Delphine Lecompte. Rond een kuststad.

 Rond in een kuststad

 

Ik loop rond in een verrukkelijke kuststad met een kloppende kinderwens.

Om de wens te onderdrukken ga ik een hengelsportwinkel binnen. Ik koop niets, maar ik toon mijn borsten aan de uitbater met de hazenlip.

Hij zegt: ‘Het aas voor de karpers is in afslag.’

Ik verlaat de winkel, en kom vijf minuten later mijn ex-dermatoloog tegen. ‘Heb je aas voor karpers nodig?’ vraag ik hem.

Hij negeert mij ostentatief. Aan zijn linkerhand hangt een jongetje met een wijnvlek in de vorm van een egel op zijn voorhoofd. De stekels van de egel zijn opgericht, omdat hij bedreigd wordt door een bende lijmsnuivende poppenkasttroubadours.

Ik besluit het jongetje te ontvoeren. Maar hoe zal ik dat aan boord leggen?!

Terwijl ik op de drempel van een gesloten wekkerwinkel nadenk over de ontvoering, komt mijn ex-dermatoloog opnieuw voorbij! Maar deze keer hangt het jongetje aan zijn rechterhand. En de egel met de opgerichte stekels is verdwenen!?!!

Dan wrijf ik mijn ogen uit en bijna alles wordt duidelijk: het is een ander jongetje. De wijnvlek van dit jongetje spreekt niet tot mijn verbeelding.

Ik laat het duo vreedzaam passeren. Mijn ex-dermatoloog draait zich evenwel om, en vraagt: ‘Hoe gaat het met het craquelé-eczeem van je muze?’

‘Dat gaat je niet aan, charlatan!’ antwoord ik snibbig. De huiddokter haalt zijn schouders op. Het jongetje met de teleurstellende wijnvlek imiteert hem.

De wekkerwinkel gaat open. Ik koop vijf blauwe wekkers voor vijf bipolaire touwslagers die niet bestaan. De vrouw van de horlogemaker vraagt of ik wel weet dat mijn neus bloedt?!

Ze geeft mij een onthutsend propere zakdoek met de initialen van haar onthoofde vader, toevallig ook mijn initialen. Dankzij mijn bloed wordt de onthutsende properheid van de zakdoek opgeheven. En ook de gedeelde initialen worden onleesbaar.

Mijn neus blijft bloeden. Een moeizieke klant belt een ambulance op. Ik gooi de zakdoek naar zijn trotse kruis, en loop hollend de winkel uit.

Buiten wordt mijn hollen na vijf minuten slenteren. Ik slenter langs de dijk. Ik krijg zomaar een ijsje van een stokoude vrouw: aardbei en pistache. Wanneer ik het ijsje aanneem verandert de oude vrouw in een profetische teckel. Gelukkig voorspelt hij niets.

Mijn neus bloedt niet meer, en ik heb zopas een profetische teckel geadopteerd, maar mijn kinderwens is nog nooit zo kloppend geweest.

 

© Delphine Lecompte, 2013.

 

Bookmark and Share

Comments are closed.