Joris Iven. Vier gedichten

Gedenkwaardig

 

Blijf daar bij de coniferen staan, moeder.

Ik nader je, ik ader je, door je poriën,

 

ik verken je, ik ken je. Ik haal adem en

daal af in je arteriën, voel de pulsatiele druk

en glij mee met het transport van zuurstof,

 

dat nu staakt. Ik daal af

in de arteriolen met kringspieren,

 

die nu sluiten, en verder in de capillairen,

de venulen en de venen. Moeder, ik graaf

me dood. Aderlating, een bevrijding.

 

*

 

Zieltogend

 

Oktober is de maand van het verjaren,

december die van het sterven. De val van

die donderdag komt als donderslag

 

bij heldere hemel. Je ligt bij de koelkast.

Ik hoor sirenes, en vele toonhoogten,

 

ik hoor stemmen van vreemde mensen.

Blikken gewisseld, medicatie toegediend.

Ik weet dat er een raam is in de avond,

 

en dat het wit is. Het hart staat nu

loodrecht stil, het kantelt en klapt in.

 

*

 

Doodlopend

 

De gang van het ziekenhuis ruikt naar loodwit

en is zo lang als een schreeuw.

 

De hart-longmachine staat aan het voeteneind.

De bloedverdunners van de avond zijn

stopgezet. Wat vloeien wil,

 

moet stollen. En jij moet wachten, nu,

jij moet tellen, aftellen tot

 

het vertrek naar het operatiekwartier.

Jij mag niet opgeven, als ze straks met je

onderweg zijn. Jij moet doorgaan.

 

*

 

Hartverscheurend

 

Het laken opgetrokken tot bij de kin,

de ogen gesloten. De strijd wordt

 

opgegeven. Nierdialyse, bloedtransfusie

en beademing worden stopgezet. Niets

wordt nog vervangen of gestimuleerd,

 

bewaakt of gemeten. De ogen gesloten,

wenk je me nog eens met de hand. Je lijkt

 

niet ver weg, maar bent onbereikbaar.

We verlaten elkaar door alleen te blijven

en niets van wat we waren blijft ons over.

 

(c) Joris Iven / Julie 2016

Bookmark and Share

Comments are closed.