Carl De Strycker, Luuk Gruwez & Yves T’Sjoen. Leve de poëzie! Waar blijft de kritiek?

Leve de poëzie! Waar blijft de kritiek?

 

De criticasters van weleer zijn de mond gesnoerd. Het poëziepessimisme van het voorbije decennium is geluwd en de poëziepolitie zit intussen vleugellam voor zich uit te staren. Het gaat goéd met de poëzie en dat is dezer dagen een ferm understatement. Zelfs de verkoop (+ 14%) zit volgens recente cijfers weer in de lift! We kunnen spreken van een tolerant en florissant poëzieklimaat in ons taalgebied. De symptomen daarvan zijn talrijk. Gedichtendag is sinds vorig jaar uitgebreid tot een heuse Poëzieweek. Poëziecentrum, Maison de la Poésie en Vonk & zonen sloegen de handen in elkaar en benoemden een Dichter des Vaderlands (Charles Ducal). Vroeger werd op de dag van de poëzie, op initiatief van Poëziecentrum, het Gedichtendagessay uitgegeven en vandaag ontvangt de treinreiziger een poëziegeschenk van de Stichting Lezen en Poëziecentrum. Stads- en dorpsdichters lopen elkaar intussen voor de voeten. Gemediatiseerde poëzieprijzen, genoemd naar beroemde dichters zoals Buddingh’, De Coninck, Pernath, Snoek of Van de Woestijne, en natuurlijk ook de VSB-prijs zijn talrijk. Poëzieroutes rijzen als paddenstoelen uit de grond. Bundelpresentaties en optredens brengen veel volk op de been en poetry slams bereiken een jeugdig publiek. Europees president Herman van Rompuy is persoonlijk verantwoordelijk voor de landelijke bloei van de haiku. De uitreiking van de Prijs der Nederlandse letteren aan Leonard Nolens heeft zo mogelijk voor een nog grotere boost aan mediabelangstelling gezorgd. Allemaal goed nieuws!

Naast de poëzie is er echter ook het gesprek over het genre. De verspreiding van en het vertoog over gedichten zijn niet langer het voorrecht van dag- en weekbladen of van literaire tijdschriften. Weblogs en internetfora zijn de nieuwe spreekkanalen. Tijdens de Staat van de poëzie, vorig jaar voor het eerst georganiseerd door het Vlaams Fonds voor de Letteren en Poëziecentrum, is nogmaals gebleken dat de ruimte waarin de kritiek functioneert al langer de blogosfeer is. Het wegvallen van de klassieke gatekeepers, zoals redacteurs van tijdschriften of uitgeverijen, heeft aanzienlijk bijgedragen tot een verruiming van het aanbod. Schrijvers kunnen voortaan ongehinderd hun nieuwe literaire productie posten en meer belangstellenden dan ooit reageren op een directe wijze via allerlei sociale media als facebook en twitter.

De conjunctuur mag voor dichters dan wel gunstig zijn, de journalistieke en academische poëziekritiek hinkt achterop. Van de Vlaamse kranten en weekbladen maakt alleen De Standaard in haar literaire bijlage één keer per maand minstens anderhalve bladzijde vrij voor onder andere een meer doortastende bespreking van een recente dichtbundel. Buiten de digitale omgeving, zoals op de websites De Reactor en De Contrabas of in het e-zine Meander, is echter nauwelijks nog plaats voor een metadiscours over poëzie. Bij uitbreiding geldt die vaststelling voor alle literaire genres. Wetenschappelijk onderzoek, zoals de studie naar de beeldvorming van Vlaamse poëzie in Nederland, heeft aangetoond dat gezaghebbende critici die dichters maken of kraken niet meer bestaan. De tijd dat Kees Fens of Herman de Coninck de toon bepaalden, op een imperiale wijze verdeelden en heersten, ligt ver achter ons. Literatuuronderzoekers hebben zich teruggetrokken uit de kritiek.  Hun afzijdigheid van het debat over hedendaagse dichtkunst is overigens opvallend. Poëzie is blijkens alle vermelde symptomen – het lijstje is verre van uitputtend − een maatschappelijk relevant genre waartoe velen zich aangesproken voelen. De media-aandacht en alle commerciële initiatieven van boek.be, Behoud de begeerte en Bozar, bijvoorbeeld, genereren specifieke aandacht voor (werk van) dichters. In dat licht is het een opmerkelijke vaststelling dat professionele lezers, zoals academici, nog nauwelijks toekomen aan een grondige reflectie op het publieke forum over het genre. De publicatiecultuur aan onze universiteiten zorgt ervoor dat wetenschappers, anders dan vroeger, zich nauwelijks nog uitspreken in  debatten en al zeker niet meer optreden als criticus in kranten en bladen, en dat is jammer.

Misschien is het stilaan tijd dat er opnieuw ruimte komt voor het diepgravende gesprek over poëzie, naast alle reacties en beschouwingen die in de virtuele ruimte rondfladderen. Niet alleen zijn professionele lezers nagenoeg onzichtbaar in het debat, in de letterkundige neerlandistiek bestaat daarenboven relatief weinig interesse voor het genre van de poëzie. De populariteitsgolf die de dichtkunst te beurt valt, spoort alvast niet met de – beperkte – journalistieke en academische aandacht die het genre krijgt.  Of is het dat het poëzieklimaat zo zacht, het debat zo mak is dat we zijn gaan geloven dat kritische reflectie onnodig is?

 

Carl De Strycker is directeur van het Poëziecentrum

Luuk Gruwez is dichter en poëzierecensent van De Standaard

Yves T’Sjoen doceert een geschiedenis van de poëzie in de Lage Landen aan de Universiteit Gent

Bookmark and Share

4 Kommentare op “Carl De Strycker, Luuk Gruwez & Yves T’Sjoen. Leve de poëzie! Waar blijft de kritiek?”

  1. Samen met dichter en criticus Arno Van Vlierberghe schreef ik een opiniestuk als reactie op het artikel ‘Leve de Poëzie! Waar blijft de kritiek?’ van prof. Yves T’Sjoen, Carl De Strycker en Luuk Gruwez. Laat de kritiek nu maar komen.

    http://tribunaal.be/post/78339167170/angst-ballen-the-circlejerk-poeziekritiek-na-2014

  2. Fabian Stolk :

    Nog steeds wacht ik op een lijst van (laten we beginnen met twee) namen van dichters die door of Fens of De Coninck zijn ‘gemaakt’ en een lijst van dichters die door de een of de ander zijn ‘gekraakt’, inclusief overtuigende argumenten dat de betreffende reputaties inderdaad louter en alleen door die recensent(en) zijn gebouwd respectievelijk gebroken.

  3. Heren, laat ik het hier ook even neerschrijven. Jullie maken een discussie nogal moeilijk door de mediumkeuze (een slecht bezochte website). Dat ik dit stuk pas opzocht nadat ik de inhoudelijkere reactie van Tratsaert en Van Vlierberghe had gelezen, lijkt me best veelzeggend. Niet de beste opener voor een polemiek die misschien wel nodig is.

  4. […] Carl de Strycker en universitair docent Yves T’Sjoen het artikel ‘Leve de poëzie! Waar blijft de kritiek?‘  Een discussiestuk over kritiek en debat. Ze stalden dit artikel op het Zuid-Afrikaanse […]