Annemarie Estor. De voorspelling

DE VOORSPELLING

 

Het was een zeldzame stad.

We sliepen in een huis vol vreemden.

 

Men baadde in de zon en at bij nacht,

er werd ook niet gesproken.

 

Men trok er zijn angsten

met wissers de put in.

 

Hier ging de boiler tekeer

als een bronstige stier,

 

maar wij hadden de vette broodjes al binnen,

jagen hoefden wij niet meer.

 

De bloemen in de appelsienenbomen

verdreven alles wat was opgekropt.

 

En ik peinsde:

wat hier groeit is vrucht en stamper tegelijk.

 

We verjoegen onze noden,

gaven planten in de dakgoot water,

 

en de parels vielen loodrecht

door het zonlicht neer.

 

We zijn symbolen gaan waarderen

boven al die oude werkelijkheid.

 

Brommers reden rammelend voorbij

en ergens bewaarde men antieke pestremedies.

 

Twee stokken kaneel.

Leg ze middenin de blauwe cirkel.

 

Al werden we belaagd door alle muggen

van de wereld, de warmte zou ons wel bewaren.

 

En we kochten in een winkel de nacht

en aten appeltjes van goud,

 

wetend dat het geld

zou worden afgeschaft.

 

Bij de rij oranjebomen

sprak een zwerver:

 

Als de lijster morgen diesel drinkt,

wordt het akelig op straat.

 

Maar de vier rivieren bleven spoelen

en het licht viel uit

 

en het verwonderde geprevel

stijgt nog altijd langs de muren op.

 

 

© Annemarie Estor, Rome, mei 2012

 

ANNEMARIE ESTOR (1973) publiceerde de dichtbundels Vuurdoorn me (2010) en De oksels van de bok (2012). Beide werken verschenen bij Wereldbibliotheek; het eerste werd bekroond met de Herman de Coninckprijs voor het beste debuut. Estor is tevens auteur van de monografie Jeanette Winterson’s Enchanted Science (Talkingtree, 2004). Zij is werkzaam als redacteur bij het cultureel maatschappelijk tijdschrift Streven.

Bookmark and Share

Comments are closed.