Janita Monna. Vage, bewegende vlekken

Janita Monna. Vage, bewegende vlekken.

Dennis Gaens – Schering en inslag

 

Over vriendschappen zijn mooie verhalen geschreven. Over die nauwelijks te verklaren, onuitgesproken band die er tussen vrienden is, over de intriges die de relatie op scherp kunnen stellen, over het einde van een vriendschap dat even abrupt kan zijn als het begin.

De onlangs verschenen tweede bundel van Dennis Gaens, Schering en inslag, roept in de verte herinneringen op aan dat soort vriendschapsromans.

Bij Gaens, die zich graag met mensen omringt (zie ook de titel van zijn eersteling: ik en mijn mensen), maken we kennis met Luuk, Lotte, Dani, Dave en een ik-figuur, die de troep een beetje bijeenhoudt. Het zijn jongeren, die verbonden zijn door iets wat zich losjes als vriendschap laat omschrijven. Door een band, die net zoveel gebaseerd is op bewondering als op onbegrip of fascinatie. Door ’lotsverbondenheid’ vooral, want allen hebben een zekere afwijking, Dani danst ‘omdat ze niet anders kan’, Lotte (in wiens hoofd het een hel is) raakt liever geen mensen aan, Dave is dagelijks op het station te vinden om treinen te zien vertrekken, en Luuk is de leider, de sjekkies rokende jongen:

 

Het kan wel geweest zijn wat hij te zeggen had, maar voor mij was het dat

hij de rechtste sjekkies ooit rookte en hoe hij dat deed.

 

In vier afdelingen vertelt Gaens een doorlopend verhaal, want misschien is Schering en inslag niet eens zozeer poëzie. De stijl is nogal losjes en zijn regels behoorlijk omslachtig, soms op het onhandige af. De prozaïsche gedichten roepen vooral een sfeer op. Een ongrijpbare en tegelijk broeierige sfeer, waarin gevoelens van verliefdheid zweven, zonder dat die concreet worden:

 

Een halfuur later liep ik met een warme bloody mary in mijn hand achter

haar aan en bleek dat ze al twintig minuten weg was. Dave zei dat ze mijn

vest had en: ‘Zo’n meisje is niets voor jou.’

 

Vrijwel alles lijkt een voorbode van het onvermijdelijke uiteenvallen van de groep, de ontbinding van het ‘pact’. Onvermijdelijk omdat een leven niet stilstaat – op foto’s die de vijf nemen van bijzondere momenten zijn ze niet meer dan vage, bewegende vlekken; de brug over de Waal is het symbool van de noodzaak om de wereld in te trekken: ‘Die brug is een belofte. We/ moeten gaan.’

Gaens’ bundel doet wel denken aan het debuut van Micha Andriessen, waarin een lome zomer het decor vormde van een traag maar onvermijdelijk afscheid tussen twee vrienden. Ook Luuk, Dave, Lotte en Dani gaan ieder hun eigen weg, al is niet altijd een zelfverkozen pad: ‘Er zijn manieren om de dood te omzeilen, maar/niemand ontkomt aan verhalen en die kennen altijd een wending.’

Dani belandt in inrichting, een meisje, waarschijnlijk Lotte, gaat het ongeluk tegemoet in de grote stad. Dave stapt niet op de trein, maar ‘at alleen nog bij zijn ouders’. Er klinkt een los ‘Ik zie je’ tot besluit.

Je moet niet slapen op de Waalbrug

 


Daar zitten we. De bogen van de brug staan als bolle

golven boven het water. Die brug is een belofte. We

moeten gaan.

 

Dave vindt dat ik op het verhaal vooruitloop.

In mijn hoofd ben ik er al.

 

Ik zeg: ‘Luister, meisjes krijgen mooie benen, jongens

grote voeten. Sommige dingen moet je laten gaan,

andere moet je achterna.’

 

Wij zitten daar en zijn afwezig; liggen liever dan

we lopen. We vergeten dat we uit net genoeg water

bestaan om een vloedgolf te vormen, vergeten dat

we verder kunnen komen.

 

Dave zegt: ‘Een brug is een brug.’

 

Het wordt tijd dat hij wakker wordt,

we moeten nodig dat water over.

 

Dennis Gaens – Schering en inslag. Van Gennep, 59 pagina’s, 16,90 euro ISBN 978 94 616 4175 5

 

Deze recensie verscheen eerder in Trouw.

 

Bookmark and Share

Comments are closed.