Recensie: Alle zeeën zijn geduldig (Ineke Riem)

alle-zeeen-zijn-geduldig

 

ÉÉN KUS IN RUIL VOOR DE NEDERLAAG

Door Luuk Gruwez

 

Heeft Ineke Riem werkelijk lak aan metafysica en aan al het getoeter waarmee adepten van een geloofsleer of het bovenaardse deur aan deur hun overtuiging proberen te slijten? Misschien. ‘De zin van het leven kwam er bij ons niet in,’ lezen wij in ‘Geen metafysica a.u.b.’, het gedicht over haar ouderlijke huis in haar kindertijd. Dat is een boodschap die van dezelfde orde is als wat men op sommige brievenbussen vindt: ‘Geen publiciteit a.u.b.’ Kennelijk is de dichteres grootgebracht door ouders die allergisch waren voor het bovennatuurlijke. ‘Binnen tikte de geestloze klok en alle uren waren atheïst,’ heet het, in een resolute afwijzing van de bovenwereld. Hier is hier en nu is nu en meer is er niet. Maar aan het eind van ditzelfde gedicht staan deze regels: ”s Avonds zag ik Shiva over het tuinpad dansen met dromen en djinns./ Een waas van goena-goena gleed langs het kattenluik./ (…)/  Als niemand oplette, sloop ik naar buiten.’ Kennelijk is de te nuchtere instelling van haar ouders haar te eng en is zij zelf van kindsbeen af wel gefascineerd door het wonderlijke. Maar zij mag door haar ouders niet worden betrapt op haar fascinatie.

Er zit inderdaad veel wonderlijkheid in de wereld die zij hier schetst: veel surrealisme, magie, sprookjesachtigheid. Die worden wel niet aan het geijkte bovennatuurlijke of aan enig zelotisme toegedicht, maar aan de wereld van het alledaagse. In de gedichten bijvoorbeeld van de kindertijd met een virulente oma die hier af en toe als eyeopener op de realiteit opduikt en deze ook reinigt van al haar uitwassen. Zij krijgt een eminente rol: ‘Altijd is er het huis van oma, aan de dijk.’ Zij is haar toeverlaat: ‘Ik heb mijn oma uitgenodigd in dit gedicht,/ omdat ik knock-out voor de kachel lig.’ Zij is de allesreiniger, ‘100% triple action nummer 1 vlekkenverwijdenaar’. Een vrouw van woorden is zij niet, maar zij levert in al haar simpelheid een bijdrage tot een leefbaar leven.

Een leefbaar leven: dat lijkt er in wezen een te zijn waarin de kindertijd, innig verbonden met de natuur aan zee en in de polder, het voor het zeggen krijgt. Er zit inderdaad veel natuur in deze gedichten. En het bijzondere is dat die een beetje in tegenstelling tot de misschien te droge, te realistische visie van haar ouders sprankeling, ja zelfs transcendentie meekrijgt. Op sommige momenten reflecteert de dichteres op de natuur van haar kindertijd alsof ze er haast een mystieke verbondenheid mee heeft. Plant, dier, ding: alles heeft een ziel. Dingen kunnen evenveel als mensen. Riem ervaart als kind een zekere gelijkwaardigheid in alles wat haar omringt. De bundel is, ook de kaft, geïllustreerd met talloze tekeningen van haar hand in kroontjespen: vogels, vlinders, insecten, larven, zeesterren. Hier spreekt een bijzondere verbondheid met het water, met de zee. Niet voor niets luidt de titel Alle zeeën zijn geduldig. Maar hoe geduldig is Ineke Riem? Zij rijgt zeester aan mens alsof dit altijd zo gehoord heeft. Zij communiceert met de biologie van haar kindertijd, alsof zij de voorbije jaren wil terughalen.

Ook valt er iets op met betrekking tot de liefde. Riem wil, zoals een doorsnee mens, dat van haar gehouden wordt. Zij heeft daar een zekere strategie voor nodig. Die van het schaakspel, bijvoorbeeld. Ze is bereid een deal te sluiten. In een gedicht waarin zij sluw een schaakwedstrijd tussen haar en een potentiële geliefde bespreekt, heet het: één nederlaag voor één enkele kus. Zij zet in met een leger pionnen (wat in schaak niet kan) en eindigt met de inzet van een koning. Ook al is zij nederlagen en afwijzingen beu, zij is bereid te verliezen voor één kus van haar opponent. Alle middelen zijn goed om naar liefde te hengelen. Opvallend is daarbij dat de dichteres laveert tussen de vanzelfsprekende zekerheden van het kind (‘We wisten alles/ van stekelbaars en salamander, verschansten ons/ (…)/ achter een groenblijvende haag. We waren geheim.’) en de toenemende wankelmoedigheid van de volwassen jaren. En wat het wachten op de geliefde betreft gaat het onafwendbaar bergafwaarts met de zekerheid. In een gedicht over de mythische Penelope die twintig jaar op haar geliefde Odysseus wacht, heet het eerst: ‘Ze zal hem terugzien (we weten het zeker).’  Vervolgens, na weer wat langer wachten, luidt het dat er geen reden tot paniek is en dat iedereen weet dat zij hem terugziet. Maar die zekerheid brokkelt af tegen het eind van het gedicht: ‘We biechten het op: we weten niet of ze hem terug zal zien./ We hebben onze twijfels.‘ Volwassenheid is, in tegenstelling tot de kindertijd, althans die van Riem, een product van te vaak door rationaliteit gedicteerde twijfel.

Misschien is het daardoor dat zij zich zo graag identificeert met wat daaraan ontsnapt. Gefingeerde wezens als een sirene of  – sterker nog – als oppergod Zeus die vanaf zijn Olympus naar beneden staat te schreeuwen: ‘EN NU ALLEMAAL OP EEN RIJ!’ In hoofdletters natuurlijk want er is een indringend commando nodig om orde te scheppen in de met de jaren toenemende chaos. En te midden daarvan laat zij dit adagium weerklinken: dat zij pas werkelijk zichzelf vindt wanneer iemand anders haar gevonden heeft. Zonder de ander is zij zichzelf kwijt.

 

 

____________________

INEKE RIEM

Alle zeeën zijn geduldig

De Arbeiderspers, 61 blz.,  18,99 euro.

Bookmark and Share

Comments are closed.