Janita Monna. Autobiografische poëzie van een beweeglijke geest

 

 

Leo Vroman – Die vleugels

 

De Japanse dichteres Toyo Shibata was bijna 100 toen ze haar dokters een wijze raad gaf: val oude mensen niet lastig met infantiele vragen als welke dag het eigenlijk is, maar blijf hun geest scherpen, vraag naar hun mening over politiek of literatuur.

Ook Leo Vroman (1915) nadert de 100, en ook hij adviseert zijn leeftijdsgenoten in het ‘stakkergebouw’, waar hij, nog altijd in gezelschap van zijn vrouw Tineke, woont: ‘Blijf zo lang mogelijk bezig’.

Zelf zit hij nauwelijks een moment stil en hij schrijft nog ‘abnormaal veel’. Die woorden zijn van hemzelf en gaan zijn nieuwe bundel Die vleugels vooraf. Een fikse bundel, alweer, met Vromans poëtische oogst van de afgelopen twee jaar, een soort dagboek in dichtvorm. Autobiografische poëzie, die laat zien dat in een oud lichaam, dat ‘geen gevaarlijke tochten’ meer wil maken, nog een beweeglijke geest kan zitten. Vromans hoofdthema – het zal niet verbazen – is al geruime tijd de dood, die komt iedere bundel een stapje dichterbij. En Vroman staat ‘m, met de springerigheid van een opgewonden kind, op te wachten. Niet omdat hij graag dood wil, in tegendeel. Hij is nog altijd verliefd op het leven. Niettemin, wetenschapper als hij is, is Vroman nieuwsgierig naar hoe hij zal gaan, en wanneer. Want 98 of niet, hij wil toch het liefst sterven op een zelfgekozen moment en niet door een willekeurige ramp te vroeg worden weggerukt:

 

zoals een jonge soldaat

door een bom, een handgranaat,

met een restant zeg maar

van eenenzeventig jaar.

 

Vroman is opgewekt, maakt grapjes, ook over zichzelf en houdt het veelal licht. Als hem iets van droefenis overvalt, dan transformeert hij die in een handomdraai tot een surreële gedachte, zoals hier, tijdens een moment waarop hij samen met z’n vrouw televisie kijkt:

 

ik ben op een vreemde planeet

waar mijn vrienden mij achterlieten

en voor zover ik weet

zit ik eenzaam op visite.

 

En hoewel hij nog altijd betrokken bij wat er in de wereld gebeurt – hij schrijft over Utoya of de aardbeving in Japan – Vroman leeft in huis, in zijn eigen hoofd, in zijn brein, in herinneringen.

Niet voor niets vraagt hij zich haast wanhopig af wat met zijn hersens te doen, als ze geen gedicht meer voortbrengen? Wat overigens niet wil zeggen dat elk gedicht een meesterwerk is. Die vleugels telt beslist ook mindere goden, zoals de luchtige taaloefeningen (Voor mijn part/ blijf ik hier/ nog maar een kwart/ ier) en de lange gedichten die soms verzanden door een gebrek aan spanning. Het zij de bijna ‘eeuwling’ vergeven. Het zou maar zo kunnen dat hij na z’n dood gewoon doorschrijft.

 

PRECIES GENOEG

 

Op een dag zeg ik ‘Genoeg.’

Maar één ding wil ik nooit:

door een ramp tien minuten te vroeg

tot pap te worden voltooid,

 

zoals een jonge soldaat

door een bom, ene handgranaat,

met een restant zeg maar

van eenenzeventig jaar.

 

Alle bloemen moeten ontplooid.

alle eieren moeten gelegd,

want één ding wil ik nooit –

maar dat heb ik al gezegd.

 

23 juni 2011

 

Leo Vroman – Die vleugels. Querido, 160 pagina’s, 18,95 euro, isbn 9789021450476
Deze recensie verscheen eerder in Trouw.

 

Op zaterdag 22 februari 2014 overleed Leo Vroman. Hij werd 98 jaar.

 

Zie ook documentaire: Profiel: Leo en Tineke Vroman (2009)


 

Bookmark and Share

Comments are closed.