Janita Monna. Sobere zwart-wit taal

Jan Baeke – Het tankstation op de route

 

Het zou evengoed de titel van een film kunnen zijn, van een ‘roadmovie’, die zich afspeelt in een desolaat landschap: Het tankstation op de route. Maar al spelen auto’s, types als ‘Tonnie de Sexy’ en ‘Zwart van de Lamp’, bier en sigaretten zeker een rol, dit tankstation is geen decorstuk uit een film. Het is opgetrokken in poëzie, en wel in de nieuwe, zesde dichtbundel van Jan Baeke – een bundel overigens die alweer even uit is.

Wie Baekes werk een beetje kent, weet dat hij groot filmliefhebber is. Hij werkte niet alleen geruime tijd bij het Filmmuseum, het feit dat hij veel films zag (in een van zijn vorige bundels bedankte hij een groot aantal voor hem belangrijke regisseurs) is van bijzondere invloed op zijn werkwijze. Want Baeke hanteert filmische technieken in zijn poëzie: hij is cameraman, regisseur, decorbouwer en scenarioschrijver, geluidsman. En in Het tankstation op de route, waarin gedichten met titels als ‘Draaidagen’, ‘Scènewisseling’, ‘Establishing shot’ de aandacht vestigen op hun eigen kunstmatigheid, misschien wel nadrukkelijker dan ooit. ‘Na de goede gesprekken en de romantische vergissing/ draai ik andere scènes’, aldus de cameraman.

Baeke creëert spanning tussen de gemaakte wereld en de bestaande werkelijkheid. Een werkelijkheid die – net als de film – te zien is als een aaneenschakeling van losse scènes, waartussen de hoofdrolspelers zelf verbanden moeten aanbrengen. In het titelgedicht zegt een meisje, dat terugblikt op het leven, het als volgt: ‘dan moeten we het nog hebben over het verhaal/ dat iedereen begrijpen kan// over alles wat we begrijpen/ maar waarvan de bedoeling ons niet duidelijk is’.

De bundel leest als een film, een die schoksgewijs gemonteerd is, vol vooruitwijzingen en hernemingen en suggestieve dialogen. En waarin steeds in sobere zwart-wit taal fracties van een verhaal of personages geschetst worden, met plaats voor surreële scènes en beelden als: ‘en uit het bed staat mijn gestalte op/ om zich aan een sigaret te verhangen’.

Het zal niet voor niets zijn dat een enkele keer de camera ook wordt gericht op het geloof, dat verbinding kan aanbrengen tussen scènes, dat zin kan geven: al is het de vraag hoeveel plaats is er voor een Jezusachtige figuur:

 

(…) dat er in de film

een man hoort die het publiek tegemoet loopt

wankelt, in paniek de zaal verlaat

het lot van de wereld wil dragen

tussen de olijfbomen strandt (…)

 

Hoewel de afzonderlijke gedichten soms spannende scenario’s zijn – een nacht, een auto, een man, een kofferbak –, wil de bundel als geheel niet meeslepend worden. Zoals dat wel het geval was bij het voor de VSB-Poëzieprijs genomineerde Groter dan de feiten.

Het tankstation op de route is perfect gemonteerd, consequent in z’n metafoorgebruik. Dat dwingt bewondering af, maar schept, uiteindelijk, ook afstand.

DRAAIDAGEN

 

Iedere avond wind die het roken in de weg zit

zeelui bij het hek, een agent die ik kende

als het vriendje van mijn vriendin

 

en alsof dat nog niet genoeg was

een aardig gespreksonderwerp

waardoor we niet in de problemen kwamen.

 

Ik doe niet veel, een sigaret volstaat.

Na de goede gesprekken en de romantische vergissing

draai ik andere scènes.

 

Nog iets met de dood of met de straat doen.

Toezicht. Anderen hebben de tijd

om hun naasten te treiteren.

 

Ik moet zien dat het licht

de ramen van het pijnlijke meisje bereikt

dat we allemaal kunnen zien

 

wie parkeert, wie de hond een rotschop geeft

wie de lichaamsdelen opschudt en

de verdenking op zich laadt.

 

Roken dat de avondlucht karakter verleent

zeelui van wie de auto’s kapotgaan

en hun families

 

eigenaren van cafés en hondentrimsalons

die de straat aanmoedigen

om vreugde en geluk te blijven verspreiden.

 

De dood komt in elk geval en de droefenis

van het vriendinnetje, een tergend langzaam

shot dat elke straat probeert te vatten.

 

Dat allemaal om de tijd te

begrijpen, of op z’n minst de helft

van de betekenis.

 

Storend dat de mussen

in het geluid zijn gaan zitten.


Jan Baeke – Het tankstation op de route. De Bezige Bij, 72 pagina’s, 17,50 euro, isbn 9789023479116

 

Deze recensie verscheen eerder in Trouw.

 

Zie verder: NRC Handelsblad, De Groene Amsterdammer, Cobra.be en Vimeo   

 

 

Bookmark and Share

Comments are closed.