Janita Monna. Allesomvattend

Janita Monna. Allesomvattend.

Elly de Waard – De aarde, de aarde

Een lied vol kromme taal, kun je dat een aanstaande koning cadeau doen? Dat, maar dan in iets minder subtiele bewoordingen verpakt, was de inzet van de felle discussie die in Nederland een paar maanden geleden op de sociale media woedde. Tweets vol pek en veren kreeg de componist over zich heen. Nederland zou zich collectief voor de idiote ophef moeten schamen:

(…)
(voor zover we in deze dagen
nog van een eigen land
kunnen spreken, nu de dwang
van het publieke menen
zich in ons hoofd heeft
verschanst;
(…)

Het citaat is van Elly de Waard en komt uit haar nieuwste bundel De aarde, de aarde. Ze vat treffend hoe alle nieuwe media vooral dwangbuis zijn: het aanvinken van een duim omhoog of naar beneden, ’het publieke menen’, het is nauwelijks vrije meningsvorming te noemen.
Elly de Waard. Ooit streed ze als ‘nieuwe wilde’ voor meer aandacht voor de (vrouwelijke) inhoud van een gedicht, en tegen de overheersing van de experimentele vormvernieuwers; ooit schreef ze over popmuziek; afgelopen jaar verscheen een boek over het jachthuis waar ze al jarenlang woont, ‘Vogelwater’, en een documentaire.
Ze gaf haar nieuwste bundel een grootse titel, en zo is ook de inzet van haar poëzie, allesomvattend: ze omarmt het universum en alles wat zich daar in bevindt en wat zich daarin voordoet. Van bomen en nachtelijke geluiden tot de aardbeving in Japan, de beursvloer en de liefde. Het is poëzie die boven de tijd uitstijgt, maar waarin ook kritiek te beluisteren is op de moderne maatschappij. Want De Waard staat met twee voeten in de Hollandse klei (of geestgronden) en ervaart het weidse en hoge. In een klein gedicht brengt ze dat als volgt samen:

(…)
Het stadje ligt te schijnen in
de volle maan, onder het donkere
geboomte, als een lieflijke lantaarn
In het straatje van de gang
leun ik losjes tegen een deurpost
cosmopoliet pur sang

Ze klinken tamelijk pittoresk, deze woorden. Zo kleintjes en fijntjes, en ook zo cliché, dat het gezien de slotregels de vraag is hoe serieus ze te nemen. Al is De Waard geen talige fijnslijper, hortende regels als ‘de natuur kent/ wel degelijk een rechtvaardig/ in de zin van, dat zij streeft/ naar balans’ zijn geen uitzondering. Een verzamelaar van verrassende beelden is ze evenmin: de zon is een ‘dukaat die glanst’. De Waards pen is nogal grof, en ze lijkt er genoegen in te scheppen om in een gedragen erotisch vers te spreken over de ‘rondingen/ van je kont’. In dat opzicht is ze oude idealen trouw gebleven. De dichter stapt onbekommerd verder, en deinst, behalve na het sterven van hond Vosje, ook niet terug voor een (woord)grapje op z’n tijd. Toegegeven, haar observaties zijn soms raak, maar het is of ze de taal niet genoeg kan kneden om die scherp over het voetlicht te brengen.

Noordzeekust

Bestippeling met hagel –
van griesmeel is het zand

Een zon als een dukaat die glanst
een blinkend nieuwe stuiver, die
vertraagd de wolken inzakt – spaarpot
voor later, een pensioen van licht
om te ontvangen als het echter
donker is

Onder een paardekop van nevel
storten golven zich
laag uit, schrijdende klauwen
van verzadigde leeuwinnen
gesneden aan de poten van
allang vervlogen zetels

Galactisch bijna, dit geweld
van schaduwen en resten zon
van vegen duisternis waarin
als eenzaam lichtend teken
Pension Villa De Horizon

Smaragd, de groene straal! Zeldzaam
moment, het sein staat veilig
voor een nacht
waarin de melkweg bloeien zal
als een bestippeling van hagel
op asfalt

Elly de Waard – De aarde, de aarde. De Harmonie, 56 pagina’s, 15,90 euro, ISBN 9789076168692

Deze recensie verscheen eerder in Trouw.

 

Bookmark and Share

Comments are closed.