Roel Weerheijm. Vier portretten

JOZEF

 

We doen alsof dit

vaderliefde is.

 

Ik besta in het hout dat ik bewerk.

Tafels, kasten, mijn handen

zijn schepper en schuurpapier ineen.

Alleen de kribbe waarin het

woord vlees

werd heb ik tot mijn spijt niet zelf gemaakt.

 

Jij bent dan ook niet mijn zoon.

Je hebt geen rauwe huid

en in het hout in jouw handen

zal je wegvloeien

tussen doornenkroon en ijzeren nagels.

 

 

JEZUS

 

Laat mij mezelf begraven in de lucht

en wolken wetten uit mijn monden spugen.

 

Ik brak torens af, en tempels, luchtkastelen,

om ze daarna, steen voor steen,

te schikken naar mijn evenbeeld.

 

Ik brak de doden

als waren het broden

en ik zoop bloed als was het rode wijn.

 

Het maakt geen verschil dat u mij

geselde en kruisigde,

omdat u enkel wijn wilde,

brood en

 

spelen.

 

 

KALYPSO

 

Er joeg een storm van gehoon

langs de rots. Het strand krulde zich

als een slapende kat om je schip

tot dat deel was van de ansichtkaart.

 

Was je mijn geliefde, dan had ik het je

elke dag laten zien

als de wieg die jou slapend

in de wereld had gebracht.

Je had er minzaam naar gekeken

alsof je een ander lichaam had aangetrokken,

 

maar mijn liefde is jouw dwangbuis, omdat je

mijn geliefde niet wil zijn

en je zou vluchten, als je kon.

 

 

ICARUS

 

Wij zweefden tel voor tel en wisten zeker dat het

eeuwen waren. Wij rilden in de waterdamp, wij

zweetten bij de maneschijn. Wij zogen lucht en uitzicht op.

 

Wij grepen alle uren aan om indrukken te sparen.

Wij spanden als een supermens de lucht van dorp

tot stad tot landschap samen. Wij waren eigenaar

 

van alles wat we zagen. Wij spraken alle talen maar

Wij zwegen want aan praten hadden wij te weinig.

Wij deden wat wij liefde mochten noemen van elkaar.

 

Wij dachten aan oneindigheid en joegen op de horizon.

Wij droomden en wij namen vinger, hand en arm van elkaar.

Wij waren veel te gretig om bij onszelf te blijven.

 

Wij smolten door de geseling van zonnestralen. Wij vertraagden

tot wij ‘ik en jij’ werd. Daarna vielen wij

 

en zwegen. Onze ogen werden angst. Tot ik en jij

 

verdwenen.

 

 

© Roel Weerheijm,  2012

 

Roel Weerheijm

Roel Weerheijm

 

Roel Weerheijm werd in 1983 in Middelburg geboren. Hij woont en werkt thans in Utrecht, waar hij Nederlandse literatuur studeerde. Roel is redacteur en interviewer van de Boekenkrant, en is ook werkzaam bij de literaire tijdschriften Kluger Hans en Meander. Hij publiceerde poëzie, korte verhalen, recensies en essays in onder meer Kluger Hans, Deus ex machina, Awater, Meander en Watermerk.

Bookmark and Share

Comments are closed.