Yves T’Sjoen. Krog kom nooit alleen nie. Kromspraak in de Lage Landen

[1]

 

Eep Francken, coauteur van Skrywers in die strydperk. Krachtlijnen in de Zuid-Afrikaanse letterkunde (2005), merkte vorig jaar in Tydskrif vir Geesteswetenskappe op dat “Antjie Krog […] in Nederland sinds jaar en dag een vaste, zeer gewaardeerde gast” is. Deze vaststelling kan iedereen die een optreden van of een interview met Krog heeft gezien of gelezen alleen maar bevestigen. Krog is een “zeer gewaardeerde gast” tijdens festivals, zoals op de Winternachten (januari 2010), maar de vraag is of de kritiek in de Lage Landen het dichtwerk (al dan niet in vertaling) ook zo weet te waarderen. Krogs vertaalde poëzie verkoopt goed en haar jongste bundels, inclusief een Gedichtendagbundel, worden in Nederland uitgegeven en gepromoot. In een tweeluik ga ik nader in op de ontvangst van Antjie Krogs poëzie in Nederland en ik formuleer enkele voorzichtige bevindingen.

Winternachten 2010

Winternachten 2010

In het artikel ‘Gerrit Komrij en de Zuid-Afrikanen’ presenteert Ingrid Glorie een beeld van de ontvangst van Komrij’s in 1999 bij Bert Bakker verschenen bloemlezing De Afrikaanse poëzie in 1000 en enige gedichten in Nederland en Zuid-Afrika. Een van de bevindingen is dat Nederlandse recensenten (Rob Schouten en Michaël Zeeman worden bij naam genoemd) “als de naïeve Nederlandse lezer [poseren] die met een minieme voorkennis aan het boek begint”. Glorie voegt eraan toe dat recensies in Vrij Nederland en de Volkskrant “tot grote verontwaardiging” in Zuid-Afrika hebben geleid. De depreciatie is terug te voeren op zowel een “essentialistische” benadering (“hun uitspraken gelden niet de-Afrikaanse-poëzie-volgens-Komrij, maar de Afrikaanse poëzie”) als “een onbedoelde, naïeve vorm van cultuurimperialisme”. Beide critici hebben geoordeeld dat de Afrikaanse poëzie overwegend uit “anekdotische poëzie […] [en] speels gebruiksrijm” (Zeeman) bestaat alsook, wat de negentiende-eeuwse poëzieproductie betreft, “manmoedige, stichtelijke of koddige verzen zonder veel filosofische diepgang” (Schouten). Als enige lichtpunten in de late twintigste-eeuwse poëzie vermeldt Schouten Daniel Hugo en Antjie Krog, Zeeman noemt uitsluitend Elisabeth Eybers. Glorie merkt op dat Michaël Zeeman Antjie Krog pas later is gaan beschouwen “als één van zijn grote literaire heldinnen”.

 

In het Afrikaanse literaire systeem bekleedt de poëzie van Antjie Krog een prominente plaats. De canonieke status die haar werk wordt toegeschreven, blijkt onder meer uit boekbesprekingen in Afrikaanstalige (gedrukte en digitale) periodieken en de academische aandacht voor het oeuvre. Ook in het Nederlandse literaire circuit wordt het dichtwerk van Krog hoog aangeschreven. Indien we het begrip ‘receptie’ in enge zin opvatten en beschouwen als ‘weerklank in de kritiek’, dan blijkt deze schrijver toch vooral een publieke figuur en minder een literaire persoonlijkheid. Het speurwerk voor dit receptieonderzoek heeft een beperkt tekstencorpus opgeleverd. Dat is gezien de internationale statuur van Krog merkwaardig te noemen.

Nederlandse vertalingen

 

 

Vertaling Robert Dorsman

Vertaling Robert Dorsman

Ik beperk me voor het receptieonderzoek tot het Nederlandse taalgebied. Robert Dorsman heeft behalve de prozateksten De kleur van je hart (2000, i.s.m. Ed van Eeden en met een voorwoord van Adriaan van Dis; Country of My Skull, 1998), Relaas van een moord (2003; Relaas van ‘n moord, 2003), Een andere tongval (2009; A Change of Tongue, 2003) en Niets liever dan zwart (2010; Begging to Be Black, 2010) zes dichtbundels van Krog vertaald: Kleur komt nooit alleen (2002; Kleur kom nooit alleen nie, 2000), Liederen van de blauwkraanvogel (2005; Met woorde soos met kerse, 2002), Wat de sterren zeggen (2004; Nederlandstalige compilatiebundel), Lijfkreet (2006, i.s.m. Jan van der Haar; Verweerskrif, 2006) en Hoe zeg je dat (2009, i.s.m. Jan van der Haar; Nederlandstalige compilatiebundel).

Antjie Krogs introductie in de Nederlandse poëzie is begeleid door de selectie die Dorsman, overigens in overleg met Krog, uit de verzamelde poëzie heeft gemaakt. Volgens de opgenomen bibliografie omvat de verzameling Om te kan asemhaal (1999) gedichten uit het Jaarblad van die Kroonstadse Hoërskool, Dogter van Jefta, Januarie-suite, Beminde Antartika, Mannin, Otters in bronslaai, Jerusalemgangers, Lady Anne en Gedigte 1989-1995. De bloemlezing bevat de eerste vertalingen die Robert Dorsman van Krogs poëzie produceerde. Diens poëticaal of thematisch niet geëxpliciteerde greep uit de bundels is uitgegeven vóór Kleur komt nooit alleen en kreeg in de Nederlandse kritiek beperkte aandacht. Robert Dorsman heeft een korte impressionistische bijdrage over Krogs optreden op de Nacht van de Poëzie in 1999 gepubliceerd op LitNet waarin het enthousiasme en de aandacht voor haar performance worden beschreven.

 

Het vroege werk van Antjie Krog is in de door Dorsman samengestelde anthologie voor een Nederlands publiek eerst selectief beschikbaar gesteld. Het jongste dichtwerk (sinds Kleur kom nooit alleen nie, 2000) is daarentegen vrijwel integraal toegankelijk in de Nederlandse vertaling van Dorsman. Ook over de bundels die het afgelopen decennium voor het Nederlandse literaire systeem zijn vertaald, hebben relatief weinig Nederlandse (en Vlaamse) critici zich uitgesproken.

Persona pratica: performer en opinion-maker

 

performer

performer

Krog geniet voor het Nederlandse publiek meer bekendheid als maatschappijkritische opiniemaker (en performer) dan als schrijver van dichtbundels. Het is geen toeval dat ook in literatuurkritieken herhaaldelijk wordt verwezen naar haar betrokkenheid bij de Waarheids- en Verzoeningscommissie als verslaggever (1996-1998) en de politieke taalideologie die zij zowel in haar oeuvre als in (vele) interviews in Nederlandse kranten en in televisie- en radioprogramma’s expliciteert.

Indien we de term ‘receptie’ in een ruime zin opvatten, en ook de literaire performances, de aanwezigheid in een uitgeversfonds (Podium, Amsterdam) en de netwerken en internationale contacten meerekenen, dan kunnen we van een prominente presentie in de Lage Landen spreken. In het lemma dat aan Krog is gewijd op LitNet, worden de gezamenlijke optredens met Tom Lanoye vermeld (Geletterde mensen (2006) en Saint Amour (2010) in een organisatie van Behoud de Begeerte). Haar optredens op de Nacht van de Poëzie (Dorsman, 1999) en tijdens het Wintertuinfestival (november 2008) kunnen worden genoemd. In de pers is daarnaast aandacht voor Krogs politieke uitspraken in de postapartheid-periode. Het dichtwerk wordt uitgegeven en gepromoot door het bescheiden Podium – bescheiden in het Nederlandse uitgeverslandschap − en de keuze voor Krog als eerste Zuid-Afrikaanse auteur van een Gedichtendagbundel, ter gelegenheid van het tienjarige bestaan van de Gedichtendag van Poetry International (Waar ik jou word, i.s.m. Jan van der Haar, 2009), wijst op een institutionele verankering in het literaire systeem van Nederland. Op poëziesites en weblogs in Nederland en Vlaanderen is bericht over de ook in Zuid-Afrika druk besproken plagiaataffaire (De Papieren Man en De Contrabas). In Vlaanderen trad Krog voor het eerst op het voorplan met haar rubriek ‘Brief uit Kaapstad’, die op vraag van hoofdredacteur Herman de Coninck in het Nieuw Wereldtijdschrift (1997) is gepubliceerd en later verwerkt in Country of My Skull (1998). Over haar poëzie in vertaling mag dan niet veelvuldig zijn bericht, Krogs aanwezigheid op podia en haar politieke standpunten halen wel vlot de media. Blijkbaar deert die geringe aandacht in de literatuurkritiek niet. Robert Dorsman wist te melden dat de vertaalde bundels vlot over de toonbank gaan.

[Deel 2 over de receptie van Antjie Krog in Nederland en Vlaanderen verschijnt volgende week]

 

Bronnen

 

 

Dorsman, Robert. 2005. La Krog in Nederland: ‘overdonderend’. LitNet. <http://www.oulitnet.co.za/vholland/akrog2.asp>

 

Francken, Eep & Renders, Luc. 2005. Skrywers in die strydperk. Krachtlijnen in de Zuid-Afrikaanse letterkunde. Amsterdam: Bert Bakker. 101-103.

 

Francken, Eep. 2011. Een groot mirakel: de Afrikaner literatuur in Nederland in 2010. In: Tydskrif vir Geesteswetenskappe 51(1): 101-104. http://www.scielo.org.za/scielo.php?pid=S0041-47512011000100007&script=sci_arttext

 

Glorie, Ingrid. 2002. Gerrit Komrij en de Zuid-Afrikanen. LitNet (NeerlandiNet). <http://www.oulitnet.co.za/glorie/glorie8.asp>

 

Schouten, Rob. 2004. Opgevreten door een leeuw. In: Vrij Nederland, 14 Februari. [Liederen van de blauwkraanvogel]

 

Zeeman, Michaël. 2002. Die aarde kreun in die kleur van roes. In: de Volkskrant, 1 Februari. [Kleur komt nooit alleen]

 

Zeeman, Michaël. 2005. Want ek het hom lief. In: de Volkskrant, 28 Januari. [Wat de sterren zeggen]


Krogs vijfdelige reeks ‘slaapliedjies uit Ntombizana Atoo’ is vertaald door Robert Dorsman en Jan van der Haar.

 Ter vervollediging kan ik aanstippen dat Dorsman méér Afrikaanse poëzie heeft vertaald. Er zijn vertalingen van Wilma Stockenström (de bloemlezing Vir die bysiende leser/Voor de bijziende lezer, 2000), Gert Vlok Nel (Het is onnatuurlijk om te leven, 2007, met een voorwoord van Antjie Krog; Om te lewe is onnatuurlik, 1993) en Charl-Pierre Naudé (de tweetalige bundel sien jy die hemelliggame (2007, in de Slibreeks Kunstuitleen Zeeland). Samen met Adriaan van Dis stelde Dorsman de tweetalige anthologie O wye en droewe land. Honderd-en-een gedichten in het Afrikaans (1998) samen. Hij vertaalde ook proza van Zuid-Afrikaanse schrijvers uit het Afrikaans en het Engels. Zo verschenen in Nederlandse vertaling romans van Etienne van Heerden (Kikuyu, 1998; Kikoejoe, 1996)/Het zwijgen van Mario Salviati, 2002; Die Swye van Mario Salviati, 2000/In de plaats van liefde, 2006; In stede van die liefde, 2005), Marlene van Niekerk (Triomf, 2000, i.s.m. Riet de Jong-Goossens; Triomf, 1994) en uit het Engels K. Sello Duiker (Het stille geweld van dromen, 2003; The Quiet Violence of Dreams, 2001) en Zakes Mda (Rouwer van beroep, 2004; Ways of Dying, 1995/De Walvisroeper, 2007; The Whale Caller, 2005).

Bookmark and Share

3 Kommentare op “Yves T’Sjoen. Krog kom nooit alleen nie. Kromspraak in de Lage Landen”

  1. Emma Huismans :

    Dit is miskien wel een van die rommeligste en onduidelikste artikels wat ek in ‘n lang tyd op Versindaba gelees het.
    Wat op aarde probeer die outeur hier kwyt raak en waar gaan dit heen. Wie waardeer nou wat? En die gebruik van aanhalings tekens by “zeer gewaardeerde gast” tot meerdere kere toe. Is dit ‘n opinie of is dit ironie, of wat?
    Ek hoop van harte die beloofde deel twee is beter en duideliker en minder rommelrig in struktuur.

  2. Ingrid Glorie :

    Ik heb nooit een complete lijst van mijn eigen interviews en recensies bijgehouden, maar volgens mij heb ik in de afgelopen vijftien jaar bijna elk nieuw boek van Antjie Krog wel ergens besproken. De belangrijkste publicaties waren waarschijnlijk “Duizend woorden schroeien mij tot een nieuwe tong” (“Poëziekrant” 1, 2006) en interviews voor “Surplus” en “Schrijven” (2002). Daarnaast heb ik meerdere recensies over Krogs werk geschreven voor het maandblad “Zuid-Afrika”.

    Verder weet ik uit eigen waarneming dat Krogs werk ook aan Nederlandse universiteiten gedoceerd wordt, niet alleen bij een bijvak Afrikaans, maar ook bij bijvoorbeeld Vrouwenstudies en Postcolonial Studies.

    Het beeld dat er weinig over Krogs boeken bericht is, herken ik dan ook niet.

    Ook zou ik aarzelen om Podium, met auteurs als Kluun en Giphart in het fonds, een relatief kleine uitgeverij te noemen. Daarbij loopt Podium voorop als het gaat om de publicatie van Afrikaanse literatuur in Nederlandse vertaling (Krog, Jonker, Kamfer).

    Kortom, ik ben ook benieuwd hoe het artikel zich verder zal ontwikkelen. Ná zijn bijdrage over de lancering van Ronelda Kamfer in Nederland, lijkt het nu opnieuw alsof de auteur graag een ballon wil doorprikken waar niemand anders last van heeft.

  3. Als student aan de Universiteit van Amsterdam ben ik bevoorrecht om in het Zuid-Afrikahuis aan de Keizersgracht college te mogen volgen van prof. dr. Ena Jansen over de fantastische letterkunde van Zuid-Afrika. Afgelopen dinsdag hebben we over de dichtkunst van Antjie Krog gesproken en naar haar prachtige voordracht van de gedichtencyclus ‘Land van genade en verdriet’ geluisterd. Ik werd hier heel emotioneel door, met name vanwege het feit dat mijn schoonouders in het gewelddadige, spannende Johannesburg woonachtig zijn.