Luuk Gruwez. Dichter van het blauwe uur

 

Luuk Gruwez. Dichter van het blauwe uur

 

De auteur: Vlaams dichter diemet zijn debuutbundel ‘Vaderland’ werd genomineerd voor de C. Buddingh’ Prijs.

Het boek: Zijn tweede dichtbundel. Vanuit een sterk verstedelijkte habitat trekt de dichter op queeste naar de essentie van het scharniermoment tussen dag en nacht.

ONS OORDEEL: Soms aanstekelijke gedichten die een aantal keer gebukt gaan onder een te grote vaagheid.

 

Max Temmerman is de dichter van wat in het Frans ‘l’heure bleue’ wordt genoemd, het onderdeel van de schemering net na zonsondergang. Zelf noemt hij die tijd in de titel van een gedicht ‘Het uur donkerblauw’. En inderdaad: er vindt in deze poëzie om de haverklap een confrontatie plaats tussen licht en duister. De dichter trekt op zoek naar het moment waarin hij verleden en toekomst kan verenigen: ‘Ik probeer deze straat onder ogen te komen/ en als een toekomstige herinnering op te slaan/ in dit ene moment.’ Het is geen geringe opdracht. Het lijkt wel alsof er hier naar gestreefd wordt aan het moment eeuwigheidswaarde toe te kennen.

Het licht en de duisternis. Eerst de duisternis. ‘Bijna een Amerika’, zo heet Temmermans  dichtbundel, vangt aan met een lang episch gedicht dat een queeste beschrijft in het holst van de nacht. De dichter voert een persoon in een auto op en dirigeert hem via allerlei instructies door de stad, maakt daarbij een register op van wat hij allemaal te zien zal krijgen. Het gaat om een tocht die klokslag middernacht een aanvang neemt. De persoon in kwestie, die orfische trekken vertoont, belandt uiteindelijk op een plek waar een mens (zijn moeder?) op sterven ligt. Er mag niet worden omgekeken. ‘Kijk (…) voor geen geld ter wereld om,’ staat er. En de route is er een die in het zwartste zwart is gehuld, alsof zij door de onderwereld leidt: ‘Dit zwart is niet meer mogelijk./ Wie heeft ooit de schaduw van schaduw gezien?’

Dat het (ook) om een reis naar de stervende moeder gaat, staat er niet met zoveel woorden, maar in de gedichten die volgen, gaat het wel over haar en het wekenlange loslaten van wie haar lief is en bij haar de wacht optrekt, de bloemen schikt en haar kussens opklopt. Het hele proces van afscheid verloopt in stilte. De moeder lijdt overigens aan afasie. Maar tegenover haar gedwongen stilte staat het verlangen van de dichter om uitvoerig over haar te praten. Zijn gedicht alleen al is een poging om haar schrijvenderwijs in leven te houden in een wereld die zij nog altijd als groter ervaart dan de kamer waarin zij ligt te sterven, bewust nog van de wisseling der seizoenen. 

Hoe ziet Temmermans wereld er overigens uit? Het is er een van nadrukkelijke verstedelijking, rommelige auto’s, haastige vrachtwagens, rangeerstations, sportterreinen en dies meer. De landelijkheid is meestal ver zoek. Maar is hij zo zwart als het eerste gedicht laat vermoeden? Hoe komt de dichter erbij het decor van zijn ervaringen ‘bijna een Amerika’ te noemen? Natuurlijk is hij een bewoner van een oud en enigszins vermoeid continent dat Europa heet, maar toch schrijft hij er in minder zwartgallige tinten over: ‘Het is hier goed,’ zegt hij. En nog: ‘Dit is bijna een Amerika voor mij.’ Met andere woorden: zoveel verschillen de oude en de nieuwe wereld nu ook weer niet van elkaar. Hij beveelt ons aan de moed te hebben lichter te leven, ‘in volle polaroidkleuren’. Dat hele spel van licht en donker is zowat een kernthema in deze bundel. Temmerman huldigt net zo goed het begin als het einde. Allicht doordat hij behept is met de genen van een archivaris die door zijn verzameldrift elk verlies tot op zekere hoogte ongedaan maakt. Door middel van het geheugen moet hij wat voorbij is opnieuw zien te activeren. Hij heeft het in verband hiermee over ‘de fysica van de herinnering’. En hij gaat er elk geheugenverlies mee te lijf. Eén vers doet sterk aan die regel van Van Ostaijen denken: ‘Ieder mens die sterft, is een museum dat brandt.’ Bij Temmerman wordt dat: ‘(…) telkens een moeder sterft, verdwijnt een geheugen.’ Hij wekt heel sterk de indruk dat een mens ophoudt te bestaan als zijn vermogen tot herinneren en daarmee het draaiboek van zijn leven verdwenen is.

De dichter wil terug naar het huis van zijn oorsprong, de plek waar dat bestaan begon en waar alle dingen klare taal spreken. Veel is vaag in deze poëzie, alsof de dichter van het blauwe uur, nog niet geringeloord door de slaap, alles vaste vorm moet geven en alsof het voor de spraakbeluste dingen geen sinecure is aan de schemering te ontsnappen. Maar uiteindelijk slagen zij er wel in ons aan te spreken, zij het misschien in geheimtaal, en daardoor kunnen zij ons wereldbeeld mede gestalte geven: ‘Niets bestaat wat nooit/ een boodschap uitdraagt.’ En als de dingen al iets te beweren hebben, wat dan te denken van de merel die lof oogst voor de wijze waarop hij aan het einde van de nacht glorieus het begin van de dag aankondigt. Nee, dit is geen bundel van louter zwart. Temmerman levert overigens kritiek op de mens als schepsel dat te makkelijk bij de pakken blijft zitten: ‘Wat ons onderscheidt van beesten/ is dat wij zo snel opgeven.’ En hij gaat als volgt verder: ‘Een vogel die stopte met vliegen,/ zelfs in een kooi, ik heb daar/ nooit van gehoord.’ Dit is een pleidooi voor volharding en een countering van elke vorm van defaitisme. Zowaar veeleer zeldzaam voor een dichter.

 

_________________

MAX TEMMERMAN

Bijna een Amerika

Uitgeverij Vrijdag, 58 blz., 15,00 euro.

AANTAL STERREN: ***

 

 

Blauwdrukken

 

Hoe mijn moeder weken lang

weloverwogen afscheid nam.

 

Ze hield haar hoofd schuin. Ze luisterde.

Iemand riep.

 

Hoe ze er de tijd voor nam: kijk daar, zie,

een seizoen ruimt plaats voor een volgend seizoen.

 

Hoe blauwdrukken van wat komen ging

maalden door haar hoofd en hoe ze daar ‘s nachts

wakker van lag. Hoe wij ons allemaal klaarmaakten.

 

We wisselden elkaar af en schikten bloemen.

Keken door haar ogen naar de wolken

en klopten kussens op.

 

We hielden ons in stilte bezig maar

stel mij een vraag en ik zal praten over haar.

 

Max Temmerman



Bookmark and Share

Comments are closed.