Janita Monna. Gedichten zonder stemverheffing

 

Rodaan Al Galidi – De maat van de eenzaamheid

Je hebt je land verlaten en bent terechtgekomen in Nederland. Je verblijft in asielzoekerscentra, raakt de bureaucratie moe, zakt voor je inburgeringsexamen. Je bent min of meer een vreemdeling in het groene polderland, tegelijk ben je een succesvol schrijver in de taal van dat land. Het is de verkorte biografie van Rodaan Al Galidi. Zijn tweede dichtbundel De herfst van Zorro werd genomineerd voor de VSB Poëzieprijs; voor zijn meest recente roman ontving hij de European Union Prize.

Onlangs verscheen een nieuwe dichtbundel De maat van de eenzaamheid. Als dichter is Al Galidi tamelijk kameleontisch. Zijn bloemrijke bundel De laatste slaaf trekken van een moderne allegorie, de opvolger daarvan, Digitale hemelvaart, was een wrange, soms bijna cabareteske doodsverklaring van de schrijver. De maat van de eenzaamheid bevat kleine fantastische vertellingen over een haast onmogelijk verlangen naar contact, en over liefde, leven en dood, waarin de eerste twee vaak afwezig en de laatste steeds aanweziger wordt. Poëzie waarin een heel beeldende manier van schrijven vermengd is met een soort droge Hollandse humor. Helder van taal en tegelijk golvend als een Oosters gewaad. Schoonheid om een droeve grondtoon te maskeren:

‘Ik ging naar het centrum van de stad/ om een glimlach te vangen/ voor in het lege aquarium van mijn blijheid.’

Hier spreekt een man die zijn eenzaamheid wil bestrijden en daarvoor aan een glimlach genoeg heeft. Maar zijn goede bedoelingen stuiten op onbegrip. Want hoe moeilijk het is om door te dringen tot die andere wereld, blijkt aan het slot van dit gedicht, als de politie voor zijn neus staat.

Hier en ook elders in de bundel dient het gedicht als loopplank, als brug tussen de dichter en lezer, de plaats waar zij elkaar kunnen ontmoeten. Soms letterlijk met de dichter wandelend tussen de regels: ‘Ik loop in dit gedicht. / De dikke titel verwelkomde mij’.

Je zou denken dat een dichter die aandacht wil het nu en dan uitschreeuwt als hij die niet krijgt. Maar niets van dat al. De gedichten zijn bescheiden, regels druipen gedwee af als ze door een politieman worden aangesproken. Geen stemverheffing, geen stennis.

Toch staan er ook pijnlijker verzen in De maat van de eenzaamheid. Daarin laat Al Galidi zijn gevoel voor humor excelleren. Zie ‘IJsthee’ met een gesprek zoals dat zou kunnen plaatsvinden tussen de begrafenisondernemer en de toekomstige dode. ‘Hij praatte over het cafeetje dat er vanaf de lente geopend zou zijn,/ alsof ik er zou lopen, de bloemen zou ruiken/ en een kopje thee zou drinken.’ Even laat de dichter zijn tanden zien, maar vaker kijken Al Galidi’s gedichten je als droeve hondenogen aan, hopend op een aai over hun kop. Je kunt bijna niet weigeren.

 

IJsthee

 

Nadat ik uitlegde wat er met de hond moest gebeuren,

liet hij mij de foto’s van de begraafplaats zien.

Hij praatte over het cafeetje dat er vanaf de lente geopend zou zijn,

alsof ik er zou lopen, de bloemen zou ruiken

en een kopje thee zou drinken.

Hij vertelde over de rust in de winter,

alsof ik er naast een vuurtje zou zitten

en naar de sneeuw zou kijken.

Daarna liet hij mij de plek zien

waar ik in mijn naam zou veranderen.

‘Hebben ze het gat nog niet gegraven?’ vroeg ik.

‘Dat is allang gedaan, vorige week vrijdag,

maar deze foto’s zijn iets ouder.

Succes en tot ziens.’

‘Tot ziens.’

Ik had nooit gedacht dat praten over mijn begrafenis

kouder zou zijn dan een ijsthee.

 

Rodaan Al Galidi – De maat van de eenzaamheid. De Bezige Bij Antwerpen, 64 pagina’s, 19,95 euro, ISBN 9789085423614

Deze recensie verscheen eerder in Trouw.

 

Bookmark and Share

Comments are closed.