Bert Bevers. Drie gedichten (Sluitingstijd, e.a.)

Sluitingstijd

 

De kastelein grinnikt als de laatste klant

de deur uit wankelt. Zelfs nu nog, zijn ogen

 

zien er uit als pisgaatjes in de sneeuw, is

diens huig droog van welhaast besmettelijke

 

onwetendheid. Eigenlijk zou hij graag uit

openslaande ramen willen schreeuwen,

 

maar hij spoelt braaf glazen. Eigenlijk zou

hij zich graag een boot kopen. Liefst met

 

koperen relingen. En op verre reizen willen.

 

 

De modelbouwer doet het licht uit

 

Aan de overkant zie ik in dit Märklinstadje

dagelijks een man bezig met het nabouwen,

 

op de tafel in zijn woonkamer, van een schip.

Aanschouw hem. Zie hem perspectief verkleinen

 

tot kanonnetjes van nagellengte, masten zo

hoog als een laars. Mooi vormbehoud. Hij wil

 

eigenlijk de punt van zijn kwastje nog de boeg

op draaien, maar die trilt omdat hij geeuwt.

 

Hij zwaait vriendelijk als hij de gordijnen sluit.

 

 

 

De dichter peinst

 

Hij voelt een handvol woorden in zich zieden

in de avondstond. Wie heeft er nooit gezondigd

 

tegen zonlicht? Hij weet: hier was ik eerder.

Er wordt een nieuw straatnaambordje op

 

een lantaarnpaal geschroefd. Een man passeert

met een kruiwagen. Een vrouw laadt boodschappen

 

in. Een kind sabbelt aan een ijsje. Het huis dat

gebouwd wordt zal over acht jaar en drie maanden

 

worden verkocht. Hij weet het. Hij verlaat de tijd.

 

© Bert Bevers

uit de cyclus in wording Gedichten uit een stadje in de heuvels

 

 

Bookmark and Share

Comments are closed.