dan ook een paar mindere, wat flauwe en vooral woordspelige gedichten tussen staan, doet daar verder niet veel aan af.

Een aangename verrassing staat in het hart van deze bundel: een selectie van Koenegrachts beeldend werk. Aan Lucebert, aan CoBrA herinnerende tekeningen van Gerrit Komrij als een rokende groene ballon op een steeltje, of van ‘Collega Freud’ met een hoofd vol rondborstige dames – Koenegracht is ook psychiater.

De tekeningen zijn krachtig en kwetsbaar, helder, grimmig en vol humor – zoals ook zijn poëzie dat is.

 

 

Lekker dood in eigen land

 

In de trein zitten twee heren die elkaar

vasthouden.

 

Als de trein de tunnel in rijdt

snijden zij elkaar de polsen door

 

en zeggen daarbij ‘pardon’,

 

Maar jullie, bloeddruppeltjes, die uit

het raam waaien, jullie zijn vrij.

 

 

 

Frank Koenegracht – Lekker dood in eigen land. De Bezige Bij. 56 pagina’s, 19,90 euro, ISBN 9789023469445

Zie ook Koenegrachts voordracht van ´Brief aan mijn moeder´

Deze recensie verscheen eerder in Trouw.

 

Bookmark and Share

Comments are closed.