Yves T’Sjoen. Ons is nie almal so nie. Afrikaans in woelig vaarwater


Vele maanden al luidt in departementen Afrikaans van Zuid-Afrikaanse universiteiten de noodklok. Academici en studenten zijn ongerust. Het land in de zuidelijke punt van het Afrikaanse continent verkeert al langer in zwaar weer met onder meer het xenofobische geweld dat begin dit jaar de wereldpers haalde. Momenteel woedt in Zuid-Afrika een blinde beeldenstorm. Monumenten die herinneren aan de koloniale periode worden besmeurd en van hun sokkel gehaald. Standbeelden van figuren uit de Britse en de Hollandse koloniale periode, onder andere van de politicus en stichter van Rhodesië (Zimbabwe) Cecil John Rhodes en van Paul Kruger, president van de toenmalige Boerenrepubliek Transvaal, maken voorwerp uit van een verhit publiek debat. Niet alleen deze lieux de mémoire staan ter discussie.

Ook het Afrikaans, door sommigen nog steeds verbonden met het discriminerende en moorddadige apartheidsregime van weleer, krijgt het dezer dagen te verduren. Op 29 juni berichtte de Kaapse krant Die Burger dat “Afrikaans kan waai as landstaal as SAKP sy sin kry”. De Zuid-Afrikaanse communistische partij wil het Afrikaans als ambtelijke taal afvoeren ten gunste van Engels en de Afrikatalen Nguni en Sotho.

Hoewel het Afrikaans sinds 1994 een van de elf officiële ambtelijke talen is van Zuid-Afrika en de moedertaal van vele honderdduizenden mensen met verschillende etnische achtergronden, politiek correct aangeduid als ‘witmense’, ‘bruinmense’ en ‘swartmense’, staat de taal onder druk. Zuid-Afrikaanse academici gespecialiseerd in Afrikaanse taal- en letterkunde en in vele gevallen ook Nederlands, doen al langer dan vandaag een beroep op de solidariteit van neerlandici in de lage landen. Zij richten zich eveneens naar de Taalunie, die investeert in de internationale neerlandistiek en dus ook in het academische taalonderwijs van Zuid-Afrika, én op collega-academici die zijn verbonden aan Nederlandse en Vlaamse universiteiten.

De ANC-regering van Jacob Zuma heeft een wurgkoord gelegd rond het Afrikaans. Ook op universiteitscampussen wordt strijd gevoerd tegen de taal(opleiding). Meer dan twee decennia na de democratische verkiezingen en de beëdiging van Nelson Mandela als eerste zwarte president van de republiek is deze gecreoliseerde zuster- of dochtertaal van het Nederlands voor vele Zuid-Afrikaanse ANC-activisten nog altijd een te bestrijden demon. Departementen Afrikaans met een onvoldoend raciaal gemengde studentenpopulatie krijgen steeds minder subsidies van de overheid. Het departement van de Universiteit Stellenbosch, bijvoorbeeld, van oudsher en ook na het opdoeken van de politiestaat een bijzonder performante academische omgeving voor de studie van de taal en de literatuur van het Afrikaans, krijgt het hard te verduren. Instituten met volgens de overheidsinstanties méér etnische diversiteit verdienen ook méér subsidies. Dat is de beleidspolitiek.

In een etnisch gekleurd en meertalig land als Zuid-Afrika is taal wellicht méér dan elders verbonden met ideologie. Afrikaans en Engels waren sinds 1948 tot de afschaffing van apartheid de officiële talen in Zuid-Afrika. Talen van de inlandse kolonisatie. De blanke Afrikaanssprekende Afrikaners beriepen zich op de Boerenheroïek en de beruchte Anglo-Boerenoorlogen tegen de Britse imperiale macht teneinde hun plek op te eisen. Voor de Nasionale Party van Zuid-Afrika was de verdediging van het Afrikaans niet minder dan een existentiële keuze. Na de herschrijving van de grondwet begin jaren negentig is het statuut van het Afrikaans gewijzigd ten gunste van Engels en zwarte talen. Het is bizar dat het ANC nu een repressieve taalpolitiek voert tegen het Afrikaans. Bizar omdat de taal door alle bevolkingsgroepen en heel veel mensen wordt gebruikt. Niet alleen diegenen die nostalgisch terugverlangen naar het oude Transvaal. Voor enkele miljoenen Zuid-Afrikanen is ongeacht de huidskleur Afrikaans de lingua franca.

Wanneer een taal in de verdrukking komt en de studie van die taal steeds minder wordt betoelaagd door de regering, ontstaat een nieuwe dynamiek. Sommigen spreken over een derde Afrikaanse taalbeweging. De literatuur in het Afrikaans is vandaag springlevend. Op het internet wordt gedebatteerd over de stand van de letteren, uitgeverijen komen met steeds meer titels en buitenlandse literatuur (ook de Nederlandse) wordt naar het Afrikaans vertaald. Een taal en de literatuur in die taal moeten vooral in Zuid-Afrika blijvend bestudeerd en onderwezen worden. Niet alleen de Taalunie maar ook onderzoeksgroepen in de lage landen, zoals het Gentse centrum voor het Afrikaans en de studie van Zuid-Afrika (Universiteit Gent) en de leerstoel Afrikaans van de Universiteit van Amsterdam, hebben een betekenisvolle rol – ook ten aanzien van de taal- en cultuurpolitiek in Zuid-Afrika – voor het Afrikaans. Niet enkel de toekenning van een eredoctoraat of de deelname aan een Week van de Afrikaanse roman (2014 en 2016) in ons taalgebied dragen bij tot de uitstraling van een literaire auteur. Tegelijk bedient de gelauwerde auteur zich van een taal die mede dankzij deze maatschappelijke erkenning in het buitenland aandacht krijgt. De internationale waardering draagt ook bij tot het aanzien van de schrijver in het land van herkomst.

Een beeldenstorm, pek en veren kunnen onmogelijk een levende taal van de kaart vegen. Het Afrikaans zal de eerstvolgende decennia niet ten onder gaan maar zich zoals elke taal aan maatschappelijke processen passen. Een regering kan dan wel kranen met subsidieranden dichtdraaien en departementen trachten te decimeren. De taal kan ze niet ongedaan maken. Daarom is het belangrijk, niet vanuit neokoloniaal perspectief of op grond van achterhaalde noties zoals stamverwantschap en broederband maar vanuit taal- en letterkundig oogpunt, het Afrikaans aan universiteiten buiten Zuid-Afrika blijvend te ondersteunen. Politieke schimmen van het verleden hoeven toenaderingen tussen Afrikaans en Nederlands niet meer verdacht te maken. Er wordt werk van gemaakt. Het Gentse universitaire internationaliseringsbeleid heeft een  speerpunt Zuid-Afrika. Sinds vorig jaar organiseert de UGent een Mandela Lecture Series. De stad Gent lanceert binnenkort aan de Waalse Krook, waar de nieuwe openbare bibliotheek verrijst, straatnamen die refereren aan antiapartheidsactivisten. Er wordt zelfs een beeld ter nagedachtenis van wijlen Nelson Mandela opgericht. De Vlaamse regering werkt al enkele maanden aan een beleidsplan waarin samenwerking tussen Vlaamse en Zuid-Afrikaanse academische instituten zal worden geoptimaliseerd. Hopelijk krijgt het Zuid-Afrikabeleid binnenkort concreet vorm. Vereende krachten binnen en buiten Zuid-Afrika kunnen bijkomende stimuli geven aan het Afrikaans van nu en voor straks.

Yves T’Sjoen

Mede namens Breyten Breytenbach (eredoctor UGent), Dominique Botha en Charl-Pierre Naudé.

Breyten Breytenbach

Dominique Botha

Charl-Pierre Naudé

Bookmark and Share

3 Kommentare op “Yves T’Sjoen. Ons is nie almal so nie. Afrikaans in woelig vaarwater”

  1. Hubrecht Brody :

    Afrikaanssprendes is hulle eie grootste vyand!
    As die Afrikaanssprekende Professor van die Kunsdepartement van Stellenbosch Universiteit n kunsuistalling van n Afr sprekende skilder ,in n Afr
    Geeiende gallery , met 90% Afrikaanssprekende gaste…nee 95%… Die openingsrede NET in Engels aanbied.. Weet GUNTER wat van Afrikaans gaan word in Stellenbosch….bakermat van ons taal!
    Ens…ens…ens
    H Brody

  2. Mammoet Ali :

    Dis nie mooi duidelik wie die gehoor vir bostaande lesing of stellinginname is nie. Wel duidelik op Afrikas grond dat alles met ‘n koloniale verlede nou korte mette mee gemaak word, soos Africana versamelings wat in die holte van die nag in kelders van universiteite gesmyt word, of die Nasionale argiewe, wat in ‘n haglike toestand verkeer. Bergafwaarts is the name of the game.

    “All attempts to create a new man have failed so far”
    – Walter Burkert, HOMO NECANS, 1983

  3. Waldemar Gouws :

    Die taalprentjie in die land kan met ‘n paar soliede syfers verhelder word. Die sensus van 2011, volgens Statistiek Suid-Afrika, gee die volgende beeld van huistaalgetalle, oftewel moedertaalgevalle, uit ‘n bevolkingstotaal van 50 961 443 mense:
    Afrikaans – 6 855 082 (13.5%)
    Zoeloe – 11 587 374 (22.7%)
    Xhosa – 8 154 258 (16%)
    Engels – 4 892 623 (9.6%)
    Setswana – 4 067 248 (8%)
    Sesotho – 3 849 563 (7.6%)

    Die Nguni-tale (Zoeloe, Xhosa, Swati en Ndebele) dra 43.3% van die bevolking se eerstetaalbelange, en Sotho-tale (Setswana, Sesotho en Sesotho sa Leboa) beheer die tonge van 15.6% van die mense.

    Die sterkte en steun van die beeldebestormers hier is maar ‘n floue krampie in vergelyking met die demolisie-ywer van die eerste Lutherane in die destydse Duitse state.