Janita Monna. Als in een caleidoscoop

Janita Monna. Als in een caleidoscoop.

Bernke Klein Zandvoort – Uitzicht is een afstand die zich omkeert

Schrijven is niet te leren, vinden sommigen. Talent heb je of niet, daar helpt geen schrijfopleiding aan. Toch levert de afdeling Beeld & Taal van de Amsterdamse Rietveld Academie helemaal geen onverdienstelijke auteurs af. Kijk maar naar dichteres Els Moors, die met haar debuut meteen een nominatie voor de C. Buddingh’-prijs in de wacht sleepte, of naar Alma Mathijsen wier debuutroman wordt verfilmd. Onlangs debuteerde Bernke Klein Zandvoort, lichting Beeld & Taal 2011, met gedichten in Uitzicht is een afstand die zich omkeert. Veel ‘Rietveld-dichters’ hebben iets gemeen: hun werk is vaak nogal vrij van vorm en heel sterk beeldend. Dat geldt ook voor het debuut van Klein Zandvoort. In de eerste regels komen al ‘vlokken schapen’ voorbij, loopt iemand over een ‘slobberweggetje’, en probeert een kudde koeien ‘een wolk voor te blijven/ die zijn reusachtige schaduw op het gras achter zich aan trekt’. Dat maakt nieuwsgierig naar meer. En dat volgt, een hele reeks van aansprekende beelden zelfs. De gedichten van Klein Zandvoorts zijn als de ouderwetse viewmaster, een soort camera waar je ronde schijfjes met plaatjes in kon stoppen. Door een druk op de knop schoof steeds een nieuw plaatje voor ogen. Bij het speelgoedapparaat vertelden die gekleurde beelden samen vaak een samenhangend verhaal. De meer associatieve beelden bij Klein Zandvoort staan soms te veel op zichzelf en geven hun verband niet altijd even makkelijk prijs. Een van de titelloze gedichten schetst in de eerste strofe het begin van de dag: hardlopers trekken voorbij, warme koffie in bekers en ‘vanachter de gebouwen wordt de zon omhooggetrokken’ – opnieuw zo’n bijna tastbare regel. Maar dan wordt de lezer meegevoerd naar een vroeger en wordt het zicht troebel.
In deze ietwat naïeve poëzie is alles even vanzelfsprekend als vreemd. De wereld waarin de ik-figuur ronddwaalt is evengoed een bordkartonnen decor als een vloeiende omgeving waarin alles meedeint en meebeweegt: hier stapt de kat ’s ochtends vroeg het huis binnen terwijl de nacht nog aan hem vastzit; hier is een ‘razendsnelle hordeloop van muurtjes’ te zien en beweegt niet het schip, maar het land. Klein Zandvoort kantelt de blik, vaak ook letterlijk. Als in een caleidoscoop vallen beelden uit elkaar, en komen langzaam samen tot iets nieuws. En wat in dagelijks leven natuurlijk is (zoals het opgaan van de zon) of vanzelfsprekend lijkt, wordt hier kunstmatig of gaat schuiven.
De gedichten van Klein Zandvoort zijn het sterkst als ze niet naar allerlei kanten uitzwenken. Zoals dit gedicht dat een kampeeruitje op een eiland als verbindend element zou kunnen hebben, en waarin het ene plaatje steeds als vanzelfsprekend voortrolt uit het vorige: ‘op het wasblok aan de duinrand draait een nachtmot rondjes in een druppel water/ rondjes die op de achtergrond de eerste sterren aandraaien.’

terwijl achter het schip het land wegdraait
dikken auto’s in tot hulpeloze brokjes op de kade
een mopje van de boot zoals ook de reling, een rode plastic lijn
precies over de horizon ligt, de horizon
die een bocht over het water maakt
water waarop een sliert eiland is gesmeerd

daar trekt een klamme laag over onze spullen
langzaam daalt de dag neer in het gras
de moleculen die in alle richtingen kunnen bewegen
ballen samen tot een tafel, een kunststof blad + (2x) onze afdwalingen

boven onze hoofden raakt elke paar seconden de vuurtoren het tentdoek aan

een aanraking die me echter aandoet dan de tafel, een tafel
die ook uit twee geopende boeken had kunnen bestaan

op het wasblok aan de duinrand draait een nachtmot rondjes in een druppel water
rondjes die op de achtergrond de eerste sterren aandraaien
de eerste sterren die losjes geprikt staan
een stel autootjes op de dijk

Bernke Klein Zandvoort – Uitzicht is een afstand die zich omkeert. Querido, 17,95, 40 pagina’s, ISBN 9789021446950

Deze recensie verscheen eerder in Trouw.

 

Bookmark and Share

Comments are closed.