Janita Monna. Het menselijk verlangen onder een vergrootglas

 

Paul Bogaert – Ons verlangen

 

‘Korzelig’. Het woord valt ergens tegen het eind van de nieuwe bundel van de Vlaamse dichter Paul Bogaert. Het is zo’n woord dat lekker in de mond rolt, klank en vorm vallen precies samen met de minder aangename betekenis.

Wie Ons verlangen, zoals Bogaerts nieuwste dichtbundel heet, leest, wordt ook bevangen door iets als ‘korzeligheid’. En al klinkt dat misschien niet direct als compliment, negatief is het zeker niet bedoeld.

Bij Paul Bogaert is iedere bundel een nieuw project, van te voren weet je nooit precies wat komen gaat. De Slalom soft (2009) bijvoorbeeld, zijn vorige, voor de VSB-Prijs genomineerde bundel, was een lang verhalend gedicht dat zich afspeelde in een tot zwemparadijs getransformeerde hel. Het wekte de indruk als zou het samen te vatten zijn, maar iedere poging daartoe liep als zand door de vingers. Dat fascinerende – en tegelijk ook ’korzeligheid’ oproepende – proces voltrekt zich bij lezing van vrijwel al Bogaerts poëzie: wie naar eenduidige betekenissen zoekt, vangt bot. En dat terwijl zijn taal niets aan helderheid te wensen overlaat. Ook nu is er een hang naar exactheid:

 

We doen allerlei dingen zoals o.a. bijvoorbeeld

ervaringen delen en dergelijke, bij elkaar zijn, enzovoort,

te veel om op te noemen.

 

Het moet preciezer vindt ze.

 

In Ons verlangen ligt het menselijk verlangen onder een vergrootglas. De oorspronkelijke titel van de bundel was ‘Man en vrouw’, maar het zijn niet alleen vleselijke verlangens die worden onderzocht. Sterker, de erotiek is spaarzaam en heeft soms meer weg van een wonderlijke wiskundige formule met X en Y’s; elders worden in bijna jubelende taal veelkleurige als staafdiagrammen opspuitende geisers bezongen. En dan duiken er behalve man en vrouw ook nog eens vreemde sprookjesfiguren als de Pattexheks Migraine op.

Eén ding hebben al die verlangens gemeen: er is niets met zekerheid over te zeggen. De zes afdelingen waaruit de bundel is opgebouwd hebben alle de titel ‘Onzekerheden’.

Zekerheid bieden slechts het begin en het einde van een leven. De situatie die zich in het openingsgedicht ‘Loskoppeling’, ontrolt heeft dan ook veel weg van een geboorte. De toon is vrolijk en open, ‘ik leef, ik ben rijk’ – hier is iemand aan het woord die een nieuw begin maakt. De regel vervolgt:

 

zonlicht

glijdt hier door de luxaflex over de kipcurrysalade!

 

Ook om dergelijke regelafbrekingen, op het scherp van de snede, en vanwege een zesde zintuig voor kantoortaal, borrelpraat, relatietherapeutenspraak, is het de moeite waard Paul Bogaert te lezen, die bij vlagen ook nog eens bijzonder geestig is.

De uitbundigheid van het begin, maakt op de laatste pagina’s op zakelijker toon plaats voor het einde, de dood.

 

Je hebt jezelf

akkoord verklaard met betrekking

tot lichaamsdelen zoals

bepaald in hun terugkeercontract.

 

En daartussen heeft de dichter onvoorspelbare uithoeken aangedaan. Dat maakt indruk. Zonder dat precies te zeggen is waarom.  

 

LOSKOPPELING

 

Eerst wat lucht.

 

Al die namen. Niet vergeten

de schaar in het dankwoord te zetten.

 

Al die namen maken mij

tipsy, ik leef, ik ben rijk: zonlicht

glijdt hier door de luxaflex over de kipcurrysalade!

De aanwezigen ruilen quotes en modekleuren. Ik rol mij

door het geroezemoes, draai mij om in de felicitaties

en word royaal gepaneerd in de quatre-mains van de dag.

 

Omringd door allrounders en handjeklapspecialisten

ben ik nooit meer alleen.

Bedenkingen zijn voor later. Besmettingen ook.

In de leniging van de reële noden leer ik soepel zijn.

 

Ik zal dus wel iemand leren kennen.

In vereniging na vereniging.

Ik ben gulzig en vrij

 

Paul Bogaert – Ons verlangen. De Bezige Bij Antwerpen, 64 pagina’s,  19,95 euro, isbn 9789085425168

 

Deze recensie verscheen eerder in Trouw.

 

Zie verder: paulbogaert.be, deReactor.org, Cultuurbewust.nl, Cobra.be, de Volkskrant    



 


Bookmark and Share

Comments are closed.