Delphine Lecompte. Het gaat wel voorbij

Het gaat wel voorbij

 

Ik verwen mijzelf met licht

Het licht schijnt op een vreselijk gedicht

Getiteld: ‘Het gaat wel voorbij’

Het gedicht begint met ‘Ik’

En het gaat over voedselvergaring.

 

Vandaag heb ik twee forelfilets gekocht

Er waren veel klanten in de winkel

Een broedermoordenaar had zijn winkelkar volgestouwd

Met moralistische linzen en ontmoedigend bladerdeeg

Twee ongetrouwde zussen kibbelden

Over de etymologie van het woord ‘stoethaspel’.

 

Toen ik de winkel verliet botste ik

Tegen mijn eerste pastoor

Ik loog en zei: ‘Ik hoopte u tegen te komen!’

‘Waarom?’ vroeg hij bars

‘Ik dacht: mijn eerste pastoor kent misschien een grap

over linzen en geboorterecht?’

‘Nee, zo’n grap ken ik niet,’ loog mijn eerste pastoor.

 

Ik ben toen weggehold

Omdat het begon te regenen

Net voor ik mijn huis bereikte struikelde ik

Over een stijve vogel

Hij was stijf van terreur

Een wrede puber had zijn vleugels aan zijn lijf geplakt

Met een Te Huursticker.

 

De stijve vogel was een duif

Nadat ik hem had verlost

Moest hij alles opnieuw leren

Het was niet veel

Het kostte hem slechts twee minuten

Om opnieuw duif te worden.

 

 

© Delphine Lecompte, 2012

Bookmark and Share

Comments are closed.