Janita Monna. Voor behoud van beschaving

Ramsey Nasr – Mijn nieuwe vaderland. Gedichten van crisis en angst.

Nog niet zo lang geleden was het normaal als je de tijd nam om je mening te vormen over ingewikkelde zaken als een referendum over de Europese grondwet of de uitzetting van een ingeburgerde asielzoeker. Die tijd is zo’n beetje voorbij. Wie tegenwoordig het woord ‘eh’ laat vallen als hij een complexe vraag voor de kiezen krijgt, is een twijfelkont. Een vette kop in een wakkere krant of een item van twee minuten op televisie moet meer dan voldoende zijn om te weten wat je ergens van vindt.

In zo’n snelle tijd kan het geen kwaad dat zo nu en dan iets of iemand je uit de meningenmaalstroom haalt. Poëzie kan dat. Een goed gedicht dwingt je als vanzelf tot een adempauze, tilt je even uit het nu. Maar voor veel mensen is een dichtbundel een vrijwel onneembare vesting. Daarom is het goed dat gedichten af en toe het papier verlaten en de openbare ruimte opzoeken.

Vaak gebeurt dat met de poëzie die stadsdichters schrijven – het is geen slechte ontwikkeling dat steden van Groningen tot Rotterdam, van Deventer tot Amsterdam een eigen dichter hebben.

Rotterdam benoemde begin van het jaar Ester Naomi Perquin tot stadsdichter. Een van haar gedichten hangt metershoog aan een gevel bij het Rotterdamse centraal station. Een ander gedicht, geschreven voor de voedselbank, vond recent zijn weg naar het publiek: het is gedrukt op tasjes die via een bakkerij in de stad verspreid worden. ‘Er woont een vrouw in de stad, levend van water/ en lucht. Ze draagt haar lege tassen door/ de straten. Thuis schikt ze gaten op/ schalen, dan lijkt het nog wat.’ Stel, je hebt net twee broden gekocht en neemt de moeite om even te lezen wat er op je tas staat. Die paar heldere dichtregels laten je even anders naar je brood kijken, doen je onverwacht stilstaan bij het gemak waarmee je ze kon kopen. De kracht van een paar woorden.

De huidige Amsterdamse stadsdichter F. Starik – vroeger punk, nu een instituut – is al jaren de man achter ‘eenzame uitvaart´, waarbij overledenen van wie geen nabestaanden kunnen worden getraceerd een gedicht als afscheid krijgen. Veel dichters werken mee aan deze ‘poule des doods’, het heeft een aantal kleine monumenten opgeleverd. Veel (vaak) naamloos gestorvenen leven zo voort, de poëzie bewijst dat ze bestaan hebben. Het project drong zelfs door in de dramaserie ‘Adam en E.V.A. ‘, waarin een van de hoofdfiguren als ambtenaar van de gemeente regelmatig een dichter inhuurt bij eenzame begrafenissen.

Sinds januari 2009 vraagt ook Ramsey Nasr als Dichter des Vaderlands geregeld om een moment van bezinning. Nasr werd destijds met afstand verkozen als meest geschikte kandidaat om gebeurtenissen van nationaal belang van een gedicht te voorzien. Een andere blik op het nieuws en op de maatschappij. In Antwerpen, waar Nasr eerder al stadsdichter was, had hij zich al regelmatig kritisch geuit en zich solidair getoond met randfiguren in de samenleving.

Ook als Dichter des Vaderlands ontpopt Nasr zich steeds meer als vertolker van het tegengeluid, als poëtisch criticaster van wat er scheef zit in de politiek, in Nederland en in de wereld.

Afgelopen week verscheen onder de titel Mijn nieuwe vaderland de tussenstand van zijn arbeid als Dichter des Vaderlands tot nu toe.

Hij schreef onder andere over 400 jaar betrekkingen tussen New York en Nederland, hij maakte een gedicht nadat Karst T. in Apeldoorn met zijn auto op de koninklijke familie inreed, na het schreeuwincident bij de 4 mei herdenking op de Dam in Amsterdam, hij hernieuwde Tollens’ oude volkslied ‘Wien Neêrlandsch bloed in d’aders vloeit’.

Uit al die gedichten blijkt: Nasr schuwt de confrontatie niet, hij kritiseert, maar zonder te vervallen in holle retoriek of louter grote woorden. Met als belangrijkste thema’s de oneindige vrijheid – ‘waar alles mag, is ieder vogelvrij’ – en de afbrokkelende beschaving.

Wat als een beeldgedicht bij ‘De dame met de weegschaal’ van Vermeer begint, eindigt bij Nasr als een felle uithaal, verwijzend naar de crisis in de internationale bankenwereld, een loflied transformeert halverwege tot hekeldicht:

 

Dit was de bestuurskamer.

 

Vanuit dit vertrek werden jarenlang als losse parels leningen verstrekt.

Al wie een spiegel kon bewasemen ja zonder hulp een krabbel zetten kon

kreeg knikkers toegerold, terwijl intussen werd gepoogd de parel

te behouden, of tenminste de glans achter te houden en deze apart

nogmaals te verpatsen

 

Nasr zet de toon die Gerrit Komrij in 2000 als eerste Dichter des Vaderlands zette voort. Ook Komrij was scherp – zijn gedicht na de moord op Pim Fortuyn leverde hem felle kritiek op; zijn vers bij de verloving van Máxima en Willem-Alexander was meer dan een felicitatie een sneer naar het verleden van de vader van de toekomstige bruid. De monoloog van een dwaze moeder beviel het koningshuis maar matig. Het instituut Dichter des Vaderlands leek een vroege dood te sterven toen Komrij zijn functie voortijdig aan de wilgen hing en light verse dichter Driek van Wissen (hij overleed in 2010) een jaar later het stokje overnam. Zijn vaderlandse verzen deden af en toe een mondhoek krullen, maar wierpen zelden nieuw licht op dingen.

Nasrs woede en ergernis komen uit z’n tenen, zo blijkt uit z’n gedichten – zie bijvoorbeeld de afgemeten ‘Nieuwjaarsgroet‘ aan toenmalig premier Balkenende, geschreven kort na de uitkomsten van de commissie-Davids:

 

zo, JP, hoe voelt het om te liegen

en dan te moeten zien dat het gedrukt staat?

hoe voelt dat, om als christendemocraat

de zijde van herodes te verkiezen

 

Maar wie bereikt hij uiteindelijk met zijn gedichten? De eerste publicatie is voorbehouden aan NRC Handelsblad, uiteraard plaatst Nasr ze op zijn website. Daarnaast is hij meermaals te gast in goed bekeken televisieprogramma’s als De wereld draait door en Pauw&Witteman. Bij die laatste heren mocht de mediagenieke dichter (Nasr is ook acteur) afgelopen jaar een fragment van zijn op Tollens geïnspireerde vers voordragen, gericht tegen het gedoogkabinet Rutte:

 

Ik eer de leiders van mijn land.

    Hun vlekkeloos parcours

leert mij wat macht vóór al verlangt:

    ‘t geweten van een hoer.

Ik eer mijn leiders hemelhoog

    en ‘t hoogst zit een fascist

die u en mij zolang gedoogt –

    zolang als hij beslist.

 

Ook Stef Blok van de VVD en Job Cohen (PvdA) zaten die avond aan tafel. Nasr had met zijn niets verhullende gedicht een snaar geraakt bij de fractieleider van de liberalen. Maar de discussie met het gedicht als inzet werd in de kiem gesmoord door de presentatoren. Alsof zij wilden zeggen: leuk, die gedichten, maar nu gaan we over de echte zaken gaat praten.

De dichter als ‘side-kick’, vroeger ook wel hofnar genoemd: hij zegt de waarheid, zaagt aan poten en reputaties, maar is voor niemand echt gevaarlijk, niemands positie staat écht op het spel.

 

‘In versjes schrijven bij koninklijke geboortes en bruiloften heb ik weinig trek,’ was onder dichters een veel gehoorde uitspraak toen het plan voor een Dichter des Vaderlands werd gelanceerd.

Meer dan een hofdichter heeft Nasr zich laten gelden als een hofnar: hij houdt de Rooms-Katholieke kerk, de staatssecretaris van cultuur, de ‘gewone burger’ een grote glimmende spiegel van taal voor. Een die soms venijnig weerspiegelt, dan weer geestig, soms lichtvoetig, dan weer ronkend en cynisch. De narrenpositie heeft als groot voordeel dat Nasr zich nergens iets van aan hoeft te trekken. Binnen de vrijplaats van het gedicht kan hij zich veel permitteren, al zal hij een term als ‘dichterlijke vrijheid’ niet snel als schild gebruiken.

Gevaar van de narrenpositie is dat de boodschap snel vergeten is, nadat men in ‘tweet’ of sms zijn mening heeft gegeven – hij krijgt zeker bijval, Nasr citeert in zijn voorwoord een weinig subtiele reactie: ‘Ramsey Nasr je bent zelf een facist en ook nog een nep Nederlander. Man flikker op naar je zandbak waar je vandaan komt want vuil zoals jou hebben we hier niet nodig.’ Zodra de krant in de oud-papierbak ligt, haalt iedereen z’n schouders op zodat de dichter voor de échte maatschappelijke discussie begint, al buiten spel is gezet.

Ramsey Nasrs gedichten des vaderlands zijn kleine pamfletten voor behoud van beschaving, niet voor de lege huls van het woord maar voor de inhoud daarvan. Zijn kanttekeningen bij het morele verval zouden inzet kunnen zijn van het reeds lang aangekondigde debat over normen en waarden. Maar, zou Rutte wakker liggen van zijn Dichter des Vaderlands, las Wilders Nasrs woorden over Mauro? ‘Eenzaam land en ik/ Gaan roerloos varen/ Bijna onbemand.’

 

Ramsey Nasr – Mijn nieuwe vaderland. Gedichten van crisis en angst. De Bezige Bij, 111 pagina’s, 16,50 euro, ISBN 9789023469940

 

Deze recensie verscheen eerder in Trouw.

Dichter des Vaderlands en stadsdichters

 

In 2000 werd op initiatief van de stichting Poetry International, NRC Handelsblad en de NPS voor het eerst een Dichter des Vaderlands gekozen. Het idee daarvoor was afkomstig uit Engeland, waar men sinds 1616 een poet laureate kent. De Engelse poet laureate wordt benoemd door de kroon. John Betjeman en Ted Hughes bekleedden de functie, de huidige poet laureate is Carol Ann Dufy. In de Verenigde Staten wordt jaarlijks een nieuwe poet laureate gekozen.Gerrit Komrij was de eerste Nederlandse Dichter des Vaderlands, hij werd democratisch gekozen, evenals zijn opvolger Driek van Wissen. Bij de laatste verkiezing was een voorselectie van tien kandidaten gemaakt. Na felle campagnes was Ramsey Nasr de uiteindelijke publieksfavoriet.

www.dichterdesvaderlands.nl

Van de gemeente Aa en Hunze tot Zwolle, veel Nederlandse en Vlaamse steden, en ook dorpen, kennen tegenwoordig een stadsdichter. In sommige steden is die functie officieel en ontvangt de dichter een (klein) honorarium; veel plaatsen kennen ook een officieuze stadsdichter: zo gold Simon Vinkenoog jarenlang al als de officieuze bard van Amsterdam, voordat Adriaan Jaeggi in 2005 de eerste officiële stadsdichter werd. Uitgeverij Kontrast verzamelde gedichten van stadsdichters in een serie bloemlezingen. http://www.uitgeverijkontrast.nl/stadsdichters/

 

  

Bookmark and Share

Een Kommentaar op “Janita Monna. Voor behoud van beschaving”

  1. Fabian Stolk :

    Wat een leuk stuk over Nasr. Maar toch ook met een vreemde wending. Hoe kan je een dichter als Nasr die overal z’n gedichten en mening laat horen – in de krant, in bundels, in essays, tijdens voordrachten, op tv in films en debatprogramma’s, op de radio, op CD’s, op internet met een website en youtube-filmpjes – het verwijt maken dat zijn werk maar vluchtig is en snel vergeten?
    Meer dan een jaar geleden schreef Monna haar stuk, nog langer geleden verscheen “Mijn nieuwe vaderland”, en nog steeds spreken mensen erover. Ik refereer vaak aan zijn werk, ook tijdens colleges, en merk dat het velen niet onberoerd laat. Nog steeds niet. Poëzie heeft een heel lange adem.