Delphine Lecompte. Hoeveel kamelen ben ik waard?
Hoeveel kamelen ben ik waard?
Ik kan geen boete betreuren in de wittebroodstraat
Want de oude kruisboogschutter betaalt
Hij trakteert mij op voetbalsjaals in een gehucht
Dat roerig klinkt, roerig en Duits.
De avond valt
Nooit ordinair
Nauwelijks op ons
Wel op een fade luifel
Mijn moeder belt mij op
Met een mes vanuit een kleedhok.
Ze zegt dat ze zelfmoord wil plegen
Ze beweert: eerst met een mes
En daarna met een Romeins cijfer
Van een stationshorloge afgekraakt
Maar nu past ze zichzelf in een paarse BH.
De borsten van mijn moeder zijn inschikkelijk
Tien maanden voor mijn geboorte waren ze
Voor mijn vader bestemd
Hij was toen nog niet geïnteresseerd in snaren
Vijf dagen na mijn geboorte heeft hij zijn eerste gitaar gekocht.
De oude kruisboogschutter wil graag borsten enten
Mijn moeders tieten op mijn uilachtige borstkas
Hij zegt dat ik het woord ‘tieten’ niet mag uitspreken
Het is een mannenwoord, beweert hij
Van trotse metsersvaders en gefrustreerde kubistenzoons.
Na het telefoongesprek ogen de voortuinen hels
Overal dreigt lavendel
Mij terug te voeren
Naar die reis
Egypte met mijn moeder
Toen ze mij voor de grap wilde ruilen
Vond ik vier kamelen een belediging.
© Delphine Lecompte, 2012








