Janita Monna. Aandoenlijk en beklemmend

 

Janita Monna. Aandoenlijk en beklemmend

Delphine Lecompte – Schachten en amuletten

Luisteren naar andermans dromen is meestal slaapverwekkend saai. Ook al zijn de achtervolgingen nog zo spectaculair, de gebeurtenissen nog zo gruwelijk en vrienden en familieleden nog zo veelzeggend vermomd. Over de dromen van Delphine Lecompte valt van alles te zeggen, maar saai zijn ze niet. En ze droomt nogal vaak, deze Vlaamse dichteres, evenals haar de personages. Zo blijkt uit haar nieuwe bundel Schachten en amuletten, na de Blinde gedichten van afgelopen jaar, opnieuw een lijvige bundel. Ze droomt bijvoorbeeld dat ze in een taxi wordt verkracht door een bijenhouder: ’In mijn droom heeft de imker/ De taxichauffeur vermoord met een blok/ Een blok waarop een geringde meeuw hooghartig kijkt’.
Freud zou waarschijnlijk wel raad weten met de groteske dromen uit Lecomptes gedichten, waarin het nogal eens om (gruwelijke) seks draait, waarin lustig en rustig gemoord wordt, en niet altijd even plezierige jeugdherinneringen boven komen: ‘De ijscoman vraagt welke smaak ik wil/ Ik antwoord: “Groen.”/ Hij zegt: “Dat is een kleur.”/ Zonder hoorntje verlaat ik zijn magnetische kar.’
Lecompte geeft zich gewillig over aan de vrije associatie. Als een mijnwerker daalt ze af in de grillige schachten van de geest en slaat daarbij allerlei onverwachte zijpaden in: losjes stapt de dichter van een zus die brandstichting bekent, naar een ex-stiefvader, naar een ‘afgrijselijke ets/ Van een Spaanse hersenoperatie’. Ze sleurt de lezer mee in duistere krochten en schotelt hem daar meedogenloos groteske taferelen voor: ‘De beul beslist dat ik haring moet eten/ Morgen moet ik hem helpen/ Een corrupte baron in bedwang te houden’. Te midden van die tamelijk onnavolgbare, en ook absurd geestige associaties, bieden een imker, een vader, een moeder en andere (stief)familieleden, de muze (ook wel oude kruisboogschutter genaamd) en een touwslager als terugkerende figuren een zekere houvast. Zoals met kompassen, horoscopen en voorspellingen geprobeerd wordt grip te krijgen op een leven dat nauwelijks in het gareel te houden is.
In Lecomptes poëzie klinkt nu eens een onzeker meisje dat bescherming zoekt (en het meestal niet, maar heel soms toch vindt), dan weer een onverschrokken mannetjesputter. Het maakt haar gedichten even aandoenlijk als beklemmend.

Niemand wacht op mijn rauwe bekentenissen
Vermomd als pretentieloze raaskalgedichten.

Wie droomt heeft vrijheid, want alles is mogelijk en in dromen kan er zelfs een verband zijn tussen ‘nachtelijke yoghurtpotten/ En nijlpaarden’. En dat is uiteindelijk ook het bezwaar tegen deze poëzie: zo’n 150 pagina’s surrealisme maakt murw. Zeker als die hoekig aaneengeschakelde, associatieve gekkigheid op tamelijk monotone manier verteld is. Toch, als Lecompte ergens aan het slot van haar bundel houvast in God lijkt te vinden, en dat zo verwoordt, is dat hartveroverend breekbaar en geestig:
‘Ik vind God in de supermarkt/ Hij twijfelt tussen lamskoteletten/ Hij twijfelt aan zijn eigen bestaan/ Ik spreek hem aan/ En hij verandert in een verflenst blaadje ijsbergsla.’

Ik zoek God

De oude kruisboogschutter kan niet in God geloven
Dat is toch wel jammer
(Ik zou willen schrijven: ‘Het is godgeklaagd.’
Maar dat zou goedkoop zijn)
Wie moet er mij nu overtuigen
Van Gods bestaan?

Mijn ouders zijn natuurlijk ook ongelovig
Mijn vader is ongelovig geboren
En mijn moeder is ongelovig geworden
Toen ze drie maanden zwanger was
En haar vergeelde touwslager zag
Stikken in de eerste dierentuin van Oost-Europa.

In een wesp is hij gestikt
Die wesp was geen dierentuindier
Mijn moeder was zwanger van mij
De touwslager zou mijn eerste stiefvader worden
Hij had al een kruippakje voor me gekocht
Op de borst stond een brulapin in een duikerspak.

Ik vind God in de supermarkt
Hij twijfelt tussen lamskoteletten
Hij twijfelt aan zijn eigen bestaan
Ik spreek hem aan
En hij verandert in een verflenst blaadje ijsbergsla.

Ik wacht tot er iemand uitglijdt
En haar bekoorlijke nekje breekt
Maar niemand glijdt uit
Uiteindelijk raap ik het blaadje op
Steek ik het in mijn mond
Dan is het bitter.

Delphine Lecompte – Schachten en amuletten. De Bezige Bij. 144 pagina’s, 19,95 euro, ISBN 9789085424260

Deze recensie verscheen eerder in Trouw.

 

Bookmark and Share

Comments are closed.