Janita Monna. Harde, bondige taal

 

Erik Jan Harmens – Open mond

 

Wie was Jaap Stobbe ook alweer? Die vraag dringt zich gek genoeg even op tijdens het lezen van de nieuwe bundel van Erik Jan Harmens. Niet dat Jaap Stobbe – ooit sprekende pop in de kinderserie De poppenkraam – een grote rol speelt in deze gedichten. Maar Harmens komt ineens met het smakelijk rijmende woord ‘jaapstobbeblos’. Het zorgt voor een wat ongemakkelijke associatie, in een gedicht dat opent met een klaarkomscène. Of vooral met het gehannes ná het hoogtepunt: ‘jij grijpt de handdoek van de spaarpunten/ ik doe of ik buiten iets zie’.

Open mond heet Harmens’ nieuwe dichtbundel, zijn vierde, en een verademing na de duobundel die hij maakte met Rick de Leeuw, met gedichten waarin scheidingleed verzoop in een te veel aan woorden.

Ook in Open mond is de liefde niet je dat. In gedichten van steevast vier tweeregelige strofen schetst Harmens een vrij troosteloos beeld van de intiemste menselijke verhoudingen. De hel is de ander, of ook wel het meisje, zo lijkt het althans, als Harmens spreekt over ‘het allerinfernooste wij’.

Een meisje dat de liefde niet beantwoordt, of mechanisch zijn vinger naar binnen leidt ‘als een blinde naar een tandartsstoel’. Harde, bondige taal maakt vooral eenzaamheid voelbaar, en kilheid, in dergelijke, bijna pornografische scènes, waarin verlangen naar intimiteit en samenzijn uitloopt op een anticlimax.

In Open mond waren personen rond die het gevoel hebben ‘in een serie’ te spelen ‘waar men me was vergeten was vergeten uit te schrijven.’ Richtingloos zoeken ze een rol in het leven, bevangen door vreemde angsten, voor ballonnen bijvoorbeeld, en voor enge mannen. Een eenvoudig praatje kunnen nauwelijks aanknopen, zonder daaraan onderdoor te gaan, en eten bestellen bij de Chinees is een helse klus. Zoals de liefde, is eigenlijk het hele leven nogal moeizaam.

 

we staan ergens tot onze enkels in

een nieuwe dag begint

 

iemand met mijn naam is in mijn plaats gegaan

 

In de dagelijkse scènes, kantoor- en bedsituaties laten Harmens’ gedichten een fascinerend soort hyperbewustzijn zien: handelen, denken, praten wordt het vergrootglas gelegd. Net als het onvermogen die handelingen in de juiste richting te sturen:

 

ik doe een uitlating die ik betreur

maar ze heeft zich al uit mijn mondholte vrijgemaakt

 

Het geeft de gedichten een bevreemdende absurditeit, en maakt ze wel verwant aan het proza van Esther Gerritsen. Harmens’ taal mag dan mannelijk zijn, met geweren, kogels, schotwonden, humoristisch soms, en meedogenloos, zeker als hij een vrouw die hem afwijst afschildert als ‘kouder dan mijn vader/ al kankerlang onder de grond’. Maar onder die straffe taal gaat veel gevoeligheid schuil. ‘mijn hoofd zit vol met dingen/ maar van buiten zie je niks’. Die dingen vinden hun genadeloze neerslag in Open mond.

 

 

stik je of zoek je andere lucht wil je deze hier niet inademen

je open mond rood als een schotwond ik doe lalala waardoor ik je niet versta

 

als ik bij je slaap wacht ik tot je regelmatig ademhaalt

laat dan de mogelijkheid varen je als een inbreker op zijn weg terug te verlaten

 

je leidt mijn vinger bij je naar binnen

als een blinde naar een tandartsstoel

 

neem aan jouw hand geeft het ritme aan

ik hoef niets te doen behalve niet weg te gaan

 

Erik Jan Harmens – Open mond. Lebowski, 64 pagina’s, 15 euro, isbn 9789048818075

 

Deze recensie verscheen eerder in Trouw.

 

Zie verder: Cultuurbewust.nl, Het Parool, Kort portret



Bookmark and Share

Een Kommentaar op “Janita Monna. Harde, bondige taal”

  1. relevant resource site…

    Versindaba » Blog Archive » Janita Monna. Harde, bondige taal…