Roel Richelieu van Londersele. De school der poëzie

Het is een kwaaie tijd voor beginnende dichters.

Stel: je voelt het sap van de inspiratie voor het eerst opborrelen, de urgentie breekt je mond open, het witte blad ligt voor je. De vorige generaties grepen dan terug naar de klassieke voorbeelden die ze op school kregen ingelepeld of snelden naar de bibliotheek. Dat was geen wankele basis.

Vandaag schuwt het onderwijs de poëzie wegens te moeilijk of niet flashy genoeg en de beginnende dichter stort zich gemakshalve op het internet. En daar begint de miserie: de filter ontbreekt. De bundels die men vond in de bibliotheek waren toch gegarandeerd van een zeker niveau, want ze waren al de filters van de redacteur, de uitgever, de boekhandel en de bibliothecaris gepasseerd. Vandaag is het internet de vuilnisbelt voor alle geweigerde poëzie. De ervaren dichter of poëzielezer vindt er natuurlijk pareltjes terug, maar de leek voor wie de naam Marie-France Probeersel evenveel betekent als Neruda of Nolens heeft 95 procent kans om op een krakkemikkig gedicht te stoten. Onder dat gedichtje staat natuurlijk een naam … dus … even het facebookje raadplegen en de beginnende dichter drijft binnen de kortste tijd in een poeltje met gelijkgestemde, nietsvermoedende beginners die elkaars fouten bevestigen als de goede norm. Jammer, want hier en daar verdrinkt in dat poeltje een talentvol dichter.

Is er dan geen reddingsboei? Toch wel. Terwijl schilders al honderden jaren hun métier leerden bij meesters of in academies, terwijl muziektalenten hun zweet lieten in strenge conservatoria, zaten de dichters moederziel alleen op hun armoedig zolderkamertje, alsof schrijven geen vak was en de inspiratie een heilig altaar dat niet door raad of techniek mocht worden bezoedeld. Gelukkig beginnen de alternatieven veld te winnen en is de mentaliteitsverandering onomkeerbaar.

Leo Geerts stichtte in Antwerpen de SchrijversAcadmie naar het voorbeeld van de schrijversvakschool ‘t Colofon in Amsterdam. Na een vijf jaar durend pilootproject in 5 kunstacademies voor Muziek en Woord keurde de Vlaamse minister van Onderwijs het vak Literaire Creatie goed. Elke kunstacademie mag het vak  nu inrichten. Creatief schrijven organiseert talrijke workshops en de poëziecursussen van Wisper zitten vol.

Bezigheidstherapie! kraaien de tegenstanders. Waauw, roepen de bekeerde aanhangers vol ontzag. De waarheid ligt tussenin. Na twintig jaar werken als poëziedocent weet ik het zeker: goede feedback is de versnellingsbak van de dichter. Waar de zolderkamerdichter met vallen en opstaan tien jaar over doet, doet de cursusdichter (ook met vallen en opstaan) twee jaar over. Natuurlijk past de versnellingsbak van de Rolls Royce niet in het deuxchevautje: groot talent kan je niet kweken, alleen kneden, maar ik heb veel luie talenten zien afsterven en matig, hard werkend talent zien zegevieren.

En wat doet de internetdichter in zijn poeltje: hij denkt dat mooie-woordjes-poëzie nog altijd het summum is, hij droomt met druipende,  sentimentele verzen van de Nobelprijs en legt de grootste en zwaarste begrippen als bommen klaar voor de (ontbrekende) lezer: een zegen voor juryleden van de talrijke poëziewedstrijden die meteen door deze basisfouten 95 procent van de inzendingen opzij kunnen schuiven.

Zijn dichters werklieden of uitvinders? Werklieden natuurlijk. EN uitvinders natuurlijk. Maar was het niet de grote uitvinder Edison die zei : inspiration is transpiration?

 

 

© roel richelieu van londersele

 

 

Bookmark and Share

Comments are closed.