Hannie Rouweler. Twee gedichten

AVONDUUR IN EEN KAMER

 

Ik heb muziek opgezet en denk aan jou.

Het zijn de warme klanken zonder woorden

die mij op dit uur een avondtuin binnenleiden

die ik lang niet heb gezien. De hoge hagen

belemmerden het zicht op rozenstruiken.

Watervallen, kleine led lampen, verlichting langs

de kiezelpaden van mijn jeugd: verlangen.

 

Ik heb de poort zelf halfopen gezet toen ik je stem

hoorde. Je riep of ik thuis was, of ik me nog iets

kon herinneren. Of ik nog iets van jou had bewaard

in oude dozen van het verleden. Ik gooi alles weg –

ik liet dit je weten. Je begreep het stilzwijgend,

legde armen om mijn middel, mond op mijn mond

stegen vogels op, donker en blauw, in de eerste nacht.

 

Dat leuke korte jurkje in Italië

 

Och, kon ik nog maar in dat jurkje

wit met zwarte bollen en uitgesneden hals

zoals ik aanhad toen ik over de boulevard liep

van Viareggio, op een zonnige avond met hem

en ik nog sluiks keek naar al die oudere dames

met gebruinde huid en gouden kettingen

in hun te strakke zomer pantalons

die je voorbij liep en dan aankeek

met hun rimpelige gezichten en handen

veel tijd al achter zich hadden doorgebracht

 

en dat ik zelf nu zo ben. Zoals het lijkt.

Ik houd het leuke jurkje voor mijn lichaam

zie dat ik er nog in zou passen

met die knellende bijpassende lakschoentjes

die onderin de kast staan

en loop naar de spiegel in de badkamer

met ogen dof van woorden en gevoelens

en botten door artrose langzamer bewegend

onder de grond al wegzakken in het zand

en voel me zweven zweven naar daarginder

 

(c) Hannie Rouweler (Uit: Good bye tot ziens)

 

Hannie Rouweler

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Bookmark and Share

Comments are closed.