Yves T’Sjoen. Peter Snyders in de Lage Landen

Etienne van Heerden, Peter Snyders & Marlene van Niekerk

Etienne van Heerden, Peter Snyders & Marlene van Niekerk

‘Dié poem kan jou famous maak’ – Peter Snyders in de Lage Landen

Ter nagedachtenis aan Adam Small (1936-2016)

 

Herinnering aan een passage

Najaar 1997. Nagenoeg twintig jaar geleden. Op uitnodiging van de Nederlandse Taalunie in Den Haag en vermoedelijk na bemiddeling door mijn Amsterdamse collega Ena Jansen is een uitgelezen gezelschap van Zuid-Afrikaanse schrijvers te gast in Nederland en België. Behoud de Begeerte faciliteert  de schrijversoptredens. De keurig uitgestippelde reisroute brengt E.K.M. Dido, Peter Snyders, Wilma Stockenström, Marita van der Vyver, Etienne van Heerden en Marlene van Niekerk ook naar de universiteit in Gent. Ik herinner mij van de passage een uitstap op zondag naar Damme, in de buurt van Brugge, waar het standbeeld van Jacob van Maerlant bewonderende Afrikaanse blikken oogstte en alwaar de lunch is gebruikt samen met mijn oudere professorale collega’s in een plaatselijke brasserie.

Op 6 oktober 2015 postte Etienne van Heerden op zijn Facebookpagina een memorabele archieffoto. De opname is gezien het klinische decor – uitgestrekt grasgroen tafelkleed, onbeschreven groen-blauw krijtbord, eentonige waterflessen van het Belgische merk Spa – gemaakt in een auditorium van de universiteit. De toentertijd achtenvijftigjarige dichter en toneelschrijver Peter Snyders is aan het woord. Tot zichtbaar jolijt van hem flankerende schrijvers, de paranimfen van dienst: Etienne van Heerden en Marlene van Niekerk. Gezien de indrukwekkende stapel papier op tafel, zo stel ik mij dat voor, was Van Niekerk drukdoende met het manuscript van haar roman Agaat.

Nieuwe verzetspoëzie en het literaire establishment

Ik herinner mij het geslaagde optreden van Peter Snyders. In november 1997, kort na de boekenbeurs in Antwerpen. En dus niet in 1998 zoals de Wikipedia-pagina over Snyders memoreert. Snyders trad in die periode op tijdens het Winternachtenfestival in Den Haag en op Poetry International. In Nederland traden Willem van Toorn en Henk van Woerden op, in Vlaanderen zijn Kristien Hemmerechts, Geert van Istendael en de Franstalige Belgische auteur Jean-Luc Outers uitgenodigd samen met de Zuid-Afrikaanse schrijvers.

Er stond in die dagen dus ook een performance gepland in Gent. De dichter bracht Kaaps-Afrikaanse gedichten ten gehore en voorzag zijn spitse voordracht van geestige zelfrelativerende commentaren. Twee jaar later las ik in ‘Perspektief op die moderne Afrikaanse poësie (1960-1997)’, een bijzonder gedocumenteerd overzichtsartikel van Helize van Vuuren, dat Snyders een “Kaapse Vlakte”-vertolker is van “die kollektiewe stem van opstand” en de auteur van “politieke versetgedigte”. Zij voegt toe dat hij “nie skroom om van die humoristies-satiriese Kaapse sosiolek gebruik te maak nie, wat ook sy verse ’n groter populêre gerigtheid gee”. Verder belicht de auteur de schatplichtigheid van de Kaapse Vlaktedichters, medio jaren tachtig en dus nog in de apartheidsera, aan de “satiriese protestaal” van Adam Small in Kitaar my kruis (1961). Van Vuuren noemt Patrick Petersen en Peter Snyders “as van die belangrikste eksponente van ’n kollektiewe nuwe versetpoësie teen apartheid”. Tot slot noteert zij met onverholen verontwaardiging: “Hoewel Petersen, Philander en Small […] deur die literêre establishment gekanoniseer is as individuele bruin digters, is die kollektiewe groep Kaapse Vlaktedigters nie deur die kanon geakkommodeer nie, deels om die vooroordeel op estetiese gronde, deels om die politieke inhoud van die verse”. Het verwijt aan het literaire establishment klinkt in elke lettergreep van de slotzin.

Toen ik vorig jaar (2015) in Bellville bij UWK het Swart Skrywers-symposium mocht bijwonen, handelde een van de discussies over de vermelde ‘accommodatie’, met name het acute gebrek aan institutionele infrastructuur voor kwaliteitsvolle uitgaven van literair werk van bruine en zwarte schrijvers. In hoeverre de poëzie van Peter Snyders, zoals die van onder anderen S.V. Petersen, P.J. Philander en Adam Small, in Zuid-Afrika als canoniek wordt beschouwd weet ik niet. Elk jaar vermeld ik zijn naam voor de zekerheid met enige nadruk in mijn panoramisch overzicht van de Afrikaanse literatuur. De anekdote en de foto in het bezit van Van Heerden zijn verbonden met Snyders’ optreden in de Lage Landen. Ik hou nogal van Snyders’ poëzie. Ik beschik helaas niet over het merkwaardige poëziedebuut dat als een collectieve onderneming is gerealiseerd. Brekfis met vier (1981) is een coproductie van Etienne van Heerden, Daniel Hugo, André Leroux du Toit (Koos Kombuis) en Peter Snyders. Daniel Hugo liet mij ooit, ik meen bij Tuin van Digters in Wellington, een nog moeilijk te traceren exemplaar als resultaat van die bijzondere samenwerking zien. Ik kon evenmin bundels als ’n Ordinary mens (1982), Political joke (1983), ’n Waarskynlike mens (1993) of later dichtwerk inkijken. Helize van Vuuren somt de vermelde titels op en benadrukt “die gebruik van Kaaps” als “’n voortsetting en verdere ontwikkeling van Small se satiriese verse Kitaar my kruis en Sê sjibbolet”.

Snyders in De Afrikaanse poëzie in 1000 en enige gedichten

Gerrit Komrij selecteerde voor zijn anthologiebundel De Afrikaanse poëzie in 1000 en enige gedichten (1999) in totaal zeven teksten van Peter Snyders: ‘Ek is oek important’ (zie de YouTube-opname ter gelegenheid van Snyders’ optreden bij een graadplechtigheid van UWK), ‘Dit’, ‘Tighten your belt’ en ‘Die gesteelde TV’ uit ’n Ordinary mens, ‘Moedertaal’, ‘Versagtende omstandighede’ en ‘Ek skryf ’n gedig’ uit ’n Waarskynlike mens (1992). Zeven gedichten. Dat is een aanzienlijk aantal, gelet op de wall of fame die de bloemlezer van de Afrikaanse dichtkunst voor zijn Nederlandse lezers oprichtte. Komrij koos van de door hem het best aangeschreven dichters een maximum van tien gedichten. Snyders prijkt dus hoog in de literaire pikorde.

Twee jaar na de passage van Peter Snyders in Vlaanderen, na mijn lectuur van Van Vuurens panorama van de Afrikaanse poëzie en van Komrij’s canonieke bloemlezing, was de herontdekking niet minder dan een eye-opener. In 1999 mag door een gezaghebbende kritische stem in Perspektief & Profiel. ’n Afrikaanse literatuurgeskiedenis, bestemd voor een Zuid-Afrikaans lezerspubliek, zijn geopperd dat “Kaapse Vlaktedigters nie deur die kanon geakkommodeer [is] nie”. En dat het gebrek aan respons misschien wel kan worden toegeschreven aan een bepaald begrip van esthetische kwaliteit en de politiek-ideologische inslag van de gedichten. De ruime selectie die Komrij maakte uit twee dichtbundels heeft Peter Snyders een aanzien gegeven in het Nederlandse taalgebied. De zogeheten verzetspoëzie, tegen apartheid en na 1990 als kritische stem in het nieuwe Zuid-Afrika, heeft zonder meer een bereik in Nederland en België. Tot de weerklank hebben naast performances tijdens het Winternachtenfestival (naar verluidt ook nog eens in 2008) publicaties in het Brugse periodiek Kruispunt en vooral Jan Deloofs kleine tweetalige editie Versagtende omstandighedeVerzachtende omstandigheden bij Point (Altea, Alicante 1995) bijgedragen. Deloof vertaalde de Kaapse gedichten overigens niet maar voorzag de teksten van “Nederlandse transcripties”. Daarover meldt hij in de inleiding: “Bij Peter Snyders is dit (namelijk zijn van de standaard afwijkende taal) zelfs een wezenlijk kenmerk van zijn poëzie, die inhoudelijk nauwelijks uitleg behoeft, maar door het gebruikte idioom voor een Nederlandstalige hier en daar moeilijkheden oplevert. Dat is de reden waarom de originele gedichten… vergezeld gaan van Nederlandse transcripties, die enkel en alleen de bedoeling hebben het origineel beter toegankelijk te maken. De lezer gelieve de transcripties niet als vertalingen te beschouwen, want voor mij is vertalen uit het Afrikaans zoiets als Gezelle omzetten in standaard Nederlands.” Later, zo meldt Deloof, heeft Snyders in Afrikaans vandag (maart 1998) een kritisch commentaar geleverd onder de titel ‘Nederlands wil Kaaps raakvat’. Hier en daar, ten slotte, staat nog een gedicht van Peter Snyders in een bloemlezing. Ik denk dan aan het gedicht ‘Vullisblikmentaliteit’ in de tweetalige uitgave Ons klein en silwerige planeet. Afrikaanse, Nederlandse en Vlaamse gedigte oor die omgewing (Johann Lodewyk Marais en Ad Zuiderent (samenstelling), J.L. van Schaik Akademies, Pretoria, 1997, p. 95).

Nog vóór Komrij op het belang van het dichterschap wees, was Snyders zacht gezegd al een opgemerkte naam in Nederland en België.

Ik kan me van die koude winterdag in 1997 niet meer herinneren of Snyders het ironisch-sarcastische ‘Ek skryf ’n gedig’ heeft voorgelezen. De bundel ’n Waarskynlike mens was een jaar tevoren verschenen. De aanstekelijke lach van de spreker staat me nog voor de geest, de humor waarmee Snyders zijn optreden doorspekte. En de scherpzinnige doortastendheid waarmee hij uit de hoek kwam, in de steriele omgeving van een universiteitsaula. Sindsdien heeft de stem een plek veroverd in mijn favoriete privébibliotheek van de Afrikaanse poëzie. Indien ik met studenten spreek over ‘Kaapfrikaans’ en de dwingende stem van de Kaaps-Afrikaanse “bruine” dichtkunst, dan komt niet alleen Adam Small ter sprake. Ook de weergaloze dichter Peter Snyders heeft een plaats in dat pantheon. Tijdens het geanimeerde Swart Skrywers-symposium bij UWK, in oktober 2015, naar aanleiding van de kritische opmerkingen over het uitgeverslandschap voor “bruin” en “swart skrywers”, moest ik terugdenken aan dit gedicht. In zoverre ik mij dat herinner, gaf Peter Snyders toen niet present. En Adam Small was verhinderd vanwege gezondheidsperikelen. De tekst die ik hier presenteer, echoot nog altijd door mijn hoofd.

 

Ek skryf ’n gedig

 

Ek skryf ’n gedig

’n gedig wat almal kop laat staan,

ek wys dit vir my vriende wat sê:

Dié poem kan jou famous maak.

 

Ek tik dit netjies,

onderteken my naam, en,

kopiereg-verskrik

stuur dit toe na elke redakteur

wat waag om goeie vers te druk;

 

drie jaar later hoor ek dié wysie:

Nog nie famous nie?

 

My verwysingsveld –

dít is wat daai sogenaamde redakteurs ontwrig;

ek sal hulle wys,

ek sal my eie uitgewery stig.

 

So, hier sit ek met gevoude arms,

’n baie belangrike mens, sê die bord,

my vriende wat verbygaan sê:

Nóú gaan hy famous word.

 

My naam verskyn in druk, o ja,

op rekenings vir dit of dat,

maar as ek bankrotstraat afstap

gaan my ondersteuners voort:

’n Mens raak famous ná jou dood.

 

(c) Yves T’Sjoen / Desember 2016

Voor een korte vermelding van ‘Skrywers en Schrijvers’ (november 1997), zie Matthijs de Ridder, Behoud de Begeerte. Een literaire geschiedenis 1984-2014. De Bezige Bij, Antwerpen, 2014, p. 177.

Bookmark and Share

Los kommentaar