Janita Monna. Ongebaande paden

 

Tom Van de Voorde – Liefde en aarde

 

De leeuw is een natuurlijke vijand van de antilope, de mens de grootste bedreiging voor de leeuw. Het begrip ‘natuurlijke vijand’ hoeft nauwelijks nadere toelichting. Maar wat wordt precies verstaan onder een ‘onnatuurlijke vijand’? De Vlaamse dichter Tom Van de Voorde somt er in zijn nieuwe bundel Liefde en aarde een aantal op. Bij ‘een wandelaar/ zonder geluid’ is iets voor te stellen, daar kun je onhandig tegenop botsen. Maar wat hiervan te denken?

 

Een valse deur

forceren en stuiten

op een vrouw

die in de weg loopt,

meteen wordt afgemaakt

 

Van de Voorde debuteerde in 2009 met Vliesgevels filter, waarin hij met wiskundige precisie probeerde om natuur in taal te vangen. Hij ontving een Buddingh’-nominatie voor dat debuut.

Over zijn nieuwe bundel Liefde en aarde hangt, in weerwil van de titel, een grimmig waas. Een waas waarop niet één, twee, drie vat te krijgen is, maar dat met ‘zittende doden in ovens’, ‘verdoezelde burgers’, ‘fietsende moordenaars’, strafpleiters, soldaten en lijken, nadrukkelijk in de regels doorsijpelt.

De gedichten in Liefde en aarde zijn op het eerste gezicht van een bedrieglijke eenvoud. Nonchalant kan Van de Voorde openen met een alledaagse mededeling als: ‘Mijn postbode vraagt…’ Om daarna de lezer te laten verstrikken in een volstrekt dubbelzinnig gedicht. Want zijn werkwijze is vooral associatief. En die associaties volgen ongebaande paden. Om een voorbeeld te geven: een van de reeksen ‘Onnatuurlijke vijanden’ opent met een geestig, of eigenlijk volstrekt absurd voorstel om in de woestijn een ‘dierenmasker’ op te zetten. In de daaropvolgende strofe gebruikt Van de Voorde vervolgens ‘gastenkamers’, een woord dat zich makkelijk verkeerd lezen laat als ‘gaskamer’ – ook vanwege dat masker in de voorgaande regels. En ineens dringen op de achtergrond de verschrikkingen van de Tweede Wereldoorlog het gedicht binnen.

Zo flakkeren vaker beelden op van gebeurtenissen uit de meer of minder recente geschiedenis van de mensheid: in een onverwacht samenspel van woorden trekken vreemdelingen voorbij, breken oorlogen uit, zoals dagelijks te zien in krant of op tv.

Slechts in het slotgedicht ‘De moord op Maurice Lippens’ is er een meer directe verwijzing naar de actualiteit. En wel naar de ondergang van de Vlaamse bank Fortis, waarvoor topman Maurice Lippens (overigens niet vermoord) mede verantwoordelijk was. De toon van het gedicht verschilt enigszins van de rest van de bundel, al was het alleen maar de openlijk seksuele fantasieën:

 

Cecilia smeekt me te mogen afzuigen: Ik slik,

laat je kwijl langs mijn kin druipen. Verneder me,

stamp je dikke, stijve lul in mijn keel.

 

Poëzie is kunstmatig, zo zegt ook Van den Voorde, gemaakt van taal. En juist die taal maakt deze gedichten, die niet per se makkelijk toegankelijk zijn, intrigerend, omdat er een ander venster op de geschiedenis en hedendaagse werkelijkheid geboden wordt.

 

ONNATUURLIJKE VIJANDEN


Een valse deur
forceren en stuiten
op een vrouw
die in de weg loopt,
meteen wordt afgemaakt

*

In een helikopter
een ongeluk ensceneren.
Hoe goed
levensgroot echt
laten lijken

*

als ooit op de rug
een grimmige tijger

 

Tom Van de Voorde – Liefde en aarde. Poëziecentrum, 48 bladzijden, 17,50 euro, isbn 9789056553456

 

Deze recensie verscheen eerder in Trouw.



Bookmark and Share

Comments are closed.