Delphine Lecompte. Onder de wolken die mij op mijn honger laten zitten.

Vandaag besluit ik naar boven te kijken. Normaal gesproken kijk ik naar beneden wanneer ik wandel. Dat is verstandig, want voor je het weet struikel je over de verpakking van een tapijtschaar en val je op je gekwelde gezicht.

Wie zijn neus schendt schendt zijn aangezicht. Ja, ik denk veel na over mijn ouders. Mijn schattige, deerniswekkende vader en moeder die respectievelijk te veel calvados drinken en te weinig marsepeinen wortels eten. Ik zie ze graag.

Mijn moeder woont in dezelfde stad. Ik heb een sleutel van haar huis. Soms ga ik naar binnen wanneer zij in een kuststad bijles Frans aan het geven is aan een verwend veganistisch notariszoontje, of aan de weerloos wulpse dochter van de rijkste imker van België. Dan zit ik op haar voetkussentje en tel ik mijn geld. Meestal heb ik niet genoeg geld om naar de cinema te gaan.

Ik kijk naar boven en ik zie een wolk die op een doorspietste stier met heimwee lijkt.

Als ik beter kijk wordt de stier een bloedend communielam, daarna mijn nicht toen ze na haar abortus voor het eerst op haar merrie zat.

Mijn nicht was in alles beter en sneller: eerst geboren, betere speller, eerst gekust, betere verleidster, eerst getrakteerd, betere kokkin, eerst gegokt, betere spaarder, eerst getrouwd, betere moeder, eerst gescheiden, betere gifmengster, enzovoort…

Nu zien we elkaar nauwelijks, ze is getrouwd met een Jan die Jan heet, hij doet iets met spreadsheets. Ze heeft me verzekerd dat het niet magisch is. De spreadsheets noch het huwelijk. Ze is vermagerd en verzamelt sinds vorig jaar houten amfibieën. Ze moeten uit Bali komen en handgesneden zijn door blinde weeskinderen. Het mogen meisjes zijn.

Ik staak het naar boven kijken. De grond is boeiender. Een alerte clochard in een plakkerige contrabaskist vraagt of hij er profetisch uitziet. Ik antwoord: ‘Je lijkt een beetje op de geïllustreerde Abraham van mijn eerste en enige kinderbijbel.’ Hij is niet tevreden met mijn antwoord, omdat hij op Elia gehoopt had.

Omdat ik ‘Abraham’ gezegd heb in de korte vijandige dialoog met de onvoorspelbare zwerver denk ik uiteraard aan mosterd.

Na mosterd komt berouw: ik heb gisteren een pot mosterd van mijn muze gestolen, en ketchup die niet meer houdbaar was. Mijn muze laat alles oogluikend toe, zolang hij achteraf mijn schrijfsels niet moet lezen kan het hem niet veel schelen.

Hij werkt in de tuin van zijn dochter. Vroeger haatte zijn dochter mij. Sinds ik een fiets van haar gekocht heb verdraagt ze mij in beperkte dosissen.

Gisteren kwam ik haar toevallig tegen in de zuivelafdeling van mijn favoriete supermarkt. Ik voelde mij rood worden omdat er meer dan drie afgeprijsde vleesvervangers in mijn boodschappenmandje lagen. Zij had een kar volgestouwd met rum, linzen, suikervrije jachtwafels, bananen en hondenvoer. Maar ze heeft geen hond, ze heeft nooit een hond gehad.

Ik had vroeger een hond, een boxer met een Italiaanse gangsternaam. Ik gaf hem een denkbeeldige borstzak zodat ik hem iedere zaterdag zakgeld kon geven. Ik was niet gierig. Toen ik zeven was liepen we weg. In mijn rugzak zat de kinderbijbel die het mij later moeilijk zou maken in de communicatie met vaders en landlopers.

In de duinen kwamen we een naakte man tegen. Hij vroeg of ik mee wilde naar zijn huis om een fresco van een Baskische burgeroorlog te schilderen op de muur van zijn strijkkamer. Maar ik was al te oud om Picasso niet te kennen, dus zei ik: ‘Nee, ik heb beloofd aan een touwslager om een fresco van een Tsjechische toneelschrijver die wordt afgeranseld met een gesluikstort visnet door de anemische uitvinder van de frituurmand, en met een kapotte kinderxylofoon door een spichtige bontmagnaat die de schoonvader is van de toneelschrijver, te schilderen op de muur van zijn slaapkamer!’

‘Is dat niet gevaarlijk?’ vroeg de naakte man monkelend.

‘Delphine houdt van het gevaar,’ loog mijn hond. ‘En loop nu maar naar de maan en trek er je beste kleren aan!, voegde hij er nog aan toe.

We keerden terug naar huis en niemand had ons gemist. ‘s Avonds las ik dat het allemaal de schuld van Eva was. En toen ik niet kon slapen las ik in een ander boek dat het de schuld van Marx was. Gelukkig had ik nog een derde boek: een bloemlezing van surrealistische dichters in het Wit-Russische interbellum.

Bookmark and Share

Een Kommentaar op “Delphine Lecompte. Onder de wolken die mij op mijn honger laten zitten.”

  1. dirk verbeke :

    bizar. aantrekkelijk. aantrekkelijk bizar. heel eigen. mooi. literair ook. terecht gepubliceerd hier.