Janita Monna. Verder is er weinig te lachen.

Xavier Roelens – Stormen, olielekken, motetten

 

 

 

 

Stormen, olielekken, motetten

Stormen, olielekken, motetten

Onlangs was het Earth Day. Wereldwijd waren mensen in de weer om stranden van plastic te ontdoen, bomen te planten of andere activiteiten te ondernemen om ‘groen bewustzijn’ te stimuleren. Want groen is hip, vlees eten is uit.
Het kon niet uitblijven, dat nieuwe ecologische bewustzijn is ook tot de literatuur doorgedrongen. Zie Jonathan Safran Foers aanklacht tegen de bio-industrie Eating animals, het was een bestseller. Het boek staat in de uitgebreide literatuurlijst die dichter Xavier Roelens opnam in Stormen, olielekken en motetten. De bundel verschijnt vijf jaar na zijn debuut er is een spookrijder gesignaleerd. Dat was jonge poëzie, fragmentarisch, streetwise en intelligent, die met een opvallend gebruik van vorm midden in de maatschappij stond. Roelens’ tweede heeft diezelfde ingrediënten, maar bevat, zo lijkt het, ook een duidelijke boodschap: ‘we gaan niet goed met de aarde om’. Al meteen het eerste gedicht opent met een opsomming van wat een jutter zoal langs de kustlijn kan vinden, afval dat achteloos overboord wordt gesmeten:

wat de zee opwerpt is wat we oprapen voor onze uitzet:
een bloempot, een breezer, een gloeilamp, een tetrabrik
met frambozensmaak, een plastic zak een fles ketchup,

Beelden van een vervuilde zee of van stinkend water in steden, en slogans die zo uit vakantiefolders lijken geknipt, scharniert Roelens rond scènes waarin met veel sap en al de liefde wordt bedreven. Nauwelijks merkbaar gaan buiten- en binnenwereld in elkaar over. Poëzie is het nauwelijks nog te noemen, eerder tekst. Geen bladspiegel in deze bundel is hetzelfde: regels lopen van de pagina, waardoor zinnen onleesbaar worden en er alleen flarden van betekenis doordringen, en samenhang slechts schijn is. Teksten hebben de vorm van een e-mailwisseling waarin steeds voorgaande mail gekopieerd is, of staan als massieve blokken op de pagina, met nauwelijks lucht in het woud van regels en zinnen en meer dierenleed en andere natuurrampen dan een lezer op een dag kan verstouwen. Steeds dringen onheilspellende regels door:

‘Avond //aan// avond stalt hij in een yoghurtglas het fijn stof van die/ dag uit op een kruidenplankje met erboven foto’s van/ regensediment aan zijn venster’

Het idee mag onheilspellend zijn, als beeld is het sterk en geestig ook wel. Al is er verder weinig te lachen.
De teksten in de drie afdelingen zijn omsponnen met gedichten in West-Vlaams dialect, dat slechts bij hardop lezen min of meer te begrijpen is. In dialect verpakt oogt een catastrofe milder:

‘Den tillevisie tuont ondergestruomde/ polders en ie zoekt de latste vlieger/ no Tibet of no de moane, Kuifke/agterno’.

Afstomping is het grootste gevaar, de ecologische ramp voor je ogen zien gebeuren en er ondertussen gewoon je steentje aan blijven bijdragen. De auteur werd na het schrijven van de bundel vegetariër.

presley zong al hoe we wouden bepotelen, elk om de beurt,
we houden ons hoofd boven het oestrogeenrijke water.

en dylan zong al hoe we huilen en vrijen als een zeekoe
en als het ergens tussen rio en parijs niet anders kan,

verwijderen we elkaars blinde darm, desnoods met de tanden.
de beatles zongen al hoe we zullen dansen op krukken

en beck zong al hoe we liefde als zonlicht op ons door
kanker uitgedunde haar willen voelen, we houden adem in

wanneer we duiken naar omega-3-vetzuren op de zeebodem.
radiohead zong al hoe we vissen zijn die praten over wormen.

vandaag staan we rechtop, doorweekt en zingen we samen
met lou reed hoe we elkaars warmteregelaars besnuffelden.

hoe we niet meer hengelen. oogsten wat we zaaien.

Xavier Roelens – Stormen, olielekken, motetten. Contact, 19,95 euro, 80 pagina’s, ISBN 978 90 25438 463.
Deze recensie verscheen eerder in Trouw.

Bookmark and Share

Comments are closed.