Yves T’Sjoen. Ronelda S. Kamfer in de Lage Landen

Noudat slapende honde (2008)

Noudat slapende honde (2008)

Noudat slapende honde (Kwela boeke 2008) van Ronelda S. Kamfer (Kaapstad, 1981) kan zondermeer worden beschouwd als dé revelatie van de Afrikaanstalige poëzie van de afgelopen jaren. Andere talentvolle jonge Zuid-Afrikaanse dichters, onder anderen Loftus Marais (Staan in die algemeen nader aan vensters, Ingrid Jonker-prijs en Eugène Marais-prijs 2009) en Melt Myburgh (Oewerbestaan, Ingrid Jonkerprijs 2011), blijven voor de Nederlandse poëziewereld voorlopig verborgen in de schaduw van deze rijzende fonkelende ster. Aardig detail in het licht van deze casus: Loftus Marais ontving samen met Ronelda S. Kamfer de Eugène Marais-prijs in 2009, voor de Ingrid Jonker-prijs strandde Noudat slapende honde op een tweede plaats na Staan in die algemeen nader aan vensters.

De recensies van Nu de slapende honden (Podium 2010), de tweetalige editie van Kamfers debuut waarvoor de dichter Alfred Schaffer de vertalingen maakte, klinken opmerkelijk unisono. Een lectuur van boekbesprekingen in literaire periodieken (Awater, Poëziekrant, De Groene Amsterdammer) en e-zines (Meander) laat zien dat Kamfers debuut is gesmaakt in het Nederlandse taalgebied. Na de lofzangen van onder anderen Joan Hambidge en Antjie Krog in de Zuid-Afrikaanse literaire media, is het Nederlandse debuut van de jonge dichteres niet onopgemerkt gebleven. De gunstige ontvangst boven de Moerdijk – in de literatuurkritiek in Vlaanderen is mij alleen een bespreking van Jooris van Hulle in Poëziekrant bekend – heeft vervolgens geleid tot nieuwe weerklank van Kamfers ontluikende dichterschap in Zuid-Afrika. Thomas Möhlmanns bijdrage is bijna twee weken na publicatie in Awater gepost op Versindaba (februari 2011) en Van Hulles beschouwing verscheen begin december 2011 op LitNet. Erik Lindners korte bespiegeling op de Dichters & denkers webpagina is een week later samengevat met een url-link en op Versindaba terechtgekomen. Ook de literaire weblog De Contrabas besteedde aandacht aan Schaffers vertaling van Kamfers dichtbundel: een beknopt signalement bevat een verwijzing naar de blog van het Nederlandse periodiek Tirade die een toelichtende tekst van de vertaler bevat. Op Versindaba vinden we overigens ook een referentie terug aan de blog van Schaffer die is geschreven ter gelegenheid van het verschijnen van Kamfers tweede bundel grond/Santekraam (Kwela boeke 2011).

Nu de slapende honden (2010)

Nu de slapende honden (2010)

De Nederlandse (en bescheiden Vlaamse) persaandacht heeft zoals gezegd geleid tot hernieuwde aandacht voor Kamfers Noudat slapende honde in de Afrikaanse literaire wereld. De overweldigende en eensluidend gunstige kritische belangstelling voor een debuutbundel is, hoewel verre van uniek, toch opvallend. Gezaghebbende stemmen in het Afrikaanse literaire veld hebben in 2008 de toon gezet. Alfred Schaffer heeft, samen met Antjie Krog wier literaire netwerken in Nederland in stelling zijn gebracht, aanzienlijk bijgedragen tot de weerklank van Noudat slapende honde in ons taalgebied. Diens bijdrage beperkt zich niet tot de materiële productie − het her en der geroemde vertaalwerk dat resulteerde in een fraai uitgegeven tweetalige editie van uitgeverij Podium. De directe zichtbaarheid van een nieuwe naam uit de Afrikaanse literatuur is evenzeer toe te schrijven aan de literaire renommee dat de dichter Schaffer in Nederland en Vlaanderen geniet. Alfred Schaffers poëziedebuut Zijn opkomst in de voorstad (2000) is destijds genomineerd voor de C. Buddingh’-prijs en de volgende bundels, Dwaalgasten (2002) en Geen hand voor ogen (2004), stonden op de shortlist van de prestigieuze VSB-poëzieprijs. De vierde bundel, Schuim (2006), was in de running voor enkele Nederlandstalige prijzen en werd uiteindelijk bekroond met de Hugues C. Pernathprijs in Vlaanderen. Het is maar een greep uit het symbolisch kapitaal dat Schaffers poëzie in de Lage Landen wordt toegeschreven. Daarenboven was de dichter, vóór zijn terugkeer naar de Kaap (waar hij momenteel Nederlandse taalverwerving doceert aan het departement Afrikaans/Nederlands van de Universiteit van Stellenbosch), tekstredacteur van de toonaangevende commerciële literaire uitgeverij De Bezige Bij. Met deze credits kan het weinig overredingskracht hebben gekost een uitgeverij in Nederland warm te maken voor een vertaling van het door beeldbepalende literaire actoren geroemde Noudat slapende honde. Trouwens, een van de vermelde actoren heeft − vermoedelijk méér dan Alfred Schaffer − een decisieve rol gespeeld voor de introductie van Kamfer in Nederland. Op de website van Kamfers Nederlandse uitgever Podium en eerder al in de najaarscatalogus van 2011 wordt een zin van Antjie Krog (in het Nederlands) geciteerd waarin Noudat slapende honde/Nu de slapende honden als “het beste en meest opwindende wat in de afgelopen jaren in Zuid-Afrika is verschenen” wordt aangeprezen. De advertorial heeft het zelfs over een Zuid-Afrikaanse “gekleurde” dichteres die “in de voetsporen van Ingrid Jonker en Antjie Krog” treedt. De Nederlandse vertalingen van Krogs werk verschijnen bij dezelfde uitgeverij in Nederland en op een website las ik dat zij een van de studenten was van Antjie Krog op UWK in Bellville. De institutionele relatie Krog/Schaffer-Kamfer-Podium behoeft geen verdere verklaring. Of misschien nog één verband. Voor het derde deel met Nuwe stemme hebben Krog en Schaffer – aan de uitgave ging een poëzieworkshop vooraf waarvoor (debuterende) dichters zich konden aanmelden − gedichten van Kamfer geselecteerd. Nuwe stemme, telkens met een ander redactioneel tweespan (van academici en schrijvers), zet Afrikaansschrijvende dichters in de etalage en kan vanuit die optiek een beeldbepalende en strategische functie worden toegeschreven. De werkwinkel van 2004, die Krog en Schaffer samen hebben georganiseerd, heeft het forum gecreëerd waarop Ronelda S. Kamfer vier jaar voor de debuutbundel, haar entree in de literatuur maakte. De betrokkenheid van Antjie Krog en Alfred Schaffer als mentors van Kamfer kan niet worden overschat.

De commerciële strategieën zijn bekend: een nieuwe naam wordt in de markt gezet door in dit geval twee (Afrikaansschrijvende en vrouwelijke) coryfeeën van stal te halen die in Nederland (en Vlaanderen) bekendheid genieten. Gerrit Komrij’s vertalingen van Ingrid Jonker (in de verzamelbundel Ik herhaal je met de beknopte biografie door Henk van Woerden, die in 2011 nog maar eens is herdrukt) en de vertaling van poëzie en proza van Antjie Krog − naast haar literaire optredens aan de zijde van Tom Lanoye − hebben aanzienlijk bijgedragen tot de naambekendheid van beide schrijvers in het contemporaine Nederlandse literaire veld. Ronelda S. Kamfers dichtwerk, met de tweede naam Sonnet die jammer genoeg alleen als initiaal op de covers verschijnt, wordt in de fondscatalogus van Podium, mijns inziens volkomen imaginair maar strategisch wel handig, in de traditie van de Sestiger-poëzie van Jonker geplaatst. De rebelse, onbehouwen toon van Kamfers gedichten, door Thomas Möhlmann “sociaal-realistische poëzie […] met een sterk anekdotische inslag” genoemd, kan mogelijk worden geassocieerd met de wijze waarop Antjie Krog op zeventienjarige leeftijd met Dogter van Jefta (1970) in de toen nog overwegend conservatieve literaire arena stapte en voor deining zorgde. Jonkers bedrieglijk-eenvoudige en maatschappijkritische rijmende poëzie daarentegen sluit minder aan bij Kamfers particuliere stem. Ronelda Kamfer heeft in interviews zelf aangeven dat naast Dylan Thomas, Derek Walcott (aan beider werk is een motto ontleend voor Noudat slapende honde) en Charles Bukowski ook de Zuid-Afrikanen Adam Small en Antjie Krog inspiratiebronnen voor haar dichtwerk zijn. De relatie met Smalls poëzie en het ritmisch-eclectische Kaaps-Afrikaanse idioom verdient nadere exploratie.

Fonkelende ster

Fonkelende ster

De introductie van Ronelda S. Kamfer in de Nederlandse literatuur is oordeelkundig voorbereid. Eerst waren er de publicaties van enkele gedichten in het intussen ter ziele gegane periodiek en door Schaffers eerste uitgever Thomas Rap gepubliceerde Bunker Hill. Naar verluidt zijn de gedichten door Antjie Krog zelf geselecteerd (Joop Leibbrand in Meander/e-zine, 26 november 2008). Vervolgens zijn er de vermelde marktstrategieën van Podium die de weerklank van deze “gekleurde” Afrikaansschrijvende auteur “uit het zuidelijkste puntje van het Afrikaanse continent” hebben versterkt. Het is trouwens opvallend dat ook alle recensies in de Nederlandse pers aanvangen met een extraliteraire, louter biografische noot waarin huidskleur en professionele achtergronden van de schrijfster worden genoemd.

De hernieuwde aandacht voor Noudat slapende honde (2008) in Zuid-Afrika, na de uitgave van de vertaling in 2011, heeft de debuutbundel welhaast een canonieke status in de vroeg-eenentwintigste-eeuwse Afrikaanse poëzie bezorgd. Eerst de toekenning van de Eugène Marais-prijs in 2009, na de uitspraken van Hambidge, Krog c.s., én in een volgende fase de onverdeeld positieve beoordelingen van Nederlandse (en Vlaamse) recensenten, hebben Kamfers poëzie − na twee bundels en pas drie jaar na de eerste bundelpublicatie − in de Afrikaanse letteren een bijna onaantastbare status opgeleverd.

In dit licht kan revelerend zijn te onderzoeken op welke esthetische, etnische of zelfs linguïstische presupposities de lezersreacties in de Afrikaanse resp. de Nederlandstalige poëziekritiek zijn gefundeerd. De receptie in Zuid-Afrika en in Nederland vertoont opmerkelijke verschillen. In de reacties van Hambidge en Leibbrand − de enige Nederlandse recensent die als eerste en het meest uitgebreid aandacht schonk aan de Afrikaanse editie van de bundel – lees ik uitspraken die naast poëticaal cultureel en vooral gender-gerelateerd zijn. De grond waarop de gunstige beoordelingen zijn gebouwd, in de verschillende literaire systemen, is voer voor vergelijkend onderzoek naar poëziekritiek. Niet alleen het receptieonderzoek, ook de vertaling (of adaptatie) van Alfred Schaffer kan vanuit een vertaalwetenschappelijk perspectief interessante bevindingen opleveren. Nu de bundel is geprijsd en geprezen, kan het onderzoek naar de mechanismen die hebben geleid tot bekroningen en visibiliteit in Zuid-Afrika, Nederland en Vlaanderen een aanvang nemen.

Recensies

Chrétien Breukers, ‘Nieuwe bundel Ronelda S. Kamfer’ http://www.decontrabas.com/de_contrabas/2011/07/nieuwe-bundel-ronelda-s-kamfer.html (18 juli 2011). Met verwijzing naar de Tirade-blog van Alfred Schaffer: http://www.tirade.nu/?p=6036

Jooris van Hulle, ‘Ronelda S. Kamfer: pijn is voor iedereen hetzelfde’, in: Poëziekrant 35 (2011) 7 (oktober-november), p.84. Overgenomen op LitNet < http://www.litnet.co.za/cgi-bin/giga.cgi?cmd=cause_dir_news_item&cause_id=1270&news_id=113508> (5 december 2011).

Joop Leibbrand, ‘Waar ek staan’, in: Meander/Literair e-zine < http://meandermagazine.net/wp/2008/11/waar-ek-staan/> (26 november 2008).

Erik Lindner, ‘Vertalingen (1), in: De Groene Amsterdammer (16 december 2010) < http://www.eriklindner.nl/content/view/358/461/>. Overgenomen op Versindaba < http://versindaba.co.za/2010/12/23/nederlandse-kopknik-vir-ronelda-s-kamfer/> (23 december 2010)

Thomas Möhlmann, ‘Ek staan nog steeds’, in: Awater 10 (2011) 1 (januari), p.45-46. Overgenomen op Versindaba (9 februari 2011) < http://versindaba.co.za/2011/02/09/thomas-mohlmann-nu-de-slapende-honden/>

Aanbiedingscatalogus Podium (najaar 2010): http://www.uitgeverijpodium.nl/contentfiles/eCatalogus%20Podiumlowres.pdf

Bookmark and Share

7 Kommentare op “Yves T’Sjoen. Ronelda S. Kamfer in de Lage Landen”

  1. Joan Hambidge :

    Ek sien uit na die meganismes wat Yves T’Sjoens gaan uitwys, want literatuurkritiek werk immers altyd met implisiete aannames. Ek sal die verskille en ooreenkomste tussen die Suid-Afrikaanse en buitelandse kritiek interessant vind. ‘n Baie sinvolle artikel hierdie.

  2. Lees, beluister en/of download het citybook over Grahamstown ‘Die opgaarders’ van Ronelda Kamfer alhier http://www.city-books.eu/nl/kunstenaars/p/detail/ronelda-kamfer in het Afrikaans, Engels, Frans of Nederlands. Ja, Kamfer schrijft ook proza!

  3. Charl-Pierre Naude :

    Hierdie is ‘n opvallend belangrike artikel in sy slosom.

    Kamfer se bundels is hul lof waardig gewees. En Schaffer is nie slegs bewese as digter nie, maar ook as betroubare leser en dus as betroubare conduit (herleier) – van Afrikaanse lettere na Nederlands, en andersom.

    Maar die volgende geval val eweneens sterk op as beduidend: In die onlangse maande het ‘n bundel deur ‘n nuwe, jong Afrikaanse digter, ene Jasper van Zyl verskyn. Dis by uitstek ‘n bundel wat werklik ‘n sterk interaksie – poetikale kruisbestuiwing – tussen Nederlandse en Afrikaanse digkuns toon. Dis by uitstek ‘n sterk debuutbundel. Van Zyl sluit op oorspronklike wyse aan by die hedendaagse Nederlanse digkuns – van niemand minder as Schaffer self. Dis een van die mees opwindende bundels wat in onlangse jare in Afrikaans verskyn het. Nie minder opwindend as Kamfer se bundels nie.

    Indien die Nederlandstalige resepsie nog nie van hierdie bundel of die naam Jasper van Zyl kennis geneem het nie – kan dit van belang wees vir die genoemde vergelykende ondersoek na resepsie.

    Trouens, dis baie hoog tyd dat die bestaan van sosiale en kulturele buiteliterere oorwegings – oorwegings wat meer met die soort identiteit van die outeur – en die wyse waarop dit gevaar loop om die integriteit van literere oordeel aan te tas, OOK en VERAL binne Suid-Afrika, onder die loep kom. En dat die bestaan van hierdie gevaar erken word. Dis die olifant in die transit hall.

    Ek dink egter nie dat so ‘n ondersoek na genoemde gronde die oordeel oor Kamfer se werk wesenlik behoort aan te tas nie. Dit sal dit slegs suiwerder maak.

  4. Nathan Trantraal :

    I find it fascinating the way that Mr. T’Sjoen writes so confidently about how and why Ronelda Kamfer was published in The Netherlands. When I bet he didn’t ask her once but skimmed over articles on the internet and drew a conclusion from that. I certainly wont enlighten him but I’ll say only this, that yes, you can indeed overstate the influence of Antjie Krog and even more so that of Alfred Schaffer over Ronelda’s writing and her career.

  5. Nathan Trantraal :

    What I was saying was that you can overstate the influence of Alfred and Antjie on Ronelda.

  6. Johann de Lange :

    Gelukkig hanteer Ronelda sélf haar loopbaan met meer grasie. En dit ís, aan die einde van die dag, háár loopbaan.

  7. Koeka Suurvogel :

    As juffrou de Lange net haar loopbaan met grasie kon hanteer … as sy net die betekenis van die woord kon leer.