Janita Monna. Intelligente, tragische meligheid

Janita Monna. Intelligente, tragische meligheid

Erik Bindervoet – De mond van de waarheid

Wat hebben The Beatles, James Joyce, William H. Shakespeare en Bob Dylan gemeen? Ze zijn in het Nederlands te lezen mede dankzij Erik Bindervoet. Hij vertaalde samen met Robbert-Jan Henkes het onvertaalbaar geachte Finnegans wake van Joyce en hij maakte (met Henkes) ‘We Can Work It Out’ van Lennon en McCartney tot ‘Weekend wordt het koud’. Wie ooit een optreden van het duo Henkes en Bindervoet zag, weet dat de heren in een voortdurend vraag- en antwoordspel snel en scherp schakelen, en een veelzijdige repertoire hebben waarin onderscheid tussen hoge en lage cultuur niet telt. Dat geldt ook voor de poëzie van Erik Bindervoet, want behalve vertaler, tekenaar, auteur van pamfletten en ander proza, is hij ook dichter. Al is die poëzie (ondanks een Buddingh’-prijs-nominatie voor zijn debuut) toch een beetje in de schaduw van het andere werk gebleven. De mond van de waarheid is niettemin alweer zijn zevende bundel. Met gedichten even melig als scherp, met tal van sporen van vertaalde en andere auteurs. Dit gedichtje bijvoorbeeld had ook best van K. Schippers kunnen zijn:

Als je hetzelfde verhaal
Van twee verschillende mensen hoort,
Van twee verschillende kanten dus,
Dan ben je er op twee verschillende manieren
Niet bij geweest.

Terwijl het tien pagina’s lange ‘Het geluid van paling’ onmiskenbaar Bindervoet is. Dat zit ’m in een soort filosofische inzet – hier een korte verhandeling over het eigenaardige woordje ‘eigenlijk’ – die bijna als vanzelfsprekend, en zonder in te zakken, via de satékroket richting Volendammer muziekgrootheden golft. Vertolkers van de Paling Sound: ‘Het woord alleen al/ Werpt/ Vele vragen op./ Om met de belangrijkste te beginnen:/ Wat is het geluid van palingen?’ Bindervoet schrijft bondig en weidt nu en dan droogkomisch uit, hij schurkt aan tegen de flauwe grap, maar kan ook breekbaar zijn. Als het gaat over een vader bijvoorbeeld, een man die langzaamaan steeds meer in een eigen wereld lijkt te leven. Een vader die overlijdt, waarna de familie hem – niet lachen – wil begraven in een ‘Sinterklaaskostuum’. Het leidt tot fikse onenigheid. Maar als moeder maant ‘Ach lach erom’, kan humor weinig meer uitrichten en komt slechts als antwoord ‘Maar dat kon ik niet.’
Erik Bindervoet beweegt zich tamelijk moeiteloos in vrije vormen en in strakkere als het sonnet. Zijn brede (literaire) interesses worden, zonder opdringerigheid, versnipperd over de lezer uitgestrooid. In een lang gedicht geschreven naar aanleiding van een bezoek aan de James Joyce Archives gebeurt dat zelfs letterlijk: notities en parafernalia van de beroemde auteur zijn door het gedicht verspreid: ‘Een ansicht uit Amsterdam, Binnen-Amstel/ Met Magere Brug,/ Een telegram/ (YES JAMES JOYA)’.
Is dan alles ‘leuk’, of de moeite waard in deze bundel? Niet alles. Soms drukt de kolder de poëzie nogal aan de kant. Maar intelligente, tragische meligheid is wel Bindervoets bijzondere handelsmerk.

Familie

Mijn zusters stonden erop
Dat mijn vader begraven werd
In sinterklaaskostuum.
Ik was ertegen
Want de door Ikea thuisbezorgde doodskist
Was al zo klein.
Er vielen woorden.
Ik praatte als Brugman,
Wat niemand hoorde,
En uiteindelijk werd mijn naam van de rouwkaart
Geschrapt,
Alsof ik niet bestond
Of ooit geleefd had.

– Ach, lach erom, zei mijn moeder,
Maar dat kon ik niet.

 

Erik Bindervoet – De mond van de waarheid. De Harmonie, 88 pagina’s, 15,90 euro, ISBN 9789076168425

 

Deze recensie verscheen eerder in Trouw.

Bookmark and Share

Comments are closed.