Luuk Gruwez. Nooit meer dood

 

Deze recensie verscheen eerder in De Standaard der Letteren.

Luuk Gruwez. Nooit meer dood

Remco Campert viert zijn vijfentachtigste verjaardag en is inmiddels zo’n vijfenzestig jaar aan het publiceren: columns, romans, verhalen, poëzie. Het recente Licht van mijn leven bevat naast gedichten ook litho’s van zijn vriend Ysbrant. De bundel bestaat uit een korte cyclus die ‘Gelegenheden’ heet en de langere cyclus ‘Gebeurtenissen’. Maar eigenlijk gaat het in beide cycli om gelegenheidsgedichten die zich perfect laten vangen onder de titel van een vorige bundel: ‘Nieuwe herinneringen’ (2007). Campert memoreert zijn geliefde doden – Claus, Wolkers en Komrij – en hij continueert datgene waar hij inmiddels al jaren mee bezig is: de reconstructie van wat geweest is. Al die vrienden: zij mogen nooit meer dood. In een In Memoriam voor Jan Wolkers beschrijft hij hoe zijn intentie om zich niet langer met het sterven in te laten, vloekt met de realiteit: ‘terwijl ik net besloten had/ om zolang ik nog te leven heb/ niet meer aan de dood te denken (…)’. De poëzie die hij schrijft, palmt de lezer vooral in door de openhartigheid waarmee hem een inkijk wordt gegund in de leefwereld van iemand die het vanwege zijn bejaardheid nog enkel over fonkelende voorbije gebeurtenissen kan hebben.

Campert schaamt zich niet voor zijn nostalgie. Integendeel: hij koestert ze en weet daar sympathie mee op te wekken. En intussen sluipt steeds meer dood in zijn poëzie. ‘Licht van mijn leven’, het meest overtuigende vers van deze bundel, is zowel bundeltitel als titel van het slotgedicht. Daarin blikt de dichter vooruit op zijn eigen dood en hij droomt zich een ideale sterfscène: ‘laat me dan, dat moment gekomen, / opnieuw nog even / zweven boven het Stedelijk / dan verder al hoger / boven de bomen in het Vondelpark / waarna ik, mijn tijd opgeheven, / voor eeuwig uiteenval, me verenig / met het fijnstof van de stad, / met de spiegeling van het zonlicht / in het water van de gracht / en word meegenomen met de glimlach / en de dromen van het meisje / dat ik eens op een tramhalte zag’. Dat meisje op die tramhalte komt ook in vroeger werk van Campert voor. Zij is de nooit gerealiseerde, volmaakte geliefde. Zij vertegenwoordigt in al haar achteloosheid het meisje dat boven alle andere meisjes staat. In haar eentje is zij de incarnatie van Eros, de antipode en het zusje van de dood, die meer en meer beslag op de dichter weet te leggen.

__________________

Remco Campert

Licht van mijn leven

De Bezige Bij, 48 blz., 24,90 euro.



Bookmark and Share

Comments are closed.