Fleur Bourgonje. Oorlog

OORLOG IS EEN VROUW MET EEN VLOERKLEED OP HAAR RUG

  

1.

 

DE VROUW

 

Zie haar eens lopen, net een ezel

met takkenbossen, een os met zijn juk

meer neemt ze niet mee, alleen het harde

dat uit haar schrale botten steekt

twee vleugels, een opgerold kleed

 

te zwaar om te vliegen

te zwaar om te vluchten

 

maar toch, ze vlucht voor het vuur uit

vliegt in gedachten terug naar het huis

dat nu kuil is, een zieltogend kind

jankende honden en ander geluid

dat bij geweld hoort; zij is monddood.

 

Waar kan ze het kleed spreiden

welke handen gespen het los van haar rug

en rollen het uit, hoe bereikt ze bijtijds

de plek waar het stil is 

 

desnoods voorgoed

waar geen vooruit geen terug is

geen bloed –

 

 

2.

 

HET KLEED

 

Zij heeft zelf het patroon getekend

en geweven, de kleuren gekozen

rood, groen, geel

vroeger bloemen, nu vegen

versleten is het, een heel leven

 

van slapen en waken, geven

en nemen, liefde bedreven

 

in de winter modder, ’s zomers

zacht zand, zon en een wind

die van ver kwam, kind na kind, man bleef weg

om zijn strijdbijl te vijlen; met azijn

haalde ze jaarlijks de tinten op.

 

Waar kan ze liggen

hoe komt ze van de riemen los

wie zal haar voor altijd ontdoen van het zware 

dat haar bescherming bood

 

ossenjuk, takkenbos

vloerkleed van verwelkte rozen

geel, groen, rood –  

 

 

3.

 

DE RUG

 

Gekromd.  Wervel voor wervel

is gaandeweg schuin gaan staan

onder het gewicht van de bloemen

de woorden van bang zijn en woede.

 

De rug van een oude vrouw in een oorlog

draagt onvermoede verlangens naar voren

voorbij de ravage, het slagveld

van platgetrapt koren, dromen in puin

 

botten bijna gebroken, het gezicht

naar de grond gekeerd om niet langer te horen

wat zich in de lucht afspeelt

meer hel dan hemel daarboven

 

het leven beneden weegt evenveel

als een deken, uitgespreid

twee bij twee, franjes en zomen

niet meegerekend.

 

Ach haar willen lopen naar lichtheid en leegte

het kleed daar languit, het lichaam bevrijd  –

 

© Fleur Bourgonje / 2013

 

Fleur Bourgonje

Fleur Bourgonje (1946, Achterveld) schrijft proza, poëzie en libretti. Ze woonde lang in Zuid-Amerika: Chili, Argentinië, Venezuela, en publiceerde daar in het Spaans. Ze was writer-in-residence in Australië (Tasmanië) en Wenen (Oostenrijk) en trad op in verschillende poëziefestivals. Ze publiceerde zeven dichtbundels. Haar werk werd o.a. vertaald in het Engels, Duits, Italiaans, Spaans, Servisch en Bosnisch. Meer informatie is te vinden op www.fleurbourgonje.nl

 

Bookmark and Share

Comments are closed.